The Hold Steady :: ”Craig ziet eruit als een chemieleraar die toch maar een rockband startte”

Op plaat nummer vijf, het geweldige Teeth Dreams , blijkt The Hold Steady nog steeds een van ’s werelds strafste gitaarbands – met dank aan gitarist Tad Kubler, een notoir drinkebroer en sympathieke spraakwaterval die na wat geharrewar met een sputterend conference call-systeem vraagt of we hem niet gewoon op z’n gsm-nummer willen bellen. Met meteen excuses dat hij maar de gitarist is, niet de frontman. “Ik doe niet veel interviews samen met Craig, want ik denk dat ie een beetje gek wordt van me.”

enola: Welke vraag mag ik niet stellen?

Tad Kubler: (lacht) “Shit, da’s een goeie. ‘Wanneer spelen jullie in X’. Luister, er is geen enkele uithoek van deze fucking planeet waar ik geen rockmuziek wil komen spelen,aar dat vraagt alleen een klein beetje planning. En als band is het niet altijd makkelijk de beste route te vinden voor zo’n tour. Als iemand daarnaar vraagt, gaat het bij mij van ‘komaan, je hebt echt een betere vraag zitten’.”

enola: Hoe zit het met jouw rol in de band nu Steve Selvidge als tweede gitarist een volwaardig bandlid is geworden?

Kubler: “Mijn rol is eigenlijk nog steeds dezelfde als toen Craig (Finn, zanger; nvdr) en ik de band startten. Hij schrijft de lyrics, ik de muziek. Dus als er iets veranderd is, is het meer dat ik het gevoel heb dat ik er een partner bij heb. Craig was altijd mijn partner in de band, maar het klikt ook echt tussen Steve en mij – en tussen onze families. ‘I mean, our families hang out and shit’. Steve en ik zijn op dezelfde dag geboren, zijn op een gelijkaardige manier opgevoed, we hebben veel invloeden en culturele referenties gemeen – skateboarden bijvoorbeeld. Ook esthetisch liggen we erg dicht bij elkaar, maar we spelen compleet anders. In alle eerlijkheid: Steve is een veel betere gitarist dan ik. Daardoor was het geweldig om met ideeën af te komen en te zien hoe Steve ermee zou omgaan. Hij is technisch veel beter onderlegd en wat ik ook speel, Steve kan altijd probleemloos daarrond beginnen spelen. Dat heeft niet alleen heel veel van de melodie op onze plaat opgeleverd, maar ook veel dynamiek.”

”Ik hoor van veel mensen dat Teeth Dreams echt een zware gitaarrockplaat is geworden, maar mijn onmiddellijke reactie daarop is, wel: al onze platen zijn gitaarrockplaten (lacht). Ieder album was opgebouwd rond die gitaren. Alleen zijn er nu natuurlijk wel twee gitaristen.”

enola: Misschien komt die indruk ook door het vertrek van jullie toetsenist Franz Nicolay?

Kubler: “Wel, er is nog steeds heel veel piano te vinden op Teeth Dreams. Als die minder opvalt, komt dat vooral omdat die volgens mij beter gemixt is nu. Maar zelfs als dit meer dan ooit een gitaarplaat is geworden, dan nog is het ook ons meest dynamische album.”

”Veel mensen hebben gespeculeerd over de problemen op onze vorige, Heaven Is Whenever, maar als iemand die het maken van die plaat bewust heeft meegemaakt, denk ik dat het grootste struikelblok was dat Craig en ik creatief niet op elkaar afgestemd waren. Ik zat emotioneel ook niet op een goeie plaats.”

enola: Had dat te maken met je pancreatitis? (Tad Kubler werd in 2008 in het ziekenhuis opgenomen met pancreatitis na jarenlang zwaar drankgebruik; nvdr)

Kubler: “Ja, daar was het mee begonnen en dan heeft het zich van daar ontwikkeld. Er waren een aantal verschillende dingen aan de hand. Craig ging creatief gezien ook door een lastige fase en wist misschien niet meer helemaal waar de inspiratie vandaan zou komen. Ondertussen zag hij me ook worstelen met m’n eigen problemen en daardoor was er die voortdurende bezorgdheid van ‘shit, what’s going on here?’”

”Ik denk dat Heaven Is Whenever echt gebukt ging onder het feit dat niet iedereen op gelijke hoogte zat, dat niet iedereen op dezelfde manier of hetzelfde moment geïnspireerd was – snap je?”

enola: Daarom die lange pauze van vier jaar?

Kubler: “Die was cruciaal, ja. We hadden allemaal wat vrije tijd nodig om andere dingen te doen en creatief te herladen. We moesten het opnieuw missen. Aanvankelijk gingen we er enkele maanden tussenuit, maar dat werden algauw enkele jaren. Ik denk niet dat iemand besefte hoe moeilijk het ging worden om dat creatieve momentum terug te vinden, eens we weer allemaal samenkwamen. Het heeft veel tijd gevraagd om mekaar weer te vinden, maar na de ervaring van Heaven Is Whenever wou ik simpelweg de studio niet meer in voor ik wist dat we allemaal op dezelfde golflente zaten – emotioneel, spiritueel en creatief.”

”Soms zeggen mensen ‘hey, ben je songs aan het schrijven voor een nieuwe plaat?’ Maar ik schrijf iedere dag songs. Ik schrijf niet voor een plaat, ik probeer altijd creatief bezig te zijn. Creatief zijn is een beetje als een marathon: je trekt niet op een morgen doodleuk je schoenen aan om even snel die marathon te lopen. Je moet in vorm zijn, en met muziek is het net zo.”

enola: In de tussentijd hebben jullie ook een ep met covers gemaakt, gecrowdfunded via PledgeMusic.

Kubler: “Dat was vooral voor onze fanclub, The Unified Scene. Dat was iets waar we al lang over gepraat hadden en toen we nadachten over de Pledge-campagne voor onze overleden vriend (“Jersey” Mike Van Jura, drijfveer achter The Unified Scene; nvdr), wisten we dat dit een ideale gelegenheid was om die covers-ep eindelijk te maken. En dat ging erg snel: we kozen allemaal een nummer, we leerden elkaars cover spelen en alles was ingeblikt op een paar weken tijd.”

””I Gotta Get Drunk” van Willie Nelson was mijn keuze. Willie Nelson is heimelijk een van mijn favoriete gitaarspelers, niet dat je dat hoort aan onze band. Hij is ook een briljant songschrijver. “Whisky River” is fantastisch en Stardust en Teatro zijn geweldige albums.”

enola: Nu we het over invloeden hebben: in het laatste nummer van de nieuwe plaat, “Oaks”, zit een subtiele verwijzing naar House Of Balloons van The Weeknd. Wat doet die daar?

Kubler: “Heb je het over de lijn ‘Hung around with the house of Balloons’? Die kwam van Craig en dat vond ik echt een briljante verwijzing. Hij heeft van die kleine referenties die hij overal in gooit. Wat geweldig is aan songs schrijven met Craig, is dat hij mijn job heel makkelijk maakt, maar tegelijk ook erg lastig, omdat ik weet hoe getalenteerd hij is en hoe hard hij gerespecteerd wordt door anderen. Toen de band in een break zat, begon ik te denken: oké, Craig is er niet, die doet solowerk – maar als hij terugkomt, wou ik materiaal hebben dat hem inspireerde en verraste.”

”Weet je, ik heb het recent een aantal keer gehad over hoe Craig en ik niet veel tijd meer doorbrengen en mensen hebben dat begrepen alsof we het niet meer met elkaar konden vinden, alsof we de Davey Brothers zijn. ‘It’s not like that, at all‘. Onze levens zijn een andere weg opgegaan nadat we bijna twee decennia samen muziek hebben gemaakt. En ook al brengen we minder tijd met elkaar door – ik ben een enorme fan van Craig Finn. Hij is geweldig in wat hij doet – ‘and the guy is a phenomenal performer. En ik heb ’m echt zien groeien sinds het midden van de jaren 90.”

enola: Liveshows zijn essentieel voor jullie band, niet?

Kubler: “Ja, heel erg. Luister, Craig heeft hier misschien een andere mening over dan ik – hij vindt het leuk om platen op te nemen, maar houdt echt van liveshows. Ik hou van allebei . Het zijn twee heel verschillende dingen. Dat gezegd zijnde, ik denk dat er geen alternatief is voor een show – dat is echt de allerbeste manier om muziek te ervaren. In een ruimte vol mensen een band alles zien geven.”

enola: Het verbaast me altijd hoeveel energie Craig nog heeft aan het eind van een show.

Kubler: “Mij ook. ‘The guy is just super-compelling to watch.’ Voor veel mensen is het misschien dat hij eruitziet als een chemieleraar, maar dan toch maar een rockband startte – dat intrigeert ongetwijfeld. Maar zelfs als je dat wegneemt, is hij een ongelooflijk performer. Voor iemand die zo zelfbewust en kritisch over zichzelf is als Craig, is het echt indrukwekkend hoe hij zichzelf compleet kan laten gaan op een podium. Het is alsof iemand een schakelaar aanknipt wanneer hij het podium opstapt.”

enola: Is dat bij jou ook zo?

Kubler: “De laatste jaren heb ik veel van mijn energie vooral moeten gebruiken om van drank en drugs af te raken. Tot enkele jaren terug had ik nog nooit nuchter op een podium gestaan. ‘And then, it was fucking terrifying.’ Dat heeft een tijd aangesleept, tot ik op een punt kwam waar ik plots meer dan vroeger kon genieten van het moment en wat er tijdens de show gebeurde, omdat ik nog geen tien borrels ver zat.”

enola: Jullie hebben wel een reputatie als het op drank aankomt.

Kubler: “Steve is heel anders. Na vijf jaar samen spelen heb ik ’m nog maar een handvol keren dronken op het podium gezien. Heel vaak zal Craig ook niks drinken tot na de show. Zeker als we op een lange tour zijn – dan wil hij liever niet bezopen raken voor de show. Te zwaar voor zijn stem. Voor Bobby (Drake, drummer; nvdr.) start het ook pas na het optreden, omdat zijn job fysiek erg zwaar is en hij dat gewoon niet zou aankunnen met een stuk in zijn kraag.”

”Nu, Galen (Polivka, basgitaar; nvdr.) raakt wel eens ‘pretty looped’ (lacht). Maar meestal kan hij daar ook perfect mee omgaan. Het is niet omdat ik me niet meer kapot drink dat ik backstage loop te roepen ‘jongens, voorzichtig zijn!’ Iedereen moet gewoon doen wat hij nodig heeft, zolang het maar niet in de weg staat van waar we mee bezig zijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + vijftien =