Isobel Campbell & Mark Lanegan :: Hawk

Wat vier jaar geleden begon als een even onwaarschijnlijke als indrukwekkende samenwerking, is stilaan uitgedraaid op een volwaardige carrière. De derde plaat van Campbell & Lanegan laat een duo horen dat in staat is tot grootse prestaties.

Zelden sprak een muzikale samenwerking meer tot de verbeelding dan de collaboratie tussen Isobel Campbell en Mark Lanegan. Nochtans komen de strijkers uit een doosje. En durft de oh zo schattige Campbell zich tijdens concerten tegenover de muzikanten als een nazi-teef eerste klas te gedragen. Lanegan dan weer, die doet nu eenmaal mee aan elke plaat waarvoor hij gevraagd wordt, zo lijkt het wel.

En toch, een dipje hier en daar buiten beschouwen gelaten, weet de muziek een snaar te raken. En dat is waar het uiteindelijk om draait, en waar het tweetal op Hawk op redelijk indrukwekkende wijze in slaagt.

Met de nieuwe plaat wordt stilaan de evolutie zichtbaar in het oeuvre van het duo. Stapsgewijs lijken Campbell en Lanegan in het diepe zuiden beland te zijn en, toeval of niet, leveren de twee hun meest sinistere plaat tot nu toe af.

Hawk is geen zonnig plaatje geworden en vergt aanvankelijk wat moed om helemaal uit te luisteren, maar blijkt uiteindelijk zo’n typische groeiplaat die, zonder dat je er erg in hebt, zichzelf bijna de status van ’onmisbaar’ weet te bezorgen.

Reden daarvoor is het wonderlijk in elkaar passen van muzikaal behoorlijk uiteenlopende songs. Opener "We Die And See Beauty Reign" had, los van de nogal hoge zang, perfect op een van Lanegans soloplaten uit de jaren negentig gepast. "You Won’t Let Me Down" zet dan weer niet alleen de vocale troeven van beide artiesten in de verf, maar laat eveneens — tegen de achtergrond van een subtiel gierende gitaar — een eerste flirt met americana horen.

Betekent dat een volledig nieuwe marsrichting voor het duo? Verre van. Campbell & Lanegan lijken ervoor te opteren de luisteraar bij de hand te nemen en voorzichtig nieuwe horizonten te verkennen, daarbij af en toe op vertrouwd terrein terug te keren, zoals met "Come Undone", dat eigenlijk op eender welke plaat van het tweetal had kunnen staan.

Een ander ankerpunt in de plaat is "Time Of The Season", het kerstlied van dienst en daarmee een van de buitenbeetjes op Hawk: het luchtige en warme karakter van de song bewijst dat romantische muziek niet klef hoeft te zijn, zelfs niet wanneer stroperige strijkers weerklinken. Eenzelfde sfeer ademt het rustieke "To Hell & Back" uit, dat Campbell de kans geeft even alleen in de spotlights te staan.

Anders is het gesteld met de titeltrack, die een idee geeft hoe freejazz klinkt wanneer de muzikanten stomdronken zijn en van instrument gewisseld hebben. Dan liever de zinderende akoestische gitaar van "Snake Song" of "No Place To Fall", waarin Willy Mason met succes de plaats van Lanegan tijdelijk inneemt.

Al blijft laatstgenoemde uiteraard een sleutelfiguur op deze plaat. Want laten we daar niet te veel flauwekul rond verkopen: de reden dat concerten van Campbell & Lanegan doorgaans een flinke kaartverkoop kennen en de platen van het duo het goed doen, is — ondanks de grotere rol van Campbell in het creatieve proces — te danken aan de aanwezigheid van Mark Lanegan. Er is dan ook maar weinig muziek waarop zijn diepe stem niet gedijt, zoals nog maar eens duidelijk wordt na afloop van "Lately", het nummer waarmee de plaat sluit en dat de luisteraar een "relax, het is oké"-gevoel weet te bezorgen, wat geen sinecure is na een bij momenten beklemmende plaat.

Hawk werd aangekondigd als de laatste gezamenlijk plaat van Campbell & Lanegan. Of de plaat ook effectief het laatste is dat we van het duo zullen horen, valt af te wachten. Het kan een marketingtrucje als een ander zijn, maar mocht het hier effectief stoppen, dan hebben Isobel Campbell en Mark Lanegan een pracht van een visitikaartje nagelaten.

Isobel Campbell & Mark Lanegan staan op 15 september samen met Willy Mason in de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + zeven =