Mark Lanegan & Isobel Campbell + Renée




Vooruit, Gent, 9 december 2010

Ze worden wel eens vergeleken met Lee Hazlewood en Nancy Sinatra,
wij houden het echter liever op de Schone en het Beest. Het staat
echter wel vast dat de combo tussen de fluweelzachte stem van
Isobel Campbell (de’ Belle’ in Belle and Sebastian) en de
schuurpapieren zang van partner in crime Mark Lanegan (de muzikale
legende van onder meer Screaming Trees, Queens of the Stone Age en
Gutter Twins) reeds juweeltjes van platen heeft opgeleverd. Daar
kwam deze zomer een derde pareltje op hun palmares bij. ‘Hawk‘ werd in de sterren
geprezen. Tegelijk werd deze zeer kritisch onder de loep genomen
aangezien het er van nu af aan naar uitziet dat Campbell de
touwtjes indien mogelijk nog meer of al dan niet volledig in handen
heeft. De blonde nachtegaal laat haar fragiliteit meer en meer de
hoofdrol spelen in dit sprookje, terwijl Lanegan steeds meer
figureert als trouwe, doch ietwat naar achter gestoken
compagnon.

In het voorprogramma waren wij van zins Harper Simon te zien
verschijnen, een Amerikaanse singer-songwriter met als bekendste
nummer op zijn palmares ‘Wishes and Stars’, maar het lot speelde
ons parten en zijn show werd geannuleerd. In zijn plaats beklom dan
maar Renée het podium, een Belgisch
meisje-met-gitaar dat eerder mocht aantreden in het voorprogramma
van Lady Linn and Her Magnificent Seven. Gezegend met een stem die
ons bij wijlen aan Feist deed denken, zong zij haar feeërieke
plattelandsdeuntjes en hield zich niet in om af en toe zelf een
dier na te doen. Zo hoorden we onder meer het geblaat van een
schaap en het gemiauw van een krolse kat. Aan originaliteit geen
gebrek dus, maar dit muzikaal beestenbos miste toch wat cachet.
Getuige hiervan was het vele geroezemoes in de zaal, de
verbouwereerde blikken en smalende giechelbuien.

Geen enkel woord werd er echter nog te veel gezegd bij het
aantreden van Campbell en Lanegan, tenzij
gefluisterde lofbetuigingen. Met het uiterst zachte ‘We Die and See
Beauty Reign’ werd een vlekkeloze set aangewakkerd, gevolgd door
een ietwat meer up-tempo ‘You Won’t Let me Down Again’. ‘Come
Undone’, derde in de rij, tekende dan weer meteen voor een van de
onmiskenbare hoogtepunten van het optreden: een platonische
paringszang die een ijzingwekkende spanning verspreidde in de lucht
van deze rustieke concertzaal.

Met ‘Who Built the Road’ keren we terug naar het tijdperk van
Sunday at Devil
Dirt
‘, de moeilijke tweede van Campbell en Lanegan, de cd die
geen verwachtingen wist in te lossen maar los van iedere
vergelijking met ‘Ballad of the Broken
Seas
‘ zeker en vast ook wel een standbeeld mag verdienen. Hier
horen we voor het eerst tijdens dit optreden het vederlichte
stemgeluid van Campbell zonder de ondersteuning van Mark Lanegan.
De zang is zo breekbaar als porselein en Campbell lijkt amper
overeind te blijven in haar solofragmenten. Weifelende blikken
worden in het publiek geworpen wanneer zij haar stem even niet
dient te hanteren. Isobel Campbell is enkel zelfzeker in haar
woorden.

“Honey child, what can I do?” vragen Lanegan en Campbell zich in
zeer mooie samenzang gedwee af. Campbell haalt haar tamboerijn
boven en zorgt zo voor een verfijnde ondersteuning van dit
magistrale nummer uit hun debuut ‘Ballad of the Broken Seas’.
Niettemin keert ze zich steevast af van het publiek tijdens het
spelen. Dra zou zij ook haar cello uit de kast halen en op ‘The
Circus Is Leaving Town’ zingt ze zelfs niet eens meer mee. Na deze
protagonistenrol voor Lanegan groet hij zijn publiek met een
binnensmonds “thank you” en verlaat hij het podium. Verrassend
genoeg blijft Campbell solo wel overeind zonder de benevelde
aanwezigheid van haar muzikale vennoot. Na ‘Saturday’s Gone’ maakt
ze zelfs een kleine buiging. Lanegan keert echter al snel terug
voor ‘Backburner’ en laat opnieuw de kracht van zijn ruwe
stembanden horen. Het publiek wordt op uitgerekend dit nummer
licht uitzinnig. We bespeuren zelfs een minieme glimlach op het
meestal volledig apathische gelaat van Lanegan.

Het kerstgevoel wordt aangewakkerd dankzij nummers als het ongemeen
prachtige ‘Time of the Season’ en een hoopvol ‘Something to
Believe’, waarin de hoofdrol deels weggelegd is voor het gefluit
van Campbell, dat luider blijkt te zijn dan haar werkelijke
stemgeluid. Voor we ons reeds 24 december wanen, passeren
‘Salvation’, een uiterst gespannen ‘Come on Over (Turn Me on)’ en
het optimistisch swingende ‘Get Behind Me’ nog de revue. Bisnummers
zoals ‘Revolver’ waren echter aan de orde voor dit kennerspubliek
in de Vooruit. Deze werden afgesloten met een nummer van Lanegans
solo-plaat ‘Bubblegum‘. Een uitstekend
‘Wedding Dress’ luidde het einde van deze betoverende passage,
alwaar Campbell de backing vocals die origineel weggelegd waren
voor Wendy Rae Fowler mocht vertolken. Het zal dan ook typerend
zijn voor dit optreden dat niet dit verlegen duo zelf zijn publiek
uitvoerig zou danken, maar de sympathieke gitarist die erbij wist
te vertellen dat dit zowat het beste optreden van de volledige
tournee moest geweest zijn. Iets wat hij vast van iedere show zegt,
maar onze naïviteit gebiedt ons de beste man op zijn woord te
geloven.

Meer
Mark Lanegan & Isobel Campbell

Meer
Renée

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + negen =