Isobel Campbell & Mark Lanegan :: 15 september 2010, AB

Laatste plaat of niet — daar zijn ze zelf nog niet helemaal uit — de samenwerking tussen Isobel Campbell en Mark Lanegan krijgt dit najaar een stevig live-verlengstuk. In de AB kwam het duo, geruggesteund door een vierkoppige band, met de vingers in de neus aantonen dat het live thans op zijn sterkst staat.

Hoe lang ligt Pukkelpop achter ons? Doordat het gewone leven weer volop op gang gekomen is, lijken die drie dagen zich in een andere eeuw afgespeeld te hebben. Toch is het nog geen vier weken geleden dat het muziekfeest van het jaar plaatsvond. En dat we Mark Lanegan voor het laatst aan het werk zagen, samen met gitarist Dave Rosser, de man met wie Lanegan in het voorjaar overigens ook al in de AB stond.

En hier is hij nog maar eens, ditmaal opnieuw met Isobel Campbell, de in mysteriën gehulde blonde nimf die haar post-Belle & Sebastian-carrière dankzij Lanegan een serieuze boost zag krijgen, ondanks het feit dat Lanegan op de Campbell & Lanegan-platen niet meer is dan een huurling die zijn stem uitleent aan andermans nummers.

Ondanks die redelijk onnatuurlijke opzet werkt de combinatie tussen beiden bij momenten wonderwel en na een samenzweerderige hoofdknik van haar naar hem wordt een ingetogen “We Die And See Beauty Reign” voor de voeten van het publiek geworpen. Een betere opener is moeilijk denkbaar voor wie de aanwezigen stil wil krijgen. Dat vervolgens een bombastisch “You Won’t Let Me Down Again” wordt ingezet, laat bovendien voelen dat dit geen kabbelende vertoning zal worden.

Anders dan bij het behoorlijk erbarmelijk livedebuut dat Campell en Lanegan in 2006 in de Vooruit maakten, is het deze keer, mede dankzij het gevarieerd karakter van de set, wel raak. Moeiteloos wordt geswitcht van de film noir-atmosfeer van “Come Undone” naar “Free To Walk”, dat als een soort Woody Guthrie-song voor de 21ste eeuw gebracht wordt. Wanneer niet veel later “The Circus Is Leaving Town” volgt, lijkt duidelijk te worden waarom Lanegan zo vaak op een podium te bewonderen valt. De man heeft het in zich om als een old school troubadour van stad naar stad te trekken en zijn — of desnoods andermans — liedjes ten beste te geven.

Als die liedjes, zoals “Circus” en de andere nummers uit het duo’s debuut Ballad Of The Brokes Seas bovendien tijdens hun intro’s het gevoel oproepen dat classics worden ingezet, dan hoeft het niet te verwonderen dat het gezelschap live een flink pak zelfverzekerder overkomt dan tijdens eerdere concerten.

Ook Willy Mason, naast voorprogramma tevens — net als op recente worp Hawk — actief deelnemer in het Campbell en Lanegan-gebeuren, draagt bij aan het verhalen vertellend aspect van het concert. Het van Townes Van Zandt geleende “No Place To Fall” is zo’n song die de mood bijna luchtig weet te maken en wanneer een redelijk amateuristische, maar daarom net overtuigende, versie van “Cool Water” zich opwerpt als een sequel voor “The Circus Is Leaving Town”, dan vallen de puzzelstukjes helemaal in elkaar.

Rest alleen nog de buit binnen te halen, een eer die opnieuw Lanegan toekomt wanneer hij Campbell vergezelt naar een finale die van sinister (“Back Burner”) over lichtvoetig (“Time Of The Season”) naar broeierig (“Come On Over (Turn me On)”) slingert om uiteindelijk, in de bisronde, het publiek naar huis te sturen met zinderende versies van “Ramblin’ Man” en zowaar het van Lanegans Bubblegum afkomstige “Wedding Dress”.

Lanegan is dit jaar al sterker uit de hoek gekomen op een podium, laten we daar niet flauw over doen, maar gezien de omstandigheden — de niet altijd optimale verstandhouding tussen hem en Campbell — en de live-voorgeschiedenis die het duo heeft, was dit een wel zeer onderhoudend concert dat bovendien leek aan te geven dat, hoewel de debuutplaat de sterkste van de drie was, dit concept live alleen maar beter wordt. Hopelijk volgt het bewijs daarvan op 9 december in de Vooruit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + dertien =