Repo Men




Een goed jaar geleden was Carice van Houten te gast in het
VPRO-praatprogramma ‘Zomergasten’. Dat op zich vond ik al een
markant gegeven: ‘Zomergasten’ is een programma voor economen,
filosofen, hoogleraars, schrijvers en politici, kortom, voor de
intellectuele elite van de Lage Landen. Dan mag je nog een
interessant verhaal te vertellen hebben, als je geen ellenlang
wetenschappelijk traktaat hebt geschreven, is de kans groot dat de
makers zeggen: kom over twintig jaar nog maar eens terug. Maar daar
zat ze dan: de 33-jarige Carice van Houten, oog in oog met
gastvrouw Margriet van der Linden en klaar om middels een zelf
samengestelde selectie van tv-beelden haar ziel op tafel te leggen.
Ze toonde onder meer een concertfragment van Antony & The
Johnsons, een stukje uit ‘The Unbearable Lightness of Being’ en een
scène uit ‘The Last Picture Show’, die prachtige film van Peter
Bogdanovich. Het was toen dat ik voor mezelf besliste dat Carice er
niet enkel oogstrelend uitziet, maar ook nog eens razend
interessant is, én gezegend met een exquise film- en muzieksmaak.
En dat is toch wel het laatste wat je verwacht van een vrouw die in
haar bekendste film (Zwartboek) letterlijk
een paar emmers stront over zich heen liet kieperen. Alles voor de
kunst.

In de science fiction-thriller ‘Repo Men’ speelt Carice een
veredeld figurantenrolletje als de onsympathieke echtgenote van
Remy (Jude Law), een gewezen soldaat, nu een van de beste
repossession men die er zijn. Remy werkt, samen met zijn
goede vriend Jake (Forest Whitaker), voor een bedrijf dat
artificiële organen ontwikkelt en verkoopt aan mensen die er baat
bij hebben. Het addertje zit hem in het hoge prijskaartje dat op de
kunstorganen kleeft: je meent je leven te redden, maar in de meeste
gevallen werk je jezelf alleen maar in de schulden. In dergelijke
situaties is het de opdracht van de repo men om het
ingeplante orgaan, al dan niet met enig geweld, ‘terug te gaan
vorderen’. Hoe (il)legaal dat klusje is, daar wordt in ‘Repo Men’
niet of nauwelijks bij stilgestaan, maar Remy haalt hoe dan ook
weinig trots uit wat hij doet. Zijn vrouw Carol – als je goed
luistert, hoor je hier en daar nog sporen van Carice’s Nederlandse
accent – zou niets liever hebben dan dat hij ermee ophoudt en
ergens begint als kantoorbediende. Uiteindelijk krijgt ze Remy zo
ver dat hij een gesprek regelt met zijn baas (een heerlijk pedante
Liev Schreiber) om een overplaatsing aan te vragen. Maar nog voor
dat gesprek goed en wel kan plaatsvinden, krijgt Remy tijdens een
opdracht plots een hartaanval. En als hij in het ziekenhuis weer
bij bewustzijn komt, merkt hij tot zijn ontzetting dat hij er een
kunsthart van zijn werkgever in zijn eigen lichaam zit.

Artificiële organen: het is eens iets anders dan robotten of
buitenaardse wezens, en geef toe, het idee en de context die
daarrond wordt opgehangen, is – zeker voor iemand die niets van de
medische wereld kent, zoals ik – niet eens zo ver gezocht.
Bovendien doen scenaristen Eric Garcia, die overigens het boek
heeft geschreven waarop het scenario gebaseerd is, en Garrett
Lerner hun best om het beroep van de repo men zo
aannemelijk mogelijk voor te stellen, zelfs regelmatig te
trivialiseren. Zo zien we een scène waarin Remy en Jake ‘s avonds
in een futuristische kroeg zitten, terwijl ze met een bierflesje in
de hand op hun werkdag terugblikken. “A job is a job”,
zeggen ze, en inderdaad, de repo men zijn in de donkere
toekomstvisie die hier wordt geschetst, nauwelijks verschillend van
de postbode of de vuilnisman. Ze doen wat ze doen, omdat ze nu
eenmaal brood op de plank moeten brengen en omdat ze waarschijnlijk
geen betere job te pakken kunnen krijgen. Ook in de verre toekomst
loert de economische crisis immers steeds om de hoek.

Even later zien we een hele groep van repo men – te
herkennen aan het bedrijfslogo dat in hun nek staat getatoeëerd –
verzameld op een barbecue in Remy’s achtertuin. Plots krijgt Jake
een opdracht binnen en moet hij aan de slag. Aan Remy, die op dat
ogenblik nog achter de barbecueset staat, vraagt hij of hij er even
mee tussenuit kan glippen. Zo gezegd, zo gedaan: iemand van zijn
organen beroven duurt in ‘Repo Men’ niet langer dan een pakje
sigaretten halen in de buurtwinkel. In een mum van tijd snijdt Jake
met een vleesmes een mannenlichaam open, peutert hij diens nieren
eruit en verwijdert hij het stoffelijk overschot. Het is zwarte
humor op zijn best, zeker als de twee zich dan ook nog moeten
verantwoorden (“It’s just a kidney, honey!”) tegenover de
gechoqueerd toekijkende Carol.

Enfin, wanneer regisseur Miguel Sapochnik het juiste evenwicht
vindt tussen de dystopische science fiction van Minority Report en de
zwarte komedie van ‘Snatch’, valt er dus wel degelijk wat te
genieten in ‘Repo Men’. Des te spijtiger is het dat zulke momenten
bijzonder schaars zijn en ruim worden overschaduwd door scènes die
gewoon niet van de grond komen en de film alleen maar
vertragen. Neem nu het tafereel dat zich afspeelt in de
opnamestudio van de fictieve soulproducer T-Bone (RZA). In plaats
van meteen ter zake te komen, krijgen we eerst nog een ridicuul
intermezzo over de kunst van het songschrijven, terwijl we een
soulhitje horen dat zodanig retro klinkt dat je zou vergeten dat
het verhaal zich eigenlijk in de toekomst afspeelt.

En Sapochnik maakt nog wel meer absurde keuzes, vooral qua
plotontwikkeling: Remy krijgt om onverklaarbare redenen te maken
met een plots opzettend schuldgevoel, zijn romance met het
nachtclubzangeresje Beth (Alice Braga) is compleet bij de haren
getrokken en om Jakes psychologische mechanismes te vatten, moet je
al een beroepspsychiater zijn. Ook stilistisch is ‘Repo Men’ een
vreemd beestje, een hybride tussen science fiction, zwarte komedie,
horror, staalharde actie (Jude Law in Bruce Lee-modus) en zelfs een
vleugje echtscheidingsdrama (de discussies tussen Remy en Carol).
Het is alsof Sapochnik zelf ook niet wist welke richting hij wilde
uitgaan en dan maar alles op een hoopje heeft gegooid. Je begrijpt:
zoiets komt gewoon niet goed.

Bovendien is de film aanvankelijk niet om aan te zien, met
actiescènes die zo onderbelicht en zo chaotisch zijn gefilmd dat je
met moeite nog een arm van een been kan onderscheiden. Let ook op
het verschil tussen het futuristische, op dat van Blade Runner
geïnspireerde stadsdecor en het banale, klassieke karakter van de
buitenwijk waar Remy en Carol wonen: moeilijk te geloven dat die
twee plekken deel uitmaken van een en hetzelfde toekomstbeeld.
Vreemd genoeg gaat Sapochnik naarmate de film vordert precies meer
belang hechten aan de visuals, zo véél zelfs dat sommige
mise-en-scènes bijna overdone zijn. Meldenswaardig in dat
verband is een vrij memorabele knokscène waarin Remy in een gangpad
door zijn tegenstanders wordt belaagd (Old Boy
anyone?) en dan maar zijn vechtkunsten tevoorschijn
tovert. Ook nog opvallend: een aan David Cronenbergh verwante
liefdesdans – zie de camera maar rondjes draaien – waarin Remy en
Beth elkaars lichaam opensnijden om vervolgens elkaars organen in
te scannen. Hoopgevend voor de studenten geneeskunde onder ons: in
de toekomst van ‘Repo Men’ heb je geen diploma meer nodig om
chirurgische ingrepen te verrichten.

Met zo veel verschillende invloeden en knipogen zou het veel te
gemakkelijk zijn om ‘Repo Men’ af te schilderen als een onopvallend
tussendoortje. Dat is het namelijk hoegenaamd niet: de film bevat
wel degelijk enkele geslaagde momenten en het ontbreekt Sapochnik
zeker niet aan de moed om eens van de platgetreden paden af te
wijken (sixties soulmuziek in een science fiction-film
godbetert!). Wat hem daarentegen wel ontbreekt, is iemand die het
verschil kan zien tussen een goed en een slecht idee, iemand die
bijvoorbeeld had kunnen zeggen: Miguel, die voice-over van
Remy lijkt me toch écht wel een beetje overbodig en die amourette
van dertien in een dozijn zou je gerust ook achterwege mogen laten.
Een flop dus, deze ‘Repo Men’? Ja, maar wel een flop van het meer
interessante type. En Carice heeft zich na de opnames tenminste
niet moeten wassen. Dat heet dan vooruitgang.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 11 =