Band Of Horses :: Infinite Arms

Het gebeurt wel vaker dat een band een album opneemt en daarna grote en kleine platenlabels afzeult in de hoop dat iemand er brood in zien zal. Het wordt een heel ander verhaal wanneer een band met enige naam en faam zonder label blijkt te zitten terwijl hij wel een nieuwe plaat uit heeft.

Band Of Horses bijvoorbeeld mag zich sinds de release van zijn tweede album Cease To Begin (2007) weliswaar beroepen op een gestaag groeiend aantal fans, het geeft de band vooralsnog niet de mogelijkheid om op eigen benen te staan. Het nieuws dat de band wel een nieuw album had maar geen nieuw label, was dan ook opmerkelijk. Met SubPop had de groep immers getekend bij een label met standing, eentje dat de aan Neil Young en (oude) My Morning Jacket verwante rock-met-countrytoets van de band aan het juiste publiek wist te slijten.

Het hoe en waarom van de (uiteindelijke) overstap naar Colombia is voer voor andere magazines, maar vreemd is ze niet, althans niet na het beluisteren van Infinite Arms. Want werd op de vorige albums al gehint naar weidse plaatsen (om het woord stadion niet te gebruiken), dan steekt dit album zijn ambities niet langer onder stoelen of banken. Dit is een plaat die een groot publiek bereiken wil, zonder meteen de fans van het oude werk voor het hoofd te stoten.

Op zich is er dan ook weinig veranderd. De twang en countryrock van de band is gehuld in een passend indiejasje en verbergt de stadiondoelen netjes achter een bescheiden pose, met dien verstande dat het nu wat openlijker gezegd wordt. Het ingetogen “Factory” laat dan ook meteen wiegende aanstekers ontbranden op subtiel gierende gitaren waarbij Ben Bridwells falset nog meer harten laat breken dan op de vorige plaat. Het nummer met de wat ongelukkig gekozen naam “Blue Beard” is zelfs een onversneden ballad.

Net zoals op het vorige album worden naast de ingetogen songs ook enkele betere rockers geserveerd waarbij “NW Apt.” als typevoorbeeld mag gelden: “With three guitars and one amplifier I’m gonna blow the dust off this scene”, klinkt het strijdvaardig. Dat het al bij al nog beleefd en beschaafd blijft, maken “Laredo” en “Compliments” duidelijk. De songs behoren tot de betere middenmoter qua gitaargeweld versus ingetogenheid en laten Band Of Horses op zijn best horen. Het zijn snedige countryrockers die met één been in de indiescene staan, en met het andere al even diep in de twang en countryrock courtesy of Gram Parsons.

De meest uitgesproken voorbeelden van diezelfde countryrock zijn het akoestische “For Annabelle” en “Older” die zich beiden weinig aangelegen laten van welke (indie)conventie dan ook en schaamteloos voor een slepende countrytoets kiezen. Maar ook in “Neighbour”, “On My Way Back Home” en “Evening Kitchen” (een prachtig verstilde ballad) valt niet naast deze stroming te kijken, zelfs al zullen puristen struikelen over de rockaanpak en -invloeden. Het is een opmerkelijk verschil met de vorige albums die dichter bij het indiegenre aanleunden en eerder sluiks twang toelieten.

Dat de twang- en country-invloeden prominenter in beeld springen op Infinite Arms mag geen kritiek heten. Tot slot van rekening was er op de vorige platen ook al een

duidelijk lonken naar Gram Parsons’ erfenis te horen. Opvallender zijn de duidelijk op maat van een groter publiek en de bijhorende zalen geschreven nummers, al was die weidse pathos ook op het debuut (“Funeral” bijvoorbeeld) aanwezig. Het is veiliger te stellen dat de band het geluid en de aanpak van de vorige albums gewoon verder verfijnd heeft. Dat die daardoor ook wat aan charme ingeboet heeft, is een te kleine prijs om daar verder veel woorden aan vuil te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =