Gorillaz :: Plastic Beach

Met Plastic Beach brengt Gorillaz enigszins verrassend een derde plaat uit. Het multimediaproject van Damon Albarn en cartoonist Jamie Hewlett zou achter de horizon verdwijnen en doorgaan als Carousel. Onder welke naam dan ook, dit interessante werkstuk bewijst dat de fictieve band de maskers stilaan mag afnemen.

Wie ooit een vakantie in het Spaanse Almeria doorbracht, herinnert zich naast de sangria en de tourista misschien de eindeloze tomatenserres. Een enorme zee van plastic, die de streek wel uit het economische slop haalde maar grote delen van het landschap er niet bepaald aantrekkelijker op maakt. Dat is ook de rode draad die Albarn door dit album weeft: een uitroepteken achter de vervuilde zeeën en het milieu tout court. Hoewel deze plaat zich op een eiland afspeelt (zie hoes), zit de sound ervan verre van geïsoleerd. In een soort Bermudadriehoek van hiphop, pop en elektronica zoekt het geesteskind van Albarn de limieten op zonder van de radar te verdwijnen. Ook de weer talrijk aanwezige gastartiesten passen naadloos in de kleurrijke legpuzzel.

Zo is het Snoop Dog die de voordeur opentrekt en u als geen ander met de nodige cool "Welcome To The World Of The Plastic Beach" heet. De moussaka wordt pas écht gelaagd wanneer grimers Kano en Bashy hun raps tussen het exotische instrumentarium van het Nationaal Orkest voor Arabische Muziek uitsmeren. Voor het debuut van Gorillaz vulde Dan "The Automator" Nakamura de stoel achter de knoppen en opvolger Demon Days kon rekenen op Danger Mouse, nu doet Albarn het meeste werk alleen. Dat Plastic Beach geweldig goed geproducet is en ambitieuzer dan ooit klinkt, is dus meer dan één pluim op zijn hoed.

Vooruitgestuurde single "Stylo" is misschien niet van het kaliber "Clint Eastwood" of "DARE" maar zorgt wel voor de perfecte symbiose die Plastic Beach kenmerkt. Waar anders hoort u Mos Def en soulveteraan Bobby Womack samen een wagonnetje trekken dat aan Grace Jones doet denken? Diezelfde Womack mag trouwens nog eens welverdiend bissen met het knappe "Cloud Of Unknowing". En omdat we de namen toch hebben, kunnen we ze evengoed droppen: niemand minder dan Lou Reed komt het anders doordeweekse "Some Kind Of Nature" redden, M.I.A. zit met enkele subtiele kreten in het geweldige "Rhinestone Eyes" vereeuwigd en wie echt zijn bodemonderzoekset heeft meegebracht, ontdekt nog gulle bijdragen van De La Soul, Gruff Rhys (Super Furry Animals), Paul Simonon en Mick Jones (The Clash) en Mark E. Smith (The Fall).

We zouden de architect nog vergeten: Damon Albarn is vocaal misschien minder aanwezig dan op de vorige platen, hij weet zijn momenten wel te kiezen. Zoals in het zweverige "Empire Ants" bijvoorbeeld, of het jaren ’80 opvrijende "On Melancholy Hill": met een betere timing had het zo op de soundtrack van Lost In Translation gekund. "Sweepstakes", met opnieuw Mos Def, is dan weer de sigarettenpeuk waar u met de blote voeten in trapt op het strand. De tracklist naar waarde rangschikken zal hoe dan ook nog een tijdje duren, maar net zoals bij een reis (niet per se naar Almeria) is het plannen en vergelijken vaak even leuk als het eigenlijke verblijf.

Vooruit, om af te ronden vernoemen we ze nog één keer: 2D, Noodle, Murdoc en Russel, de pennentrekken van tekenaar Hewlett die het virtuele gezicht van Gorillaz vormen en bijna tien jaar geleden als geanimeerde figuren uit het businessplan wandelden. Anno 2010 is de band zo veel meer: Gorillaz is vooral een muziekproject van echte mensen. Met een korte reünie bewees Albarn dat Blur er terug kan staan maar met Plastic Beach stort hij zich vol op de toekomst. Een van goud, niet van plastic.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 15 =