Fanfarlo :: Reservoir

Is er ergens nog een teken van leven te bespeuren bij Arcade Fire? Even dachten we dat ze met nieuw werk afkwamen tot het máár een Arcade Fire rip-off bleek te zijn. Fanfarlo haalde de mosterd immers wel héél hard bij Win Butler en de zijnen.

Fanfarlo? "Een Genks orkest vol Italiaantjes?", horen we u luidop denken. U kent ze waarschijnlijk wel, hoor. Ze wisten op tien jaar Duyster in de Ancienne Belgique honderden harten te veroveren, voor ons was het meteen de eerste kennismaking met de groep. Razend enthousiast begonnen we de eerste luisterbeurt van hun debuut Reservoir. Een kleine maand later is die storm wat gaan liggen. De houdbaarheidsdatum van Fanfarlo mag dan niet zo lang zijn, er staan toch een handvol opmerkelijke popnummers op dat debuut

Het nam drie jaar tijd in beslag voor Reservoir volledig af was. Begonnen als een soloproject van de Zweedse frontman Simon Balthazar, evolueerde het mettertijd tot een groep. Balthazar zocht zijn inspiratie daarbij in de Zweedse natuur, meer bepaald bij waterbronnen — vandaar Reservoir. Niet muziek, maar filosofie en water zijn dus de grootste referenties voor Fanfarlo. De naam ontleend aan Charles Baudelaires La Fanfarlo, hoort Fanfarlo bij de nieuwe generatie folkpop. De banjo’s en trompetten die alom vertegenwoordigd zijn bij Mumford & Sons klinken overheersend, de heerlijke zang die tussen David Byrne en Noah & The Whale in hangt, is bij wijlen betoverend.

Fanfarlos verfrissende popgeluid klinkt best wel aantrekkelijk, vooral "I’m A Pilot", dat ons met zijn slepende viool en klaaglijk stemgeluid in een nachtelijke sfeer weet te brengen. Het valt meteen op dat niet elke song op Reservoir van hetzelfde kaliber is. Win Butler is misschien wel de hoofdreferentie geweest op Reservoir, duidelijk merkbaar in "Ghost", waar Fanfarlo niet meer is dan Arcade Fire in pocketformaat. Dat gegeven stoort bij de eerste luisterbeurten ook niet, maar na een paar keer gaat het wél vervelen, vooral omdat Reservoir zeker minder sterk klinkt dan Funeral of Neon Bible.

Niet dat we geen parels horen. Denk maar aan het aan Beirut herinnerende "The Walls Are Coming Down" of "Harold T Wilkins, Or How To Wait A Very Long Time", de twee steunpilaren op Reservoir. Best charmant en catchy wat Belgische violiste Cathy Lucas en Balthazar weten te doen met hun banjo, viool en akoestische gitaar. De dynamische composities krijgen vooral een glansrol door het verfijnende trompetspel, die de groep vooruit weet te stuwen. Het is een slepend popgeluid dat Fanfarlo ons voorschotelt, lonkend naar multi-instrumentalist Sufjan Stevens en de post-folk van The Strange Death Of Liberal England.

Reservoir is jammer genoeg één van die vele platen waar volgend jaar niet meer over zal worden gepraat. Het ziet er naar uit dat Fanfarlo eeuwig het mislukte broertje van Arcade Fire zal zijn. Dat is zonde, want er staan best aantrekkelijke meezingers op dat debuut, maar het is niet voldoende om het stigma van copycat van zich af te wassen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × drie =