Daníel Bjarnason :: Processions

Oh IJsland, land van ijzige koude, walvisjacht en tegenwoordig vooral van de financiële crisis. Maar natuurlijk ook het land dat ons Björk, Sigur Rós, Jóhann Jóhannsson, Emilíana Torrini en nog zovele anderen schonk. Aan dat lijstje mag weer een extra naam toegevoegd worden: Daníel Bjarnason.

Bjarnason heeft een professionele opleiding piano en compositie achter de kiezen en dirigeert tegenwoordig ook regelmatig in de IJslandse opera. Een man van vele talenten dus, en het mag dan ook niet verbazen dat hij zijn debuutplaat uitbrengt bij Bedroom Community, het label van zijn landgenoot Valgeir Sigurðsson. Dat label biedt immers onderdak aan een allegaartje muzikanten van zeer diverse pluimage, waaronder de Amerikaanse folkmuzikant Sam Amidon en componist Nico Muhly. Moderne elektronica of klassiek, het kan er allemaal.

Het is Bedroom Communitybaas Valgeir Sigurðsson zelf die Bjarnasons debuutplaat Processions produceerde. Het eindresultaat van deze samenwerking is een plaat vol instrumentale, (neo)klassieke muziek. Hiervoor tapt Bjarnason duidelijk uit zijn klassieke opleiding, maar laat het duidelijk zijn: een nieuwe Mozart of Bach he ain’t. Bjarnason doet zijn eigen ding.

Processions is onderverdeeld in drie op zichzelf staande composities die telkens rond een ander instrument opgebouwd zijn. In "Bow To String" krijgt de cello de hoofdrol toebedeeld, "Processions" bouwt op een piano en bij slottrack "Skelja" is het de harp waar alles om draait.

De plaat steekt op volle kracht van wal in deel een van "Bow To String", genaamd "Sorrow Conquers Happiness". Verwacht hier geen rustgevend stukje klassieke muziek; er wordt meteen stevig op los gebeukt. De cellocompositie kraakt langs alle kanten en stampt in het rond als een kudde wilde buffels. Een mens zou abusievelijk denken dat er een drummer aan de pas komt, maar dat is dus niet het geval. Strijkers hijgen, piepen en kreunen alsof ze mishandeld worden om uiteindelijk toch harmonieus te versmelten. De ideale soundtrack voor een stijlvolle, maar vooral dolgedraaide achtervolgingsscène in een zwart-witfilm, zo lijkt het wel.

De harmonieuze chaos van "Sorrow Conquers Happiness"vloeit over in "Blood To Bones", waarin een eenzame celliste op de snaren van haar cello tokkelt en tussendoor ook een emotionele klaagzang uit het instrument tovert. Het contrast kon niet groter zijn. "Air to Breath" gaat dan weer verder waar "Blood To Bones" eindigt: Bjarnason schept een verstilde wereld waarin alles verdwijnt behalve de cello die nog steeds weemoedig klinkt.

"In Medias Res", het eerste deel van de pianocompositie "Processions", begint, zoals de titel al weinig origineel aangeeft, in medias res. Het bombastische begin, inclusief symfonisch orkest, doet even naar adem happen na de eenvoud van "Bow To String", maar dat hoeft helemaal geen slechte zaak te zijn. Vervolgens gaat het van lieflijk naar dramatisch tot bijna agressief en weer terug. "Processions" verandert doorheen zijn drie delen van stijl zoals een wispelturige kameleon van kleur. Af en toe dreigt het wat overdadig te worden, maar als Bach dramatisch mag zijn, waarom Bjarnason dan niet?

Afsluiter van dienst is "Skelja", waarin een opvallend ingetogen harp zijn ding doet. Na het voor het oor toch wel vermoeiende "Processions" eindigt de plaat dus in rust, maar vooral in schoonheid. Daníel Bjarnason maakte een uitgebalanceerde plaat, want ook al lijken sommige stukken eerst wat chaotisch, op het einde van de rit past alles in elkaar. Het brede publiek zal Bjarnason met Processions waarschijnlijk niet aanspreken, maar interessant luistervoer is het zeker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =