Fanfarlo :: ”Perfect kon het nooit zijn”

Een Zweedse zanger, een Belgische violiste, een drummer met Pakistaanse roots en een bassist die half Amerikaans is. Dat is het multicultureel folkgroepje dat ons bij de eerste luisterbeurt "Arcade Fire is terug!" liet roepen. Fanfarlo tracht de kloof tussen Beirut en dieeze Canadezen te dichten, en dat is hen nog behoorlijk gelukt ook.

"Is het Belgisch publiek altijd zo hartverwarmend?", reageert trompettist Leon Beckenham verbaasd na het optreden op 10 jaar Duyster in de Ancienne Belgique. "We vonden onze violiste en zangeres Cathy Lucas niet terug, daarom dat de geluidsmix in het begin misliep", voegt drummer Amos Memon er aan toe. Ondanks dat euvel wist Fanfarlo een volgelopen club te overtuigen met de bombastische maar verfijnde folkpop van debuutalbum Reservoir. Backstage zijn Beckenham en Memon spraakwatervallen die niet op een stilte zijn te betrappen; "we zijn gewoon in alles geïnteresseerd."

enola: Fanfarlo begon met het duo Cathy Lucas en (zanger) Simon Balthazar. Wanneer kwamen jullie er bij kijken?
Memon: "Een kleine vier jaar geleden toen Simon een begeleidingsband zocht voor zijn optredens. Op het moment dat wij er bij kwamen telde Fanfarlo al zes koppen. Het was een goed jaar meteen: we brachten twee singles uit en kregen de kans om in Italië te touren."
"Het verging ons een pak slechter in 2008. Terwijl het dringend tijd werd om een album of minstens een EP uit te brengen, sloeg de twijfel bij ons toe. Er spookte volgens mij te veel door ons hoofd, we hadden veel te veel vragen en zorgen: waar zouden we dat album opnemen? Met een platenlabel? Zie je, zo konden we uren doorgaan."

enola: Waren jullie dan zo onzeker?
Memon: "Hoe zou jij zelf zijn? Het was nu of nooit. Aan de ene kant wilden we dat album wel opnemen, maar dan moesten we alles laten vallen en ons honderd procent concentreren op Fanfarlo. Waren we daar wel klaar voor? We werkten nog, en vreesden dat we gedoemd waren te mislukken. Uiteindelijk zijn we naar Amerika getrokken en hebben we met Peter Katis als producer Reservoir opgenomen. Eigenlijk is het album dus al twee jaar klaar, maar we hadden geen platenfirma. Hoe meer we door Amerika trokken, hoe meer platenfirma’s echter interesse toonden. Het heeft lang geduurd, maar het hard werken heeft zijn vruchten afgeworpen."
Beckenham: "Het is vooral merkwaardig dat veel mensen denken dat we uit de Verenigde Staten komen omdat we daar veel optreden, wat ook een bewuste keuze van de platenfirma is. Er werd vooral gefocust op Amerika, op de tweede plaats kwam het Verenigd Koninkrijk, toch onze thuisbasis. Reservoir ligt er nu een jaar in de winkels, het voelt dus best vreemd aan dat het album hier nu pas uitkomt. We zien Europa als een belangrijke factor voor de toekomst."

enola: Jullie spelen de meeste songs van Reservoir nu al meer dan twee jaar, begint dat niet te vervelen?
Memon: "Ach, we spelen al onze songs nog steeds even graag, vooral omdat we live meer kunnen experimenteren. Er staan wel tracks op het album die we nu anders zouden aanpakken. Om eerlijk te zijn; sommige waren niet eens volledig af toen ze werden opgenomen. Het zijn de kleine details die we nu zouden verbeteren, maar het blijft ons debuut hé. Perfect kon het nooit zijn."
Beckenham: "Heb je daarnet bij "Luna" opgemerkt dat we het tweede deel van het liedje veel sneller beginnen te spelen? Het publiek begint op een bepaald moment zo enthousiast mee te klappen dat wij automatisch een versnelling hoger schakelen. Amos moest daar in het begin aan wennen, maar hij heeft een onvoorstelbare evolutie gemaakt als drummer. Drie jaar geleden waren we veel te overmoedig doordat alle fans op hun beurt zo enthousiast waren. We hielden ons te veel met het volk bezig, niet met ons spel. Dat is beter nu."

enola: Wat me opviel tijdens jullie optredens was vooral hoe het vertrouwen dat twee jaar geleden ontbrak nu duidelijk wel aanwezig is.
Memon: "Meen je dat? Goed om dat te horen. Er is ontzettend veel veranderd. We hebben nu veel meer een emotionele band met elkaar; iedereen weet tot wat de anderen in staat zijn, we kennen elkaar door en door. We proberen steeds een mooi resultaat neer te zetten als collectief, ook al heeft er iemand een mindere dag. Vroeger had niemand in de groep een plan. Het was gewoon: optreden, naar huis gaan en slapen. Meer niet. Onze ingesteldheid is anders nu."
Beckenham: "We proberen een lijn in onze optredens te vinden, we zoeken een bepaalde flow. Ik besef nu ook dat je fans moet winnen door op te treden, al was het maar door de economische crisis. Vroeger waren we blij als we ergens mochten optreden, maar ik denk dat we toch wat met de handrem op speelden. Mentaal hebben we zoveel stappen vooruit gezet, eigenlijk zijn we nu pas echt volgroeid. Er is een soort van romantiek met een grote ’R’ tussen ons, iets melancholisch of poëtisch dat bij onze muziek hoort."

enola: Het valt op dat jullie veel verwijzen naar vroeger, toen jullie nog met zessen waren. Zoeken jullie opnieuw een zesde lid?
Memon: "Vorig jaar hebben we zes verschillende gitaristen uitgeprobeerd, elk met zijn eigenheid. Dat was pure tijdverspilling omdat we met z’n vijven zo hebben leren spelen dat een elektrische gitaar overbodig is. We moesten de liedjes opnieuw aanpassen opdat die extra gitarist toch iets kon bijdragen. Beetje silly, niet? Ik wil niet opnieuw met zes spelen, behalve als we de strijkers zouden uitbreiden. Stom? Ach, het hoort bij onze job en we hebben er veel uit geleerd. Ik vraag mij nu af waarom we met die zes gitaristen hebben gespeeld."
Beckenham: "Een elektrische gitaar kan ons veel grootser laten klinken, maar het past niet binnen ons profiel. Misschien hadden we de indruk dat we terug moesten naar een zeskoppige groep, maar terwijl we met die gitaristen speelden, voelde ik dat er iets niet klopte. We gaven meer een show dan een optreden. Met hoe meer muzikanten je gaat spelen, hoe minder je van de muziek gaat horen. Ik heb nog niemand horen klagen over het feit dat we met vijf zijn, en het heeft zijn voordelen, niet?"

enola: Bij uitbreiding van de groep zouden jullie nog meer naar Arcade Fire en Beirut lonken.
Beckenham: "Die link met Beirut wordt makkelijk gelegd door die trompet in "The Walls Are Coming Down", hé. We moeten wel toegeven dat Zach Condon één van de weinige muzikanten is die een referentie is geweest voor Simon. Hij is beginnen schrijven op het moment dat Beirut begon door te breken met dat slepende folkgeluid op Gular Orkestar. Het grote verschil tussen mijn trompetspel en dat van Zach is dat we met Fanfarlo meer neigen naar de Mariachi, de Latijns-Amerikaanse trompetten. Beirut lonkt meer naar de Balkan, en Oost-Europa. Ik zou dus niet zeggen dat we een zigeuner folkband zijn (lacht)."
Memon: "Nu we toch over "The Walls Are Coming Down" bezig zijn. Simon schreef dat nummer oorspronkelijk met een ukelele, een instrument dat ook bij Beirut veel voorkomt. Eerlijk: Simon is opgegroeid met die ukelele, het was zijn allereerste instrument. Ik ben er zeker van dat hij met een ukelele is beginnen spelen voor Zach Condon of wie dan ook dat deed. De pers zal ons altijd vergelijken met Arcade Fire en Beirut, dat is nu gewoon zo. Zij zijn bekender geworden dan ons, maar daarom hebben zij dat geluid niet uitgevonden. Ik zeg ook niet dat wij dat wel hebben uitgevonden, maar er was zeker ook iemand voor hen."

enola: Jullie teksten zijn behoorlijk poëëtisch. Is er een bepaald thema dat de bovenhand heeft?
Memon: "Water. Het album heet Reservoir, en dat is ook het centrale punt. Verder gaan veel van onze songs over water, hoe vreemd dat ook mag klinken. Denk aan "Drowing Man", "We Live by the Lake" en "Ghosts". Dat gaat over een dorp dat naast een dam was gelegen, tot die op een bepaalde dag was ingestort. De inwoners weigerden hun huizen te verlaten tot ze stierven. Ze zijn meegesleurd door het water, maar hun geesten zijn nog steeds aanwezig."
Beckenham: "Simon is eigenlijk opgegroeid in een Zweeds woud, nabij een rivier. Hij was gefascineerd door het woord reservoir, en het creëren van een kunstmatig lichaam uit water. Al de metaforen en analogieën in de teksten verwijzen steeds naar dat thema. Het is best eigenaardig, vooral omdat niemand aan dat thema denkt en begrijpt waarover Simon eigenlijk zingt. We zijn mysterieus, ja." (schaterlacht)

enola: Wat is dat mysterie van Fanfarlo dan?
Memon: "Het grote verschil met de meeste bands is dat wij meer referenties hebben dan de muziek alleen. We luisteren veel naar muziek, maar dat is enkel om ons bezig te houden. Neem nu Arcade Fire, we horen ook wel dat ons geluid heel erg bij dat van hen aanleunt, maar het is geen referentie geweest. Fotografie, filosofie en kunst zijn de belangrijkste zaken waar ik mij aan optrek. Muzikaal leer ik het meest van een filmsoundtrack, echt waar."
Beckenham: "We gaan op ons gevoel af. Noem ons geen copycats want we zijn meer dan dat."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =