Daniel Johnston :: Is And Always Was

Meer dan 25 jaar geleden kreeg hij een mokerslag van de molen, maar nog steeds bezorgt hij met de regelmaat van de klok concertzalen over de hele wereld kippenvel: Daniel Johnston is en blijft een opmerkelijk artiest. Met Is and Always Was, zijn eerste studioplaat sinds Fear Yourself uit 2003, heeft hij een oerdegelijke nieuwe plaat uit.

First things first: de release van Is And Always Was dateert alweer van oktober vorig jaar. Aangezien dit plaatje om nog steeds onopgehelderde redenen toen door de mazen van het muzikale net glipte, komt deze recensie dus rijkelijk laat,maar met de passage van Johnston op het Dominofestival in het vizier (op dinsdag 13 april in de AB) misschien toch nog mooi op tijd. Met Is And Always onder de arm belooft dit immers nu al een memorabel concert te worden (al weet je met Wacko Daniel natuurlijk nooit).

Is And Always Was is namelijk een sterke plaat. Het is niet zo dat Johnston plots een radicale muzikale koerswijziging etaleert (Johnston als hiphopper: het idee alleen al) of zichzelf op miraculeuze wijze heruitvindt. Nee, Is And Always Was is vintage Johnston. Dat wil zeggen: scherpe popnummers over de vele schaduwkanten van de liefde (het door merg en been gaande “Without You”), zijn passie voor rock-’n-roll (het vlijmscherpe “Fake Records of Rock’n Roll”) of zijn allesoverheersende ziekte (het bloedeerlijke “I Had Lost My Mind”), in korte, simpele popsongs gegoten en doorspekt met ’s mans typische tongval.

Waarin verschilt Is And Always Was dan wel van pakweg Fun (uit 1994)? Simpel, dit album klinkt gewoon afgewerkter, coherenter, uitgebalanceerder, kortom: beter dan veel van zijn vorige studioplaten of huisvlijtcompilaties. Johnston wordt op deze plaat dan ook geruggensteund door een strenge, stabiele mentor. Producer Jason Faulkner (Paul Mc Cartney– , Beck, Aimee Mann, e.a.) zorgt met zijn gitaar, bas en keyboardspel in zowat alle songs voor een solide basis waarboven Johnston zich naar hartelust kan uitleven.

En dat het daarbij verdorie vooruit mag gaan! Er zijn maar weinig rustpunten op dit plaatje. Uitzonderingen daar gelaten als “Tears”, waarin Johnston naar goede gewoonte enkele keren flink van de toonladder dondert, en de gezapige, ietwat richtingloze afsluiter “Light Of Day” (“Falling in love with you/ I didn’t know what to do/ laugh or crie/ do or die”) , rockt Daniel Johnston op deze plaat als zelden tevoren. Of het moest die keer in de AB zijn, met superfan Bent Van Looy aan zijn zijde.

In “Fake Records Of Rock’n Roll” (“they listen all day and they just don’t know”) stelt Johnston alle fake poses aan de kaak, terwijl de goesting om te zingen van het nummer afspat. Net zo in het frivool voortrazende “Freedom” of aanstekelijk wiegende “High Horse”. In het kinderlijk onschuldige “Queenie The Dog” komt de Fernand Goegebuer in Wacko Daniel dan weer iets te prominent naar boven om van een hoogtepunt te kunnen spreken.

Zowel in opener “Mind Movies” (“I’m just a psycho trying to write a song”) als in het scheurende “I Had Lost My Mind” refereert de manisch-depressieve Johnston bovendien erg gevat zijn aan eigen labiele gemoedsgesteldheid. Zelfrelativeringishet begin van alle wijsheid.

De rake teksten, Johnstons spelplezier en de oerdegelijk muzikale omkadering maken van Is And Always Was een hoogst aanbevolen album. Wie Daniel Johnston nog altijd niet aan de borst heeft gedrukt, zal het ook nu niet doen. Maar voor wie nooit eerder een Daniel Johnstonalbum hoorde, zou dit wel eens een ideale instap kunnen zijn. U zal het zich alvast niet beklagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 17 =