Zelienople :: Give it up

De laatste galm is nog niet uitgestorven wanneer de geesten voorzichtig terugschuifelen naar hun rustplaats. Een spookstad kreunt onder zijn eigen verlatenheid en laat de alles overwoekerende natuur zijn gang gaan. Wie is er immers om hier een halt aan toe te roepen? Wie zal het geluid opvangen van de boom die in een verlaten bos valt?

Twee jaar na het als een herinnering verder levend His/Hers treedt Zelienople opnieuw uit de schaduw om vanuit de schemering zijn laatste studioalbum Give It Up voor te stellen. Een titel die niet op de ambitie slaat om de stoffige boeken te sluiten maar wel de desolaatheid en troosteloosheid van het bandgeluid verwoordt, net zoals de hoesafbeelding een woordeloze uitdrukking is van het gevoel dat de band muzikaal weet over te brengen. Gracieus en beheerst maar ook voorbij hoop en verlossing, als een verdriet dat waardig gedragen wordt.

Het is een droefenis eigen aan het strijken der jaren en het (zichtbare) verouderen dat illusies inruilt voor pragmatisme en/of verbittering. “Aging” is de echo hiervan, doorgroefd en getekend. Het is slowcore met new wave-invloeden die een intensieve valium- en anti-depressivakuur ondergaan en daardoor schuifelend door verlaten gangen dwalen. De stemmen die te horen zijn (“How did we get this way?”), leven alleen in de eigen herinnering verder en zijn verloren getuigen van wat ooit was. Sferen primeren eens te meer op melodie, song en structuur. Een richtingloze brij is het allesbehalve geworden, veeleer een schets van dementie en verval.

“Can’t Stop” gaat op eenzelfde elan verder, zij het krachtiger van toon. Het is een naar zichzelf refererend en herhalend nummer geworden, een donkere repetitieve mantra die zijn opbouw verbergt achter een sluier van sfeerklanken. Gratuit klinkt het evenwel nooit, daarvoor is de song te imposant en met zijn negen minuten te nadrukkelijk aanwezig. De niet ingewilligde wens “All I Want Is Calm” dient zich daarna als een naar de normen van de band uptempo-nummer aan. Boosdoener van dienst is de drum/percussie die zichzelf veel meer in de kijker zet dan bij de vorige nummers en de song zo naar de grenzen van de loutere sfeerschepping brengt en dichter bij “reguliere songs”.

Al maakt “Water Saw” daar meteen opnieuw komaf mee. Het is een ambient track, gotische electro gebracht door een band die bij “echte” instrumenten zweert en beelden van verlaten kathedralen oproept. Voormalige gebedshuizen die hun doel verloren hebben en een huis van schimmen vormen. Het geloof moet gevonden worden “I Can Put All My Faith In Her” dat uit de duisternis treedt zonder in het licht op te gaan. Ligt het aan de houten percussie, heldere bellen of gewoon de zwevende zang dat het nummer een houvast en ankerpunt vormt waarmee “Little Little Eye-Full” aan de slag kan gaan?

Want ondanks zijn niet te ontkennen atmosferische inslag zijn er wel degelijk reguliere songstructuren in te ontwaren. Het nummer is een rocksong, zij het eentje dat zo vertraagd en vervormd gespeeld wordt dat het nauwelijks nog te duiden valt. “Flurry” daarentegen verbergt zijn natuur niet, de geluidscollage vormt een rustpauze en overstap naar het laatste nummer, “All Planned”, dat zichzelf niet beperken wil tot sfeerschepping en onderhuids Low-invloeden toelaat alsof Alan Sparhawk finaal zijn laatste remmingen losgelaten heeft.

Give It Up is — zoals meerdere albums van Zelienople — een logisch eindpunt voor slowcore en new wave. Het neemt de atmosferische klanken en slepende invalshoek van voornoemde genres en denkt ze door tot het tegen de grenzen van de loutere ambient en sfeer aanbotst. Het zijn klanktapijten met een rockattitude of rocksongs die opgaan in de gevoelens van desolaatheid die ze willen oproepen. Het album is een verzameling van echo’s en schimmen die nooit het verlangen opwekken hun vaders te kennen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 4 =