Tom Waits :: Glitter and Doom Live

ANTI, 2009

Bijna twee jaar geleden was het the talk of town onder de
fans van Tom
Waits
: hun held ondernam een nieuwe tournee. Diezelfde fans
wisten echter ook meteen wat ze zich hierbij moesten voorstellen:
hoewel Waits over genoeg naam en faam beschikt om de Vorst
Nationaals van deze wereld te vullen, koos Tomcat opnieuw voor een
bescheiden, heel exclusieve aanpak in kleine maar stemmige
schouwburgen. Met data op zeven Europese locaties was ‘Glitter and
Doom’ naar zijn normen nog een relatief uitgebreide tournee, maar
opnieuw was de vraag naar tickets een veelvoud van het aanbod. Een
concert van Tom Waits is een belevenis die voor niet al te veel
mensen is weggelegd, zoveel is zeker.

Voor de fans die naast een kaartje grepen (naar schatting 99,9% van
het totaal) is er nu echter ‘Glitter and Doom Live’, een
verzameling opnames uit tien verschillende concerten. Zonder trouwe
kompaan Marc Ribot dit keer, wél met zonen Casey en Sullivan Waits,
respectievelijk op drums en klarinet. Wie echter denkt zonder de
grillige Ribot maar een gezapige, oninteressante concertregistratie
in huis te hebben, moet weten dat dit buiten de waard gerekend is.
Opener ‘Lucinda’ vergt al meteen wat aanpassing voor wie de
plaatversie van op ‘Orphans’ gewend is. Waits briest, snuift en
hijgt zich een weg door het nummer, en zal daar de rest van de
plaat maar zelden mee ophouden. Hij gaat naadloos over in ‘Ain’t
Goin’ to the Well’, ook hier in een versie met nog meer weerhaakjes
dan we al gewend zijn.

Meer dan een uur lang blijft de klemtoon op het nieuwere werk
liggen, vooral van op ‘Bone Machine’ en ‘Real Gone‘. Hits
hoeven we hier niet te verwachten, maar dat is ook het punt niet.
De songkeuze lag op elk concert van ‘Glitter and Doom’ anders, maar
op deze registratie krijgen we een heel mooi overzicht van alle
capaciteiten van ‘s mans unieke, heel expressieve stem. Dat Waits
er naast zijn muziekcarrière ook een respectabel aantal filmrollen
op nahoudt, is allerminst toeval. Zeker ‘Live Circus’ is in dit
opzicht een goed voorbeeld. Tom speelt een doortrapte
circusdirecteur die een even griezelig als hilarisch overzicht
geeft van alle freaks in zijn stal. Ook op ‘I’ll Shoot The Moon’ is
stand-up comedy niet veraf.

Op de tweede disk van ‘Glitter and Doom’ vinden we ‘Tom Tales’, een
35 minuten durende compilatie van bindteksten. De onderwerpen gaan
van de anatomie van gieren over het gerucht dat Buzz Aldrin op de
maan urineerde tot gsm’s met camera’s (‘What’s wrong with having
something that’s just what it is and being happy about it?’). Een
leuk extraatje, maar enkel de hardnekkigste fans zullen dit meer
dan een keer beluisteren. Tussen de andere nummers waren deze
intermezzo’s misschien beter op hun plaats geweest, want nu lopen
ze daar toch maar wat verloren.

Waits mag dan al even veel verteller als zanger zijn, toch slaagt
hij er ook op ‘Glitter and Doom’ bij momenten in om ons te
ontroeren zoals maar weinig artiesten dat kunnen. ‘In the
Neighbourhood’ van op ‘Swordfishtrombones’ blijft onze favoriete
tranentrekker, maar ook de nieuwe live-versie van ‘Fannin Street’
is ronduit geweldig. Van een groot vocaal bereik zal niemand Tom
Waits ooit beschuldigen, maar het gaat door merg en been.

Waits begint volgend jaar aan het vijfde decennium van zijn
carrière. Zijn grillige carrière lijkt er alleen maar boeiender op
te worden. Easy listening is het bij momenten allerminst, en wie ‘s
mans oeuvre enkel kent van ‘Martha’ zal al snel naar de uitgang
hollen. Maar zoals bij Waits’ al zijn ‘moeilijke’ platen loont het
absoluut de moeite om mee te gaan in zijn imaginarium. En bij de
volgende tournee staan we met z’n allen gewoon nóg vroeger op om
aan tickets te raken.

www.tomwaits.com
www.myspace.com/tomwaits

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 7 =