Tim Knol :: Tim Knol

Hij lijkt een beetje op Chris uit Family Guy. Tim Knol heet de knul. Hij brengt sixtiespop en nedericana, waarbij zijn naam de afkomst verraadt. Maar wat klinkt dit debuut internationaal en volwassen. Nu al, want Knol is amper twintig.

In Hoorn, hoog boven de Moerdijk, vond Tim Knol in de platenbakken van zijn vader de onderbouw en zelfs de gevel van zijn repertoire (denk richting Gram Parsons). In België heeft Tim Knol nog niet veel inkt doen vloeien, maar in Nederland staat de natie achter hem. Excelsior Recordings, nest van onder andere Spinvis en De Staat, nam hem onder de vleugels. Knol kan ook rekenen op bandleden van Johan en Do-The-Undo, onder wie de gerespecteerde gitarist Anne Soldaat, die ook het nummer "Only Waiting" voor dit debuut schreef.

Knol houdt zich als een Amish uit de buurt van alles wat vernieuwend is en op zich zou dit debuut ook niet veel stof doen opwaaien, ware het niet dat de jonge liedjesschrijver er een patent op heeft om muziek te maken die zich even gemakkelijk en ongegeneerd in uw oor binnenwerkt als een stofzuigerverkoper in uw woonkamer. "Clean Up" is meteen een vastberaden voet tussen de voordeur en zorgt ervoor dat sommige flarden tegen het einde van de dag nog steeds de uitgang van uw hoofd niet gevonden hebben.

Het gejaagde en op country drijvende "Sam" is zo mogelijk nog radiovriendelijker: "Sam’s leavin’ on a midnight train / Holes in his shoes, holes in his brain". Net zoals in de Italiaanse keuken wordt gebruik gemaakt van eenvoudige ingrediënten maar is het resultaat meer dan geslaagd: de subtiele orgelklanken, katachtige gitaaruithalen en strijkers tijdens de breaks, dit is gewoon een knappe compositie. Het aansluitende "Sounds Familiar" schakelt een versnelling terug en is de ideale manier om de dag te verteren. De lap steel (of schootstaal in het nedericaans, zo u wilt) wordt van stal gehaald en verkent verder de driehoek tussen contry, americana en pop.

De jonge singer-songwriter smeert zijn ambitie breed uit over 14 songs en dat zijn er misschien net een paar te veel, als dat een punt van kritiek mag zijn. Slechte songs zijn er niet onmiddellijk aan te kruisen, maar een half uur ver en wanneer de potentiële singles even achter ons liggen, wordt het iets moeilijker om de aandacht erbij te houden en de nummers uit elkaar te houden. U weet wel: toch nog even de tracklist erbij nemen. Oh ja, dat handclap-ritme komt uit "When I Am King" en die nananananaaaa’s maken "Me & A Lot Like You" eigenlijk wel herkenbaar. Maar misschien volstaan nog een paar luisterbeurten om ons ook in de kelder van deze plaat thuis te voelen.

Het zou makkelijk zijn om "Silverman Hotel" Dylanesk te noemen, maar eigenlijk is het gewoon een goed in het oor liggende song waar je snel vriendjes mee wordt. Knol beschikt over een matte stem die in een dienarenrol kruipt van de vaak fraaie arrangementen. Het geheel kleurt misschien zelden buiten de lijntjes en is zelden baanbrekend, maar wie op jonge leeftijd al zo consequent en aangenaam een plaat weet te vullen, gaat hoogstwaarschijnlijk een mooie toekomst tegemoet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =