Kapitan Korsakov :: Well Hunger

Kinky Star, 2009

Een paddestoelwolk hangt boven de speakers, de verf bladdert van de
muren, de weeë geur van zwavel kringelt omhoog en het is al een
beetje in onze broek. Het Gentse trio Kapitan Korsakov heeft z’n
eerste plaat uit en we zullen het geweten hebben. Het moet van Tim
Vanhamel en co geleden zijn dat we een debuterende band zo gretig
hebben weten klinken. De cynische humor van Mclusky, de noise van
de vroege Sonic
Youth
, de vettigheid van Melvins en de
gruwelijk misvormde klanken van, uiteraard, Millionaire: Kapitan
Korsakov vreet het allemaal op en kotst z’n gal uit op hun eerste
langspeler. Het resultaat heet ‘Well Hunger’, een muilpeer die uw
tanden onzacht van hun glazuur ontdoet. Auch!

En een producer als Josh Homme heeft Kapitan Korsakov daarvoor niet
nodig. De DIY-aanpak van deze onheilige drievuldigheid spat al van
bij de mokerslag ‘When We Were Hookers’ uit de luidsprekers. De
sound scheurt, rammelt en kraakt dat het een aard heeft, maar die
rudimentaire, bijna amateuristische inslag vormt geen zwaktebod.
Wel integendeel, door de overstuurde sound vat ‘Well Hunger’
moeiteloos de ranzige sfeer van KKK’s optredens én de essentie van
kervende noiserock: ongepolijste en pure emoties vanuit de
onderbuik.

‘Well Hunger’ is dus vooral een morsige, maar verpletterende plaat.
Vuige parels voor én door zwijnen. Pieter-Paul Devos rochelt een
plaat lang withete razernij op terwijl drummer Jonas Van Den
Bossche en bassist Pieter Van Mullem met het schuim op de lippen op
uw nieren timmeren. Met ‘When We Were Hookers’, ‘Sylvie’ en
‘Sinksleeping’ levert die furie nog verrassend songgedreven en
straightforward stroomstoten op, maar de waanzin loert overal om de
hoek.

Klonk Millionaire op ‘Paradisiac’ pas op het eind écht pisnijdig
(‘Wake Up The Children’, ‘A Face That Doesn’t Fit’!!!), dan legt
Kapitan Korsakov de luisteraar vanaf het begin al over de knie. In
‘Wild Smile’ schreeuwt Devos als een psychiatrische patiënt z’n
keel totaal total loss, maar de sfeer wordt pas helemaal ranzig bij
‘Cosy Bleeder’, ‘Fuck Me’ en ‘The Looder’; drie muzikale snuff
movies die alle barrières overboord gooien en compleet over de
rooie gaan. Straf om te horen hoe Kapitan Korsakov met een uiterst
beperkt budget erin slaagt om verontrustend en ronduit gevaarlijk
te klinken. Nee, ‘Well Hunger’ is geen plaat voor uw volgende
etentje bij kaarslicht, op het volstrekt overbodige akoestische
niemendalletje ‘Untitled’ na dan.

Dat Kapitan Korsakov alle conventies in het gezicht spuwt, bewijst
de band op het einde van de plaat nog eens met verve. Afsluiter
‘Sheep Dip’ duurt met z’n 48 minuten namelijk langer dan de negen
voorgaande tracks samen. Het is meteen ook een epische synopsis van
hun overstuurde sound die kan tellen. Een ware aanslag op uw
synapsen en een dolle, maar vermoeiende helletocht waar die van
Bunny Munro (zie Nick Cave’s laatste schrijfsel) bij verbleekt.
Enkel te beluisteren met het telefoonnummer van uw psychiater
binnen handbereik!

Kapitan Korsakov is duidelijk te nemen of te laten, een gulden
middenweg is er niet. Compromissen krijgen een middenvinger in het
gezicht geduwd en radiovriendelijkheid mag het al helemaal
ontgelden. Het songmateriaal mag dan niet allemaal even kickass
zijn, maar attitude, gewelddadige eerlijkheid en welja, honger
hebben de Gentenaren te koop. Het levert een plaat op die vettiger
klinkt dan een dubbele Bicky met extra saus. Een cultstatus is in
de maak!

www.myspace.com/kapitankorsakov

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + zeventien =