In Vain :: Mantra

Indie, 2010

In Vain is een Noorse band die haar tweede cd uitbrengt op het even
Noorse Indie Records. Dat is een eigenzinnig huis met een
voorliefde voor tegendraadse bands van eigen bodem. In Vain voldoet
in ieder geval aan die twee voorwaarden. Hoe ‘Mantra’ door de
kwaliteitscontrole van de Indie-mensen is geraakt, is me toch een
beetje een raadsel. Oppervlakkig gezien is er niets verkeerd met
dit album. Goede productie en mix, foutloos spel en gevarieerde
muziek; soms kan dat genoeg zijn. Na een paar beluisteringen geeft
de plaat mij echter een ongemakkelijk gevoel, alsof ik iets gemist
heb of iets niet begrijp. Dat gevoel is ook nooit weggegaan. Het is
dus met wat voorbehoud dat ik verder schrijf, maar goed, de plicht
roept.

Wat ik het meeste mis bij het luisteren naar ‘Mantra’ is samenhang
en diepgang. De negen nummers nemen 66 en een halve minuut van je
leven in beslag. Daarin werd dan besloten om per nummer ongeveer
drie of vier keer een andere stemming of stijl te kiezen. Dat is
niet altijd eenvoudig om te volgen. In Vain mengt vrolijk
verschillende metalgenres door elkaar, en werkt die mix verder af
met o.a. postrock, stoner, psychedelica en prog. Het enige volledig
coherente nummer is ‘Ain’t No Loving’, een stukje blues van nog
geen twee minuutjes. De overige nummers nemen zoveel bochten dat
een kat haar jongen er niet meer in terugvindt. De meeste bands die
graag caleidoscopisch te werk gaan, hebben wel een “oerstijl” die
nog doorschemert in de meer complexe nummers. Dat is althans zo bij
Orphaned
Land
, Opeth of Amorphis. Bij In Vain
zou ik het niet preciezer durven zeggen dan: metal, waarschijnlijk
toch.

In het eerste kwartier worden we muzikaal gebombardeerd met
theatrale heavy metal, protserige keys incluis, nihilistische black
doom, traditionele Zweedse deathmetal, een streepje stonerrock,
melancholische folkmetalpassages en dat stukje blues waar ik het al
over had. De muziek gaat vergezeld van een even grote variatie aan
vocale stijlen, die jammer genoeg niet altijd even toonvast
klinken. De volgende vijftig minuten krijg je dezelfde en nog
andere stijlen terug op je bord. In ‘Wyakin’ wordt er geflirt met
een Indianenlegende en stamgezangen, maar samen met de van Iron
Maiden gejatte riffs voel ik eerder de grote lachbui dan de Grote
Geest in mij opkomen. Ik heb bij mijn promo-mp3’s geen boekje
gekregen, maar daar zou best eens een quizje in kunnen staan: “Zet
de juiste bands bij ieder In Vain-nummer”. Veel fragmenten zijn
immers niet slecht maar wel te oppervlakkig of te duidelijk
geïnspireerd door een ander om echt beklijvend te zijn. Dat is best
jammer, want uiteindelijk zijn het goede muzikanten en af en toe
kunnen ze best wel sfeer scheppen.

‘Circle of Agony’ bijvoorbeeld is tot over de helft een degelijk
doomdeath nummer met een pakkend melancholisch sfeertje. Het wordt
echter verneukt door een nietszeggend progrock-bruggetje en een
wegdeemsterende akoestische passage die zelfs voorzien is van
stroperige strijkers. Waarom niet gewoon stoppen na vijf minuten?
Het voorlaatste nummer, ‘Sombre Fall, Burdened Winter’,
onderstreept alles wat hierboven staat nog een keer. Het is een elf
minuten durend nummer dat grotendeels bij elkaar geschreven is met
riffs van Isis of Cult of Luna,
inclusief de dierlijke brul van Aaron Turner. Het is een stijl die
we nog niet hadden gehoord maar die ook totaal niet past bij
hetgeen voor de rest wel op de cd staat. De riffs worden
uitgemolken zonder dat er echter een hypnotisch effect vanuit gaat.
Halverwege is er een semi-akoestische break die opgeleukt wordt met
een trompet, die zelf ook niet lijkt te weten wat die daar juist
doet. Allesbehalve een topper dus. Het album sluit af met wéér iets
van een heel andere geaardheid. ‘Wayfaring Stranger’ is een
akoestisch folkduetje dat zo Isbells van de radio kan verdrijven.
Rare jongens, die Vikings.

‘Mantra’ is enerzijds door de lengte en de immense variatie een
veeleisend album, maar anderzijds kan je er ook rap mee klaar zijn
want niets blijft echt hangen. Het tempo wordt vaak gebroken door
te lange akoestische stukjes of een te geforceerde combinatie van
zang en gitaarstijlen. Misschien dat er wel ergens progrockfans
zijn die een ratjetoe van allerlei licht en zwaar verteerbare
stijlen wel lusten, voor mij is het echter prak met een flauwe
smaak.

www.myspace.com/invainno

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + elf =