Invictus




Nelson Mandela is als filmpersonage al gespeeld door onder
andere Danny Glover, Sidney Poitier, Dennis Haysbert en nu Morgan
Freeman, waarmee hij zich heeft ontwikkeld tot het
prestigepersonage bij uitstek voor elke zwarte acteur die zichzelf
wil bewijzen. Het is nu enkel nog wachten tot Eddie Murphy eens een
komedie wil maken over een met flatulentie worstelende
Zuid-Afrikaanse president. Al die filminterpretaties hebben echter
één ding gemeen: ze laten zichzelf verlammen door hun respect voor
de echte persoon. De gemiddelde film-Mandela is niet zozeer een
menselijk wezen, als wel een vat vol wijsheden dat volkomen immuun
is voor elke vorm van zwakheid. Al wat hij zegt, is dan ook
doordrongen van nobele intenties en al wat hij doet, een
onzelfzuchtige heldendaad ten dienste van zijn volk. Niet dat
Mandela dat respect niet verdiend zou hebben – je zult maar eens 27
jaar in de bak hebben gezeten om daarna de verantwoordelijken zelf
vrij te pleiten – maar als je een boeiend drama in elkaar wil
steken rond zo’n persoon, dan kom je doorgaans niet erg ver. Hoe
maak je immers een film over een icoon? Morgan Freeman liep
ongeveer een decennium lang rond met het idee een prent over de man
te maken, maar noch hij, noch zijn regisserende buddy
Clint Eastwood, heeft dat probleem kunnen oplossen. Ondanks alle
goede bedoelingen (en echt: die druipen er van af), is ‘Invictus’
dan ook weinig meer geworden dan een zoveelste heiligenportret.

Het is 1995 en Zuid-Afrika speelt gastland voor de wereldbeker
rugby. Voor de meeste zwarte Afrikaners is het (vrijwel uitsluitend
blanke) nationale team, de Springbokken, een relikwie van de
Apartheid – als ze al naar wedstrijden gaan kijken, dan supporteren
ze voor de tegenspeler. Maar Mandela ziet in de wereldbeker een
kans om de eenheid van zijn land te vergroten. Hij manipuleert
kapitein François Pienaar (Matt Damon) om met zijn ploeg naar de
townships te gaan en daar zwarte kinderen het spel aan te
leren. Hij maakt actes de présence op matchen en gebruikt alle
middelen die hij heeft om het imago van de Springbokken op te
krikken – wat eens een symbool was voor de onderdrukking van het
verleden, wordt nu een symbool voor de eendracht van de
toekomst.

Nou, als dàt allemaal niet verheffend en geheel oecumenisch
verantwoord klinkt, dan weet ik het ook niet meer. ‘Invictus’ zit
zo afgeladen vol met overduidelijk inspirerend bedoelde momenten en
recht uit de ziel gescheurde speechen, dat je eerder het gevoel
hebt in een mis te zitten dan in een cinema. In feite zijn er twee
belangrijke struikelblokken waar de film over valt. Het eerste is
de voorpelbare portrettering van Mandela als goedheiligman, die
continu edelmoedigheid lekt uit al zijn porieën en
lichaamsopeningen. Die eindeloze adoratie verhindert dat hij als
personage tot leven komt – naar het einde toe krijgen we hier en
daar toch een kort menselijk momentje, zoals één waarin hij een
krat wijn inzet op de uitslag van de finalematch, maar verder gaat
het niet. Voor het overige is hij een wandelend, pratend symbool
voor al wat goed is. En symbolen kunnen heel mooi en nuttig zijn,
maar als hoofdpersonage voor een drama ben je er maar weinig mee.
Freeman speelt hier de rol waarvoor hij geboren is en slaagt er in
om ons te doen vergeten dat hij het accent en de fysieke maniertjes
van iemand anders aan het imiteren is, maar uiteindelijk blijft hij
een afgod spelen – iemand die eerder bewondering dan sympathie
oproept.

Het tweede grote probleem is dat het scenario blijft steken in
algemeenheden. Eastwood wil een film maken over het conflict tussen
blank en zwart in het recent democratisch gemaakte Zuid-Afrika, en
hoe Mandela de wereldbeker rugby heeft gebruikt om dat conflict te
helpen oplossen. Oké, prima. Maar “blank” en “zwart” zijn geen
personages, waardoor we ook niet met hen kunnen meeleven. Wie
krijgen we wel als personages? Mandela, die door zo goed als
iedereen verafgood wordt (behalve door de zure vader van Matt
Damon, die niet verder raakt dan wat mottige opmerkingen telkens
Mandela op tv verschijnt), en Pienaar, die… nuja, die een
rugbyspeler is. En die aan het begin van de film kritiek krijgt
omdat de Springbokken te dikwijls verliezen. En dat is het dan wel
zo’n beetje. De hoofdpersonages maken in de loop van de film niet
zo veel mee – ze komen niet voor een zware crisis te staan en ze
veranderen ook niet fundamenteel van karakter. Dat houdt in dat
zowat alle personages 134 minuten lang staan te praten over hoe
belangrijk de rugbyploeg wel is voor het land en hoe groot de
eenheid is die de wereldbeker naar Zuid-Afrika brengt, maar dat
daar niet veel van gedramatiseerd wordt. Het wordt ons verteld,
maar we voelen er niks van. Elk goed filmverhaal is gebaseerd op
het principe van een personage dat op de één of andere manier een
crisis doormaakt en wanneer de crisis ten einde is, is ook de film
gedaan. ‘Invictus’ wil dat personage blijkbaar vervangen door een
heel land, en dat werkt dus niet. De boeiendste verhaallijn is
ongetwijfeld die rond de lijfwachten van Mandela: een
oncomfortabele mix tussen zwarten en blanke veiligheidsagenten die
enkele jaren eerder de zwarten nog verrot sloegen. Naar het einde
van de film toe leren ze elkaar toch waarderen en vertrouwen – die
plotlijn werkt, omdat Eastwood daar doet wat hij in de rest van de
film veel te weinig doet: hij dramatiseert in plaats van te
prediken.

Het gevolg is dat we een rechtgeaarde film vol goede bedoelingen
krijgen, die na een uurtje echter behoorlijk langdradig begint te
worden. Eastwood schuwt het cliché en het melodramatische bombast
overigens niet: de match tegen Nieuw-Zeeland waarmee het WK
eindigt, wordt over zo’n 20 minuten uitgesmeerd, is vrijwel
volledig in slow-motion gefilmd en (spoiler!) eindigt er natuurlijk
mee dat blank en zwart elkaar hysterisch van vreugde in de armen
vallen na de overwinning. Hilarisch hoogtepunt: Matt Damon die voor
de beslissende play zijn teamgenoten toeschreeuwt:
“The whole country is watching! This is our destiny!”

Voor wie het nog niet duidelijk mocht zijn: Nelson Mandela is
wel degelijk een hele grote meneer. Misschien is hij wel té groot
om een film over te maken, want telkens iemand dat probeert,
verkrampt hij meteen van pure bewondering. ‘Invictus’ is typisch
een film die nog duizend keer gebruikt zal worden in
godsdienstlessen overal ten lande, maar een meeslepend drama is nog
wel wat anders.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =