Triangle




Voor de dappere lezer die ook daadwerkelijk van plan is om
‘Triangle’ te gaan bekijken (respect!), er zitten een hele hoop
spoilers in deze recensie – niet dat er veel is om te
spoilen, maar toch. Drie vierde onder u leest dit soort
recensies gelukkig alleen maar voor wat goedkoop
slechte-film-bashen, dus voor u (god bless you!)
zal een verklapte twist meer of minder geen bezwaar zijn, hoop ik.
Welaan dan! ‘Triangle’ gaat over Jess (ex-‘Home and Away’-ster
Melissa George), een alleenstaande vrouw en moeder van een
autistisch kind. Jess loopt ganse dagen – en de hele film – rond
met een tronie die grote vermoeidheid en welig tierende demonen
suggereren en om haar gedachten wat te verzetten gaat ze op een dag
mee zeilen met een groepje vrienden en halve kennissen. Het
gezelschap heeft echter de pech al gauw in een – lap, het is al van
dat – mysterieuze storm terecht te komen waarbij één van hen het
leven laat en de rest hulpeloos ronddobbert tot ze worden opgepikt
door een – tja, kijk – mysterieus ogend, antiek passagiersschip.
Daar is, hoeft het nog gezegd, een en ander niet pluis.

Op enkele minuten tijd is iedereen dood, vermoord door een, euh,
geheimzinnige gemaskerde en blijft Jess over als enige
overlevende. Ze weet met wat flitsende moves en een scheut geluk
haar belager te overmeesteren en vooraleer de snoodaard van het
schip te keilen fluistert die haar nog in een griezelig bekende
stem toe dat ze iedereen moet vermoorden als ze ooit nog haar kind
wil terugzien. Terwijl ze probeert te vatten wat er nu net allemaal
gaande is, hoort ze geroep van op het zeeoppervlak: de sloep is
terug, inclusief al haar vrienden én – what the hell?
Jess zelf. Kort daarna blijkt dat er nóg een andere Jess rondloopt
op de duivelse schuit – één die niet kan wachten om iedereen naar
de zeebodem te knallen, steken of knuppelen. Wanneer iedereen nog
eens dood is, komt de sloep opnieuw aangedobberd. En opnieuw, en
opnieuw. En hoe ingewikkeld dat ook klinkt allemaal, ondertussen
had ondergetekende – intelligent als hij is – allang uitgedokterd
hoe de vork ongeveer in de steel zat.

Dat het hier gaat om een time loop, waarbij dezelfde
gebeurtenissen steeds opnieuw en opnieuw (en opnieuw en – geeuw! –
opnieuw) herhaald worden, zal iedereen ondertussen wel duidelijk
zijn. Nu, op zich is tijdreizen al een heel erg tricky gegeven om
mee te werken in film of tv (op een eenzame uitzondering als ‘Lost’
of ‘Back to the
Future’
na levert dat concept bijna uitsluitend twijfelachtige
mislukkingen op), maar het idee van een time loop is al
helemaal vragen om problemen. De grote ontknoping is immers zo goed
als altijd dezelfde: na heel wat omslachtig gegoochel met de
tijdslijn blijkt de beginsituatie – oh, grote verrassing – meteen
ook de eindsituatie te zijn, waardoor de hele film een op zichzelf
besloten geheel vormt. Daar moet je in dit geval dan wel de kanjer
van een plot hole bijnemen dat Jess al het hele verhaal
lang zou moeten wéten wat er gaat gebeuren. Ook de rest van de film
barst van de gaten, het een al wat groter dan het ander – waarom
probeert Jess bijvoorbeeld niet ‘ns om haar vrienden voor het gemak
niét uit te moorden? – en hoewel het overduidelijk is dat Morgan en
Smith zichzelf wel heel erg serieus nemen (de door piano begeleide
begingeneriek, ouch!) is ‘Triangle’ veel minder
clever dan het zelf zou willen geloven.

Het bewijs dat het de makers wel degelijk menens is, ligt in de
asgrauwe, bloedserieuze en gitzwarte toon, het ironieloze, wrede
einde, en de uitermate sadistische onthulling van de verschillende
stukjes van de puzzel. Jess blijkt – de shocker van de
prent! – een verdorven wicht te zijn dat haar autistische zoontje
slaat en meedogenloos domineert. Na een auto-ongeval waarbij ze
onrechtstreeks verantwoordelijk is voor de dood van haar kind gaat
ze op zoek naar boetedoening (maar niet naar vergiffenis, want
alles zit toch al veel te diep in de shit) en stapt ze in
de laatste scène moedwillig op de gedoemde zeilboot – terug naar
af. Maar dan, in het, euh, begin van de film, dus… tja,
dan krijgt ze blijkbaar geheugenverlies en duurt het opnieuw een
moordrondje of drie vooraleer ze doorheeft wat er nu weer precies
gaande is. In plaats van op zijn minst eens een andere strategie te
proberen, om de loop te doorbreken. Of gaat dat niet? Is
dat net het principe van zo’n loop? Awel hé:
beats the shit out of me, maar mijns inziens is er toch
een en ander grondig mis met dat principe.

De thematiek van fatalisme en de theorie van de time
loop
wordt de ganse film lang visueel onderstreept door
opdringerige shots van rondfladderende meeuwen, krabben die uit het
zand kruipen en een eeuwig op en neer deinende zee. Maar wat wil
Christopher Smith nu duidelijk maken met al dat arty farty geneuzel
en zijn loodzware onderwerpen? Joost mag het weten. Laat het vooral
duidelijk wezen: ‘Triangle’ is in feite niets meer dan een
doordeweekse slasher met grootheidswaanzin die zelfs in zijn
hoedanigheid als horrorfilm niet weet te overtuigen. Spannend of
aangrijpend, this ain’t. Mysterieus? Ja, dat wel, maar dat
krijg je nu eenmaal als je weigert om essentiële vragen te
beantwoorden – wat veroorzaakt die time loop? Wat is het
nut daarvan? Waar komt dat schip vandaan? En vooral, zouden ze ook
frieten met samurai-saus serveren op zo’n luxueuze boot? – en
beslist om het snelsnel over een slaapverwekkend symbolische boeg
te gooien. Voor de evidente eindbalans verwijs ik u dan ook gaarne
door naar het begin van deze recensie. Ha! Had u ‘m echt niet zien
aankomen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =