Braddock :: Buf

"Kort van stof, kort van benen", zo omschreef strippersonage en krachtpatser Jerommeke zichzelf ooit. Het is een typering die net zo goed op Braddocks debuut Buf van toepassing kan zijn.

Braddock mag geen nieuwe band heten. De groep is immers niemand anders dan het Limburgse Mr. Mama dat nu onder een nieuwe naam een nieuw begin maakt. Dat nieuwe begin mag overigens tussen aanhalingstekens worden geplaatst. De groep bestaat immers nog steeds uit dezelfde leden en er kan muzikaal niet van een volwaardige stijlbreuk worden gesproken. Toch klinkt Buf gebalder en krachtiger dan Mr. Mama’s Fikkas. Op dat album proefde de band van te veel verschillende stijlen waardoor een duidelijk profiel uitbleef. Liefhebbers van stonerrock, blues, hardcore en alles wat versterkers en geluidsmeters gevaarlijk in het rood drijft, vonden er hun gading maar dienden tezelfdertijd de genres die hen wat hen niet aanstonden erbij te nemen.

Het was een eclectisch ratjetoe dat Mr. Mama ervan weerhield om echt door te breken bij een nichepubliek en de band finaal deed besluiten de handdoek in de ring te gooien. Met Braddock heeft de groep duidelijk lessen uit het verleden getrokken en voor een veel duidelijker omschreven geluid gekozen. Op Buf wordt er geen ratjetoe van stijlen en genres geserveerd. De verschillende invloeden zijn weliswaar nog steeds herkenbaar maar ditmaal lopen ze het totaalgeluid niet langer voor de voeten.

Het maakt van Buf een krachtige en gebalde plaat die er op dertig minuten niet minder dan tien nummers doorjaagt en met "Hogfucker" meteen een stevige linkse uitdeelt. Het loodzware nummer staat bol van het testosteron maar klinkt tegelijk opvallend ingehouden. De spieren staan op knappen en de adrenaline stroomt door het lichaam maar de punch blijft voorlopig uit. Met "Cuss" wordt zelfs een stap teruggezet, al blijft de lucht nazinderen met niet-ingevulde beloftes van geweld. Het is een sfeer van dreiging en agressie die ook terug te vinden is in het betere werk van Rollins Band, Oxbow en The Jesus Lizard.

In het bijzonder met die laatste band vertoont Braddock gelijkenissen, al kan de metalinvloed niet worden ontkend. Zo schuren de gitaren nog steeds als slijpschijven en schreeuwt zanger Guy Peters net zoals ten tijde van Mr. Mama, al weet hij er ook een korrel/rochel (het metal/hardcore-equivalent van de smartlappensnik) in te leggen die voorheen ontbrak en soms zelfs aan de maniakale Mike Patton doet denken. In het bijzonder in het korte, uitzinnige "Huuhkaja" lijkt Peters alle demonen te ontketenen middels een enkele oerschreeuw.

Echt verrassend wordt het pas in het swingende "Bruce Springsteen" waar Peters zijn primaire gegil geregeld inruilt voor een hoogst ongemakkelijk aanvoelend declameren dat zich tussen een psychotische handelsreiziger en een onthechte godsdienstpredikant in situeert. Ook "Cadaver" springt eruit, niet alleen doordat Peters opnieuw de mogelijkheden van zijn stem verder onderzoekt maar ook omdat de band het snerpende gitaargeluid inruilt voor een lichtere klank zonder aan zwaarte in te boeten. In afsluiter "The Race Is Won" breekt de band een laatste maal schitterend met de teneur van het album.

Met Buf levert Braddock een uitstekend visitekaartje af dat zich tot een breed publiek van liefhebbers van het hardere gitaarwerk richt. Hoewel de metal- en hardcore-invloeden niet te onderkennen zijn, mag hier in de eerste plaats van zware rock worden gesproken die in het bijzonder in songs als "Cadaver" beloftevol klinkt. In 2005 verscheen de film Cinderella Man over bokser James W. Braddock wiens gevechten al even legendarisch waren als zijn recuperatievermogen, ondanks alle tegenslagen. Mr. Mama had voor zijn hergeboorte geen betere naam kunnen kiezen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − tien =