Classic of the Noughties – Artaud :: La Tour Invisible

Bflat, 2007

De albums die de afgelopen weken aan bod kwamen, deden ongetwijfeld
bij iedereen een lichtje branden of waren enigszins bekend bij een
groter publiek. Aangezien deze reeks over klassiekers handelt (een
vrij brede term), kan het ook interessant om de vaak bewandelde
paden te verlaten en wat dieper in de archiefkasten te duiken naar
andere geluiden. Vincent Artaud zal voor de gemiddelde Belgische
muziekliefhebber een nooit gehoorde naam zijn (er is geen
verwantschap met Antonin Artaud). Als men echter de blik naar het
zuiden richt, naar Frankrijk, dan blijkt Artaud een van de
belangrijkste muzikanten en producenten te zijn voor de moderne
Franse (jazz)muziek.

Het startte nochtans zeer eenvoudig voor Vincent Artaud (°1970),
door zich in te schrijven aan een plaatselijke muziekacademie om
jazz te studeren. Zoals het bij de meeste artiesten het geval was,
wekte de Franse hoofdstad Parijs al snel de interesse van de jonge
Fransman. Daar vormde hij zijn eerste kwartet en trad regelmatig op
in kleinere clubs. Ondertussen bleef Artaud veel tijd besteden aan
het verbreden van zijn muzikale horizon: zijn grotendeels op
klassiek en jazz teruggaande vorming werd sterk beïnvloed door
moderne elektronische muziek.

Arnaud Rebotini was een belangrijke figuur die hem tot de oneindige
mogelijkheden van de analoge en digitale synthesizers
introduceerde. Die cruciale blend tussen de eerder opgenoemde
stijlen vond plaats tijdens het creëren van zijn debuutalbum
‘Artaud’. Dat eerste album (of misschien spreken we beter van een
‘opus’) is bijgevolg een rijke synergie van allerhande stijlen,
ingebed in een losse maar vloeiende structuur, resulterend in een
ongeziene eigen artistieke sound.

‘La Tour Invisible’, de opvolger die in 2007 werd uitgebracht, gaat
nog een stap verder: meer instrumenten werden gebruikt (Artaud is
een bassist maar speelt in dit geval ook piano en gitaar) en er
werd een beroep gedaan op het Symphonic Orchestra of Liepaja
(Litouwen) om het geheel nog een stuk overweldigender te maken.
Opdracht geslaagd, als je het mij vraagt, want ‘La Tour Invisible’
is een (nog vrij onbekende) maar bijzondere totaalervaring.

Vanaf ‘Résurrection de Lazare’ krijgt de luisteraar al een idee hoe
Artaud nu precies te werk gaat. Als (post-)modern muzikant schuwt
hij geen dissonante harmonieën, wat duidelijk tot uiting komt in de
eerste noten. Niettemin vormt zich al snel een tweede laag op de
muziek, met een zeer vloeiende beweging die overgaat in een rijke
en bedwelmende orkestratie. Er wordt voortdurend gespeeld met een
klassieke traditie, die op zijn beurt in verschillende vormen wordt
gemodificeerd. Er is een zekere herkenningsfactor, maar toch blijft
er steeds een vorm van afstandelijkheid bewaard (met een koele
klankkleur en soms duistere intermezzo’s). ‘Résurrection de Lazare’
eindigt wonderwel met een fantastisch eindspektakel dat (paradoxaal
genoeg) geen luisteraar onberoerd laat.

Qua structuur is ‘Five’ misschien wel een treffend voorbeeld hoe
‘La Tour Invisible’ breekt met jazz en klassiek en een eigen
variant op poten zet. Langgerekte noten op de saxofoon worden
begeleid door een krachtig en vlot ritme. Het blijft echter niet
beperkt tot die ene modus, want daarnaast ontwikkelt zich een
andere – meer klassiek georiënteerde – verhaallijn die op
meesterlijke wijze de eerste structuur overneemt. De rode draad is
een elektronisch sausje dat doorheen de compositie van terugkerende
aard is. Na een kort intermezzo wordt alles opnieuw samen gegooid
in een bijzondere blend van jazz, klassiek en elektronica. Hoewel
de muziek een zeer complex karakter heeft, slaagt Artaud erin om
een zekere vorm van helderheid en transparante schoonheid het
geheel te laten domineren.

Een kort maar krachtig culminatiepunt is ongetwijfeld ‘It’s Over’
dat met een ongewone melancholische intro nogal verrassend start.
De Franse componist neemt de tijd om geleidelijk verschillende
elementen in elkaar te schuiven (de perfect getimede geluiden, de
recurrente stem) in een minimalistische setting, vooraleer de
volledige kracht van het klassieke orkest al even kort zijn
aanwezigheid toont. Tijdens een kort intiem moment is het nog even
genieten van de innemende melodie tot alles een niveau hoger in een
totaalorkestratie wordt getild waar de viool een vooraanstaande
positie inneemt. ‘It’s Over’ duurt slechts drie minuten en is
misschien eerder als intermezzo bedoeld, maar vat de essentie van
Artaud perfect samen.

Hoe valt Artaud te definiëren? Ik heb ondertussen al verschillende
termen gebruikt (jazz, klassiek, elektronisch en minimalistisch)
maar zelfs een combinatie van dat alles schiet te kort om ‘La Tour
Invisible’ volledig te bevatten. Misschien kan Artaud wel het best
vergeleken worden met Charles Mingus.
Artaud is geen angry man of jazz, maar na zijn opleiding
als bassist toont hij zich eveneens als een uitmuntend componist
met een unieke stijl, die zich aan eigentijdse tendensen onttrekt
en op orkestrale wijze een dieppersoonlijke ervaring creëert.
Vooral dat voortdurende gevoel van heldere en organische synthese
is treffend bij Artaud. Hij laat het niet na om zijn publiek uit te
dagen maar bewerkstelligt altijd een gevoel van catharsis op het
einde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − zestien =