Sufjan Stevens :: The BQE

Asthmatic Kitty, 2009

De Brooklyn-Queens Expressway, een architecturaal hoogstandje van
Robert Moses, siert al enkele decennia de stad New York. Sieren is
misschien een overstatement, want de bouw is niet zonder problemen
verlopen. Het project is doorheen de twintigste eeuw in meerdere
etappes afgewerkt en is het symbool van een periode met een sterk –
en misschien wel naïef – vooruitgangsgeloof geworden (“de auto
biedt een antwoord op alle transportproblemen”). Deze
architecturale blunder doorkruist de New Yorkse metropool, maar de
snelweg biedt door zijn abominabele bouwkwaliteit en slechte
inplanting geen oplossing voor de steeds groeiende files. Het is
een onderwerp waar we in België makkelijk over kunnen
meespreken.

Wat is nu de parallel tussen ‘The BQE’ en Sufjan Stevens? Het
mislukte transportproject diende als inspiratie voor de creatie van
een Gesamtkunstwerk (een totaalwerk zoals Richard Wagner ze in
Bayreuth heeft uitgevoerd) dat enkele jaren terug het levenslicht
zag. Stevens werkte mee aan dat bewuste project, waarbij zijn
muziek in combinatie met uitgebreid documentatiemateriaal (over
Brooklyn-Queens, de traffic boom in de 20ste eeuw, …) gebruikt
werd en als resultaat in 2007 in het Gilman Opera House werd
uitgevoerd. Op basis van dat concerto is nu dat volledige pakket
verschenen (de soundtrack, het beeldmateriaal en andere
leukigheden) waarvan de muziek hier wordt belicht.

Sufjan Stevens toont op ‘The BQE’ niet zijn kwaliteiten als
singer-songwriter, maar trekt volledig de kaart van het romantische
orkest. Doorheen de muziek is een voortdurende spanning merkbaar
aanwezig. Bij ‘Introducing Fanfare’ wordt een krachtig schouwspel
opgevoerd met groots en majestueus klinkende blazers. Dat
orkestrale kenmerk wordt even later ingeruild voor het
tegenovergestelde, een fantasierijk en frivool einde. Bij
‘Movement I: The Countenance of Kings’ wordt dat contrast verder
uitgewerkt: men hoort zachte pianomuziek en strijkers die nauw
aansluiten bij de muziek op het einde van de 19e eeuw.
Muziekliefhebbers die bekend zijn met het klassieke gedeelte van
Elvis Costello’s ‘My Flame Burns Blue’ zullen ongetwijfeld hier hun
hart ophalen. Het straalt intimiteit en genegenheid uit (herinnert
u zich die muziekdoosjes met dansende ballerina’s nog?) en vormt
daarmee een interessant tegenargument voor de grootse en benadrukte
stijl van ‘Introductory Fanfare’.

‘Movement II: Sleeping Invader’ brengt een halt toe aan die
slingerbeweging en creëert een synergie van beiden. Toch is de
dromerige en ingetogen stijl nog steeds dominant in een muziekstuk
dat vooral doet denken aan de jaarlijks terugkerende periode van
kerstmis, met neerdwarrelende sneeuwvlokken die zich tegen een
donkere sterrenhemel aftekenen.

De eerste interlude en derde movement zijn mijn inziens de sterkste
nummers van ‘The BQE’. Eerst wordt er tijdens ‘Interlude I: Dream
Sequence’ nog kort weggedroomd op de zweverige vocals
(vergelijkbaar met de muziek van ‘DM Stith’ maar dan lieflijk en
genegen) vooraleer er een plotse wending gemaakt wordt tot een
drukke en grootste harmonie. De melodie van de derde movement slaat
direct aan door een duidelijke staccato (korte en uit elkaar
getrokken noten). Sufjan Stevens creëert doorheen ‘The BQE’ een
kader voor verbeeldende muziek, dat rijkelijk inspiratie put uit
onze individuele herinneringen en dat maakt dit dan ook de grootste
kwaliteit van het album.

Verrassend is ‘Movement IV: Traffic Shock’, dat de melodie van de
vorige beweging opnieuw opneemt, maar inbedt in een elektronisch
kader. Een knotsgek sfeertje met hoge beats… en een rijk arsenaal
aan geluiden uit retro games. Stevens heeft zich ongetwijfeld naast
de Brooklyn-Queens Expressway ook laten inspireren door zijn eigen
jeugdherinneringen.

Bij de verdere interludes en movements keert dezelfde thematiek (en
eerder aangegeven dualiteit) nog regelmatig terug in allerlei
kleine gedaantewisselingen. Algemeen beschouwd is deze grote
onderneming van Sufjan Stevens een flatterende verrassing, al mist
‘The BQE’ toch een algemeen gevoel van overrompeling. De muziek op
zich is boeiend, maar daarnaast rijzen er vragen op vlak van
originaliteit: Stevens brengt eigenlijk niks nieuws onder de zon!
In de zelfde categorie van interessante totaalwerken, was Tyondai’s
‘Central
Market’
eerder dit jaar veel radicaler en gedurfder. Geen kwaad
woord over Sufjan Stevens dus, maar u kunt wel raden welk album wél
bovenaan op mijn eindejaarslijstje zal prijken.

www.sufjan.com
www.myspace.com/sufjanstevens

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 4 =