Sufjan Stevens & Lowell Brams :: Aporia

Toen Sufjan Stevens in 2005 definitief doorbrak met het rijk georchestreerde Ilinois had hij al een bescheiden succes geboekt met het in dezelfde lijn liggende Michigan (2003) waarna het gerucht ontstond dat hij alle staten van de VS zou behandelen. Maar hoewel Stevens faam oogde met zijn rijke orchestraties had hij zich ervoor al even bedreven getoond in minimale akoestische songs (Seven Swans, 2004) en zelfs geëxperimenteerd met electronica (Enjoy Your Rabbit, 2001) en multi-ethnische folksongs (A Sun Came, 2000). Muzikaal was hij nooit voor een gat te vangen, wat na het succes van Illinois nog duidelijker zou worden.

Gold de opvolger Avalanche (2006) nog als een verzameling b-kantjes en de `album net niet gehaalde`-songs dan volgde datzelfde jaar ook nog een resem Kerst-e.p.`s (Songs for Christmas) die Stevens de voorbije jaren voor vrienden en familie had gecomponeerd. Drie jaar later zou de eerste ontnuchtering volgen met het niet onaardige maar ook niet bijzondere The BQE, de studioregistratie van een liveperformance rond de Brooklyn-Queens Expressway. In 2010 sloeg Stevens terug met het georchestreerde maar ook door electro vormgegeven Age of Adz waarop hij zijn verschillende stijlen en invloeden in elkaar liet overvloeien. Het album kreeg dan ook overwegend positieve kritieken in tegenstelling tot het lauw onthaalde All Delighted People e.p. waar Stevens al een eerste aanzet gaf tot wat op de reguliere plaat pas echt volop tot bloei zou komen.

Een nieuwe resem kerstsongs niet te na gesproken (Silver & Gold, 2012) zou Stevens in 2015 opnieuw toeslaan met de prachtig verstilde plaat Carrie & Lowell waarop hij soms wrang dan weer liefdevol terugblikte op de relatie met zijn pas gestorven moeder Carrie en met Lowell Brams, zijn stiefvader en medeoprichter van Stevens label Asthmatic Kitty. Bram, die mee Stevens muzikale smaak vorm gaf, was al langere tijd actief als electro-artiest en bracht in 2009 het bevreemdende album Music For Insomnia uit. Stevens zelf was intussen niet bij de plakken blijven zitten en bracht in het kielzog van zijn album in 2017 opnieuw een reeks outtakes en remixes uit (The Greatest Gift) alsook een livealbum (Carrie & Lowell live) dat ook online gestreamd werd. Datzelfde jaar volgde overigens nog een samenwerking met Bryce Dessner (The National), Nico Muhly en James McAlister dat resulteerde in het conceptalbum Planetarium.

Hoewel de albums door de band genoemd positief onthaald werden, was opnieuw duidelijk dat ze nergens de waarde noch de pracht van de `reguliere` studio-albums wisten te halen en dan ook vooral voor de ‘die hard`-fans waren, een bedenking die nog meer geldt voor het eveneens in 2017 uitgebrachte The Decalogue, de soundtrack bij het gelijknamige stuk van het Justin Peck ballet, dat Stevens samen met Timo Andres shreef. Hoewel het werk zeker zijn merites heeft, is het moeilijk om het los te zien van het stuk zelf en lijkt het wel alsof Stevens in 2017 met de veelvoud aan releases ook niet langer aan zijn eigen standaarden kon beantwoorden. Die dualiteit die wel meer opduikt in de stroom releases die niet als studioalbum gelabeld kunnen worden, wordt opnieuw duidelijk bij Aporia, het new age album dat resulteerde uit jamsessies die Stevens met Brams hield.

In interviews naar aanleiding van het album liet Stevens weten dat naast Enya en Boards of Canada ook de soundtracks van Blade Runner (Vangelis), Under the Skin (Mica Levi) en Hereditary (Colin Stetson) een inspiratie vormden. Hoe uiteenlopend en indrukwekkend die invloeden ook klinken, het mag duidelijk zijn dat de manier waarop ze het album beïnvloed hebben niet te rechtstreeks noch te letterijk is. Zo kan met enige goede wil hier en daar nog een hint naar Boards Of Canada gevonden worden qua gecreëerde geluiden maar keren ze als songstructuur alvast niet terug. Overigens is het vaak ook moeilijk om echt over songs te spreken, rekening houdend met het feit dat het album dat afklokt op iets meer dan tweeënveertig minuten niet minder dan eenentwintig songs telt, waarvan het langste nog een te rechtvaardigen drieënhalve miuut haalt, maar een aantal ook met de éénminuutgrens flirten.

Hoewel de nummers op zichzelf staan, is het aangewezen het album als een geheel te zien, voornamelijk omdat een langdurige onheimelijke sfeer opgeroepen wordt bij gratie van de korte segmenten. Desalniettemin weten een aantal nummers ook de aandacht op zichzelf te trekken in de manier waarop ze zich presenteren als aan John Carpenter verwante pareltjes (“The Red Desert”, ‘The Unlimited”) en zo het album mee naar een hoger geheel optillen. Een aparte vermelding hierbij verdient overigens “The Runaround” waarop Stevens zelf, zij het zwaar vervormd, zingt en een klare pianolijn voor een gevoel van onbehagen zorgt dat zelfs binnen het album onverwacht is. In die zin spreekt het ook meer voor zich dat Stevens naar specifieke albums verwees eerder dan de artiesten er achter, aangezien de meeste van de vermelde werken geschreven werden voor (recente) horror- en aanverwante films. Aporia kan in dat licht dan ook beter beschouwd worden als een album voor liefhebbers van `horrorsynth` dan voor pure Stevensfan.

Naar eigen zeggen ontstond Aporia uit verschillende jamessesies, waarbij sommige ideeën duidelijk meer uitgewerkt werden dan andere. In het bijzonder de tweede helft van het album, met een zevental nummers, laat meer `echte` songs horen die weliswaar op een enkele melodielijn of startpunt voortborduren maar in tegenstelling tot de `minuutsongs` wel een zekere voldragenheid in zich hebben en aantonen dat het duo meer in zijn mars heeft. Het is enigszins jammer dat ze niet meer aandacht besteed hebben aan het uitwerken van een aantal schetsen want ook de kortere songs smaken vaak naar meer. Met recht en rede wordt Aporia overigens voorgesteld als het werk van Stevens en Brams, al zal voor wie vertrouwd is met het solowerk van beiden (Brams is hier de nobele onbekende), niet meteen duidelijk zijn waar de inbreng van de ene stopte en die van de andere startte. Het album heeft niet de (emotionele) gelaagdheid die kenmerkend is voor Stevens maar draagt evenmin de ongeregeldheid in zich die te horen valt op Brams` Music for Insomnia.

Het album dat tevens als afscheid dient voor Brams, die met pensioen gaat, laat een heel eigen geluid horen dat zeker qua sfeer enigszins schatplichtig is aan de vermelde invloeden maar tezelfdertijd ook voldoende op zichzelf staat om een eigen identiteit te hebben. Aporia klinkt heel anders dan Stevens eigen werk maar laat nog steeds een artiest horen die zelfs buiten de eigen comfortzone met relevant en intrigerend materiaal kan komen. Hopelijk weet hij Brams binnen enige tijd te overtuigen om samen nog enkele jamsessies te houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − drie =