Pearl Jam :: Backspacer

“If something’s bored I wanna put a little exciting on it/When something’s lost I wanna fight to get it back again” schreeuwt Eddie Vedder verbeten in “The Fixer”. En dat is net wat Pearl Jam doet met Backspacer, hun opwindendste plaat sinds Yield.

Dat is in niet geringe mate te danken aan Brendan O’Brien, die voor het eerst sinds Yield nog eens als producer mocht opdraven. Loodste hij een half jaar geleden Ten deze eeuw al binnen, dan doet hij nu hetzelfde met de hele band. De vorige, titelloze plaat was al een stap in de goede richting na het stoffige Riot Act, maar Backspacer knoopt eindelijk pas echt terug aan bij de opwindende en soms ingetogen klasse van Vitalogy en No Code.

Backspacer laat vooral een groep horen die er weer goesting in heeft. Pearl Jams vorige platen klonken grijs en grauw — ook de band was ontstemd en kwaad door de molensteen die Bush steeds meer rond de nek van Amerika werd. In tegenstelling tot Springsteen (mét O’Brien) leek Pearl Jam echter vooral onmachtig om dat op een interessante manier te kanaliseren op hun platen. Klonk Springsteen begin dit jaar weer hoopvol dankzij het nieuwe tijdperk dat Obama aankondigde, dan klinkt Pearl Jam nu ook plots levenslustig en is er van grimmigheid geen sprake meer.

Met Backspacer doet Pearl jam exact hetzelfde wat R.E.M. deed met Accelerate vorig jaar: eindelijk nog eens een ontzettend gebalde en consistente plaat maken (beide klokken af rond de 35 minuten) en zo weer aanknopen bij de hoogdagen, beseffend dat het de laatste tien jaar niet altijd je dat was. Backspacer vlamt er met scheurende banden vandoor: het openingstrio “Gonna See My Friend”, “Got Some” en “The Fixer” (dat op plaat een pak beter werkt) zijn de stevigste en strakste eerste tien minuten sinds Vitalogy, vooral dankzij Matt Cameron die zijn beste plaat heeft ingedrumd sinds hij de band na Yield vervoegde en zo eindelijk zijn live-niveau haalt.

Cameron en O’Brien voegen beiden de dynamiek en agressie toe die Pearl Jam live blijft kenmerken, maar die in de studio blijkbaar telkens weer zoek raakte. Ook “Supersonic” halverwege klinkt daardoor al een pak frisser en energieker dan die logge, mid-tempo punkrock waarin Pearl Jam steeds weer verviel. Kunnen we met de beste songs van Pearl Jam sinds Binaural een nog steeds uitstekende plaat samenstellen, maakt dit vitale Backspacer er op zijn eentje een dubbelalbum van. Alleen het flauwe “Johnny Guitar” brengt even de middelmatigheid van de Pearl Jam van dit decennium in herinnering.

Vedder levert misschien wel z’n beste en meest doorleefde vocale prestatie in meer dan tien jaar, en bovendien zijn het zijn songs die Backspacer met verve doet onderscheiden van de drie voorgangers — de soundtrack voor Into The Wild heeft blijkbaar deugd gedaan. “Just Breathe” is het mooiste en zelfs ontroerendste nummer sinds “Off He Goes” — waardoor u al snel vergeet dat de eerste noten wel héél hard aan “Dust In The Wind” van Kansas doen denken. Het krijgt net als slotnummer “The End” prachtige strijkers mee. Pearl Jam verrast zowaar weer.

Het sterke “Unthought Known” waaiert bijna even breed uit als “Given To Fly”, daarin geholpen door een aanvurende piano, en het uitmuntend opgebouwde “Amongst The Waves” krijgt naar het einde toe ook bijna epische proporties. “Speed Of Sound” laat dan weer een mijmerende Vedder horen (“Can I forgive what I cannot forget and live a lie?”) die daarin de perfecte muzikale begeleiding krijgt. Knap.

Nee hoor: elf kleppers, één schoonheidsfoutje, het is de laatste jaren anders geweest. De impact van Vitalogy, laat staan Ten, zal een nieuwe Pearl Jam-plaat niet gauw meer hebben, maar Backspacer is wel weer een vurige, pakkende en zelfs verslavende rockplaat die we van de groep eerlijk gezegd niet meer hadden verwacht. Met deze songs rukt Pearl Jam eindelijk terug op naar de kop van het peloton.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =