Public Enemies




35 mm is zo aus. Althans dat is wat Michael Mann denkt.
De meesterstilist die tijdens het draaien van ‘Ali’ begon te
experimenteren met zijn geliefkoosde high definition-speeltjes
heeft zich sinds ‘Collateral’ en dan vooral ‘Miami Vice’ voorgoed
gesetteld tussen de korrelige shakycams en het hyperrealisme van
het digitale camerawerk. Ook met ‘Public Enemies’, een
gangsterdrama dat zich toespitst op het leven van de beruchte
bankovervaller John Dillinger, gaat hij verder op hetzelfde elan en
duwt hij nog net iets harder op de digitale knopjes. Het levert een
obsessief gedetailleerde evocatie van de jaren dertig tijdens de
Grote Depressie op, een thematische recyclage van ‘Heat’ en een
gangsterprent die zo modern oogt dat het bijna anachronistisch
aanvoelt. Ambitieus en gewaagd, maar geef ons toch maar de
vintage mugs van James Cagney en collega-nozem.

Chicago, de jaren dertig. Terwijl John Dillinger (Johnny Depp)
en zijn bende de staat onveilig maken met hun bankovervallen,
probeert het hoofd van de FBI, J. Edgar Hoover (Billy Crudup met
een geinig accentje) de criminaliteit een halt toe te roepen. Onder
leiding van de plichtsbewuste FBI-agent Melvin Purvis (Christian
Bale) wordt een georganiseerde jacht geopend om een einde te maken
aan de activiteiten van Dillinger en zijn handlangers. Maar
volksheld Dillinger is slim, sluw en uitgekookt. Bovendien houdt
hij zich meer bezig met het versieren van bevallige deernes zoals
Billie Frechette (Marion Cotillard) in plaats van zich zorgen te
maken over de steeds harder wordende hand van de wet. Of zoals hij
het zelf zo charmant verwoordt: ‘We’re having too good a time
today. We ain’t thinking about tomorrow
.’

‘Public Enemies’ is een eigenaardig beestje dat opvalt tussen
het voorspelbare zomerblockbustervoer. Een big budget Hollywoodfilm
met twee supersterren in de hoofdrollen die vanop een afstandje
niks minder lijkt dan een zwierige gangsterfilm vol actie,
romantiek en epiek. En hoewel Mann de shootouts naar goede gewoonte
oorverdovend laat knallen (man, die tommy guns waren luid)
en opvallend romantisch uit de hoek komt (‘Public Enemies’ is
bovenal een love story) is zijn postmoderne misdaadfilm
géén commerciële film geworden. De actie is schaars en begint even
abrupt als ze eindigt, de afstandelijke aanpak van het
bronmateriaal (het uitgebreide non-fictiewerk ‘Public Enemies:
America’s Greatest Crime Wave and the Birth of the FBI, 1933-34’)
wordt grotendeels overgenomen en visueel gaat Mann eerder voor een
arthouselook dan een blockbusterverpakking. Allemaal dingen waarmee
‘Public Enemies’ zich onderscheidt, maar dat levert niet
noodzakelijk een betere en boeiendere filmervaring op.

Om te beginnen wil Michael Mann te veel dingen tegelijk
vertellen. ‘Public Enemies’ moet zowel het waargebeurde als
geromantiseerde relaas van Dillinger (de mythe) zijn, met als
extraatje het intimistisch portret van zijn relatie met Billie
Frechette. Daartussen krijgen we ook nog eens een glimp van de
geboorte van de FBI en in het bijzonder de niet al te koosjere
technieken (de war on terror was toen nog de war on crime) die het
Bureau inzette. En alsof de hutsepot nog niet genoeg overkookt,
onderneemt Mann ook nog eens een poging om het gangstergenre
revisionistisch door de mangel te halen, met zijn digitale shots
als grootste hulpmiddel.

Dat zijn allemaal interessante elementen, maar Mann slaagt er
niet in om die verschillende facetten op een evenwichtige manier
samen te ballen tot een geheel. Zo wordt het kat- en muisspel
dramatisch verwaarloosd, mist de romance emotionele diepgang en
blijft Mann te oppervlakkig om iets betekenisvol te zeggen over de
activiteiten van de gangsters en de werking van FBI. ‘Public
Enemies’ pretendeert belangrijke dingen te vertellen (de links naar
het heden zijn weinig subtiel), maar blijft door zijn inhoudelijke
vlakheid te vaak hangen bij een onderkoelde gangsterprent die
weinig betrokkenheid veroorzaakt.

En omdat de hele santeboetiek met de digitale lens
wordt gefilmd zit het visueel ook niet helemaal lekker. Ja, de
urgentie en het dicht-op-de-huid-gevoel stijgt, maar Manns
uitgekiende mise-en-scène kwam stukken beter uit de verf met een
ouderwetse 35 mm-camera. Donkere scènes worden soms wel erg donker
(de shootout in het bos), terwijl de detailscherpte en het
hyperrealisme ironisch genoeg net een fake gevoel creëren. Je ziet
de schmink net niet blinken op de voorhoofden van de acteurs, de
kledij lijkt rechtstreeks van de stomerij van de kostuumafdeling te
komen en in plaats van dichter bij de personages te staan, krijg je
vooral het gevoel dat je dichter bij de acteurs op de set bent.

Op die manier wordt ‘Public Enemies’ een frustrerende film.
Inhoudelijk omdat er zo weinig met zo veel gedoe verteld wordt en
ook visueel, omdat het met 35mm allemaal zoveel sfeervoller en
eleganter zou zijn om naar te kijken. Nu is ‘Public Enemies’ een te
zelfbewust experiment dat meer gemeen heeft met ‘The Good German’
van Soderbergh dan met een gangsterklassiekers als ‘Bonnie and
Clyde’ en ‘The Untouchables’. Er zitten een paar knappe scènes in
(de break-in/break-out aan het begin en de sterk opgebouwde finale
zijn blijvers), maar nergens stijgt ‘Public Enemies’ boven de som
van zijn delen uit.

Al een geluk dat Captain Sparrow er nog is. De man moet het deze
keer doen zonder excentrieke trekken en het is een verademing om
hem nog eens een sobere rol te zien spelen. Veel diepgang krijgt
Dillinger niet (‘I like baseball, movies, good clothes,
whiskey, fast cars… and you. What else you need to know
?),
maar Depp is charismatisch genoeg om die zwakte te camoufleren. Dan
is Christian Bale stukken minder interessant als de saaie FBI-agent
Melvin Purvis waarvan de motivatie zich beperkt tot ‘ik moet de
slechte pakken, want ik ben de goeie’. Franse poulain Marion
Cotillard doet op haar beurt dan weer haar best om de film van een
kloppend hart te voorzien, maar ze wordt te vaak gehinderd door
haar moedertaal en de corny dialogen.

Los van het feit of je fan bent van Manns digitale revolutie,
blijft ‘Public Enemies’ een inhoudelijk koele, vlakke en rommelige
film die al snel door de mand valt als een zoveelste ‘cops and
robbers’-gangsterprent. Een goeie Depp, een paar intens
rondvliegende blauwe bonen en die paar sublieme digitale shots (de
rondhangende mist en silhouetten in het bos) zijn niet genoeg om de
ambities van het nooit meeslepende ‘Public Enemies’ waar te maken.
En het moet gezegd, de baby face Nelson die koeien
afknalt in ‘O Brother Where Art Thou?’ is stukken cooler dan de
fletse Nelson die we hier te zien krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 2 =