The Market




Het is altijd een bedrieglijke vorm van lof wanneer een film
geroemd wordt om “zijn eenvoud”. Het klinkt positief, maar in de
praktijk krijg je bij dat soort “eenvoudige cinema” vaak
kunstwerkjes uit het nabije of verre oosten waarin je twee en een
half uur lang naar bejaarden moet kijken die aan een kabbelend
riviertje zitten – gemiddelde shotlengte: vier minuten en tien
seconden. Het soort film dus waar alleen de regisseur en de brave
mensen van de Katholieke Filmliga wild van kunnen worden. Niet zo
in het geval van ‘The Market’, een Duits-Turkse coproductie,
geregisseerd door een Brit, Ben Hopkins. Dit simpele verhaaltje
over een kleine handelaar die wanhopig probeert om niet opgeslokt
te worden door de grote haaien op de markt, is inderdaad mooi in al
zijn inhoudelijke en vormelijke eenvoud. Zonder uit te pakken met
hippe visuele technieken of vooruitstrevende narratieve trucs,
bouwt Hopkins een genietbare, sobere tragikomedie op.

Het verhaal speelt zich af in 1994, in een kleine Turkse stad
nabij de grens met Azerbeidzjan. Mihram is een kleinschalige
ritselaar, die voor een prijsje zijn klanten aan spullen helpt die
niet vrij verkrijgbaar zijn – zijn deals zijn lang niet altijd even
legaal, maar Mihram laat zich leiden door zijn eigen gevoel voor
goed fatsoen, en weet op die manier te vermijden samen te moeten
werken met lokale gangster Mustafa. Op een dag komt de lokale
dokter van het dorp Mihram om hulp vragen: een vrachtwagen met
medicijnen is bestolen, en alleen over de grens is er meer te koop.
Mihram gaat akkoord om de reis te ondernemen, maar besluit er
ineens gebruik van te maken om ook een ander, veel minder
welriekend zaakje te fixen. Met het geld van de dokter koopt hij
chemicaliën die hij in Azerbeidzjan aan een mooie winst kan
doorverkopen – als hij er eerst mee over de grens geraakt,
natuurlijk.

Op z’n meest eenvoudige niveau heeft Ben Hopkins met ‘The
Market’ een simpel moraliteitsspel gemaakt, over een sympathieke
underdog die door iedereen in zijn omgeving – inclusief
zijn vrouw en zijn flegmatieke oom Fazil – als een mislukking wordt
gezien. Zijn beslissing om het medicijn voor de kinderen te gaan
halen, ziet hij als een kans om zijn geluk te keren, om te bewijzen
dat hij wel degelijk een goed en waardig mens is. De reis naar
Azerbeidzjan wordt op die manier een poging om zelfbevestiging te
vinden.

Maar Hopkins situeert zijn film ook nadrukkelijk in de
veranderende economische realiteit van het midden van de jaren
negentig. Eens de grenzen met het voormalige Oostblok volledig
waren weggevallen, kon de globalisering pas goed beginnen. Gsm’s
werden steeds meer verkocht, internationale handel nam toe en het
internet begon aan zijn eerste babystapjes. De wereld werd steeds
kleiner en de manier van handel doen veranderde. Tien jaar eerder
had Mihram als individuele handelaar misschien nog een kans om goed
zijn kost te verdienen, maar in 1994 niet meer. Om hem heen wordt
alles gecentraliseerd in grote organisaties. Legitieme
organisaties, uiteraard, zoals een grote keten die gsm’s wilt
introduceren in het deel van Turkije waar de film zich afspeelt,
maar ook criminele, zoals de maffia waar Mustafa toe behoort. Door
de economische veranderingen van de nineties speelde,
overal ter wereld, opeens alles zich op grote schaal af. Mihram,
een individualist die gewoon naar zijn eigen morele normen een
handeltje wilt drijven, gaat verloren in de stroom. De vraag is dan
of hij er wel in zal slagen om zijn principes te handhaven en toch
te overleven.

Dat klinkt allemaal enigszins afschrikwekkend didactisch (foei,
globalisering!), maar de kracht van ‘The Market’ is juist dat Ben
Hopkins er absoluut geen belerende donderpreek van heeft gemaakt,
maar een erg toegankelijke, menselijke komedie. Mirham wordt
opgevoerd als een traditioneel komisch personage – de man van
twaalf stielen en dertien ongelukken, die continu met een gedoemd
get rich quick-plannetje rondloopt – en wordt met een
geweldig gevoel voor droge humor gespeeld door Tayanç Ayaydin (let
op zijn Jack Nicholson-imitatie!). Het personage is eigenlijk bijna
een archetype – de laatste fatsoenlijke mens in een onfatsoenlijke
wereld – en daardoor ogenblikkelijk herkenbaar, ook voor een
internationaal publiek. Tijdens de tweede helft van de film krijgt
hij overigens gezelschap van Genco Erkal (in eigen land blijkbaar
een legendarische acteur, zo’n beetje de Jan Decleir van Turkije),
als zijn oom Fazil, een sarcastische kankeraar die voortdurend
klaagt over van alles en nog wat. (Zijn beste repliek: “Moest ik
dood zijn, ik zou lang zoveel stress niet hebben.”) Eens die twee
op pad zijn in Azerbeidzjan, krijgen we een heerlijke komische
double act die sterk genoeg is om elk belerend toontje te
vermijden.

Van opzet is ‘The Market’ extreem eenvoudig, bijna
minimalistisch: de plot is simpel en er zijn maar een viertal
personages van enige betekenis (Mirham, zijn vrouw, zijn oom en de
gangster Mustafa). Het siert Ben Hopkins dat hij daaraan genoeg
heeft om toch de subtext rond de economische wereldveranderingen
van de jaren negentig duidelijk naar voren te brengen. Oké, hier en
daar hamert de regisseur wat al te hard op zijn metaforen (we
snappen echt wel dat gsm’s symbool staan voor de ommekeer in de
economie, ook zonder dat Hopkins dat twintig keer opnieuw duidelijk
maakt), maar over het algemeen laat hij zijn eenvoudige verhaaltje
voor zich spreken, en dat verhaal spreekt luid en duidelijk. Ook
vormelijk houdt Hopkins de boel sober. Tijdens de beginaftiteling
krijgen we heel even een surrealistische toets, met een oosterse
zangeres die het verhaal introduceert terwijl in de laadbak van een
pick-up truck een Kusturica-achtig orkestje zit te spelen,
maar voor de rest houdt Hopkins het bij een vorm van sociaal
realisme die af en toe doet denken aan Mike Leigh-light.
De visuele stijl is simpel en helder, zonder opvallende
camerabewegingen of cuts die de aandacht op zichzelf vestigen.

Al bij al is ‘The Market’ een bescheiden filmpje, dat allicht
niet de intentie heeft om levens te veranderen en dat ook nooit zal
doen. Een fijn uitgebalanceerd tragikomisch toontje, toegankelijke
humor, menselijke personages en een sterk morele thematiek zijn
meer dan genoeg om je anderhalf uur lang te boeien – de kans
bestaat alleen wel dat je nóg eens anderhalf uur later de prent
alweer vergeten bent, omdat hij ook niet genoeg ambitie toont om
echt te blijven hangen. C’est la vie…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 12 =