Angels & Demons




Acteur Stellan Skarsgard maakte onlangs de producenten van ‘The
Da Vinci Code’ en opvolger ‘Angels & Demons’ behoorlijk pissig
toen hij in een Zweedse talkshow onthulde dat hij geen fan was van
auteur Dan Brown. “Brown is een verschrikkelijk slechte schrijver,”
wist hij te vertellen, “maar omdat hij cliffhangers aan het einde
van elk hoofdstuk steekt, blijf je toch lezen.” Sony Pictures, de
studio achter de verfilmingen, kon er niet mee lachen – als je een
prent aan het promoten bent, hoor je nu eenmaal geen eigen mening
te hebben – maar let’s face it, de man heeft gelijk. Dan
Brown is voor dit decennium wat John Grisham voor de jaren negentig
was – een hofleverancier van pulpromannetjes die zich makkelijk
laten omzetten naar filmscripts. Met enkel het verschil dat Brown
zichzelf serieuzer neemt, met veel verwijzingen naar geheime
organisaties en verborgen boodschappen in religieuze kunstwerken.
Verwijzingen die eigenlijk nergens op slaan, maar zijn verhalen wel
een scandaleus air meegeven. Brown probeert zijn lezers voortdurend
het (geheel uit de lucht gegrepen) idee aan te praten dat ze in
zijn boeken dingen kunnen ontdekken waarvan anderen niet willen dat
ze die weten. Een slimme marketingtactiek, ongetwijfeld, maar goed
proza is nog iets anders. Onder dat glanslaagje van religieuze en
artistieke wist-je-datjes zit immers maar weinig anders verscholen
dan een houterige schrijfstijl, flinterdunne personages en een pak
vol clichés.

Die gebreken van de boeken worden de films nu met de regelmaat
van een klok aangewreven in recensies. ‘The Da Vinci Code’ was een
getrouwe weergave van een slecht boek, maar werd – in tegenstelling
tot de roman – met de grond gelijk gemaakt. ‘Angels & Demons’,
Ron Howards tweede Dan Brown-thriller, is een zelfde lot beschoren.
Niet dat dat helemaal onterecht is, want memorabele cinema kun je
dit bezwaarlijk noemen, maar laat ons de schuld op z’n minst
afschuiven op de persoon die hem het meeste verdient.

Het verhaal speelt zich ditmaal af in Rome. De paus is net
gestorven, en terwijl de kardinalen zich in conclaaf terugtrekken
om een opvolger te kiezen, krijgt de Camerlengo (de geestelijke die
de leiding over de kerk overneemt tot er een nieuwe paus is, hier
gespeeld door Ewan McGregor) een dreigement van een eeuwenoude
groep vijanden van de Katholieke Kerk. De Illuminati ontstonden ten
tijde van Galileo Galilei: een geheim genootschap van
wetenschappers dat genadeloos werd vervolgd door de christelijke
autoriteiten omdat hun bevindingen in tegenspraak waren met de
bijbel. (U weet natuurlijk allemaal dat Galileo beweerde dat de
aarde rond de zon draait, en als een gevolg daarvan voor de
Inquisitie moest verschijnen en zijn theorieën achteraf moest
terugtrekken.) Nu vinden de Illuminati blijkbaar dat het
payback time is: ze hebben een bom met antimaterie (!)
ergens in de buurt van het Vaticaan geplaatst, die krachtig genoeg
is om de helft van Rome te vernielen. En bovendien hebben ze de
vier grootste kanshebbers op de pauselijke ring ontvoerd, om hen
één voor één te vermoorden. De Camerlengo weet niet goed wat hij
met al dat slecht nieuws aan moet, en haalt er dus Robert Langdon
bij (Tom Hanks met een iets minder belachelijk kapsel dan in ‘The
Da Vinci Code’).

Niets van dat alles houdt echt steek – nog meer dan ‘The Da
Vinci Code’, is ‘Angels & Demons’ een samenraapsel van
ongeloofwaardigheden en onmogelijkheden groot en klein. De
Illuminati geven nooit een specifieke reden waarom ze het Vaticaan
juist nu, na zoveel jaar, willen opblazen – blijkbaar is het dan
toch alleen omdat ze een paar honderd jaar geleden door hen
onderdrukt werden en nog altijd niet van die schok bekomen zijn. Ze
stellen ook nooit eisen aan de Kerk, zodat een mens zich kan
afvragen waarom ze de bom niet gewoon meteen laten ontploffen. En
dat alles is nog buiten kleinere scènes gerekend, zoals één waarin
Ewan McGregor het bevel geeft om het Vaticaan te ontruimen: “We
hebben nog maar 19 minuten,” zegt McGregor bloedserieus, alsof hij
écht gelooft dat hij op zo weinig tijd heel het Vaticaan kan laten
leeglopen, inclusief de duizenden gelovigen die op het
Sint-Pietersplein de verkiezing van de nieuwe paus afwachten.

De plot van ‘Angels & Demons’ is zodanig bij de haren
gesleurd, dat de bitsige reactie van de kerk op het hele project
meteen eens zo overtrokken lijkt. Howard mocht geen scènes filmen
op belangrijke locaties in Rome, en het Vaticaan veroordeelde de
film al nog voordat hij goed en wel gedraaid was. Ze hadden er
beter eens goed mee kunnen lachen, om er daarna over te zwijgen. De
essentie van de prent is immers heel wat minder bedreigend voor het
katholicisme dan zowel de kerk als Dan Brown waarschijnlijk voor
ogen hadden: het is een klassieke chase movie, waarin
superintellect Robert Langdon de meest onmogelijke mysteries in een
oogwenk oplost zonder zelfs maar Wikipedia te gebruiken, met de
antimateriebom als (letterlijke) ticking clock achter de
hele intrige. Meer is het niet – het is niet diepzinniger,
gewaagder of intellectueler dan de eerste de beste James Bondfilm.
Het maakt niet uit hoe vaak Tom Hanks peinzend de camera in staart
of een impromptu lezing begint te geven over Galileo,
Rafael en Bernini: het blijft een dwaas thrillertje met een
ampersand in de titel, dat zich slimmer probeert voor te doen dan
het is.

Louter bekeken als dwaas thrillertje heeft ‘Angels & Demons’
nochtans wel zijn momenten. Zeker tijdens de tweede helft zitten er
een aantal sterke actiescènes in (de ontsnapping uit het Vaticaanse
Archief, de pogingen om een in brand gezette monnik te redden), die
heel wat spectaculairder zijn dan eender wat in ‘The Da Vinci
Code’. Het tempo zit ook beter dan in de eerste film. Howard laadt
het eerste uur van de prent boordevol met exposition,
zodat hij zich daar tijdens de tweede helft geen zorgen meer over
hoeft te maken en zich gewoon op de suspense kan concentreren. Dat
zorgt ervoor dat we tijdens die eerste zestig minuten de ene
geforceerde dialoog na de andere krijgen waarin de scenaristen al
hun informatie over de plot proberen weg te stouwen: “De Illuminati
wilden het bestaan van God niet ontkennen, maar ze zochten een
verzoening tussen religie en wetenschap.” – “Goh, en zaten er ook
kunstenaars in de Illuminati?” – “Ja hoor, en hun theorieën zijn
terug te vinden in hun werken. Namelijk…” En zo gaat dat door –
een geloofwaardige conversatie is iets anders. Maar de voordelen
van die aanpak komen er daarna: tegen de tijd dat ‘Angels &
Demons’ zijn tweede uur ingaat, hebben we al die informatie immers
al met de paplepel gevoerd gekregen en kunnen we gewoon verder gaan
met de chase. Zonder zich verder nog te laten afleiden
door quasi-historische uiteenzettingen, mag Tom Hanks van de ene
fotogenieke Romeinse locatie naar de andere rennen, wat best nog
wel onderhoudende momenten oplevert. In tegenstelling tot de nogal
fletse Audrey Tautou in ‘Da Vinci’, krijgt Hanks ditmaal trouwens
wel een overtuigende leading lady: Ayelet Zurer, die zich
wél op haar gemak lijkt te voelen tussen het Hollywoodgeweld en met
Engelse dialogen.

‘Angels & Demons’ werkt dus nog het beste wanneer het zich
geen valse airs geeft en gewoon durft te zijn wat het in
essentie is: een betekenisloos en ongeloofwaardig, maar met al dat
best onderhoudend pulpthrillertje. Zoals Tom Hanks het zelf al
noemde in een interview: “It’s unimportant, but it’s fun.”
Zelfkennis, noemen ze dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 13 =