Regenorchester XII :: Town Down

Dat de Oostenrijker Christian Fennesz zich niet alleen achter zijn laptop verschuilt, maakte hij eerder al duidelijk met "Till The Old World Is Blown Up And A New One Is Created", waarmee hij allerlei jazzgerichte improvisaties creëerde. Ook bij Regenorchester XII duikt zijn naam al enkele jaren op.

Regenorchester is echter niet de band van Fennesz, maar wel van zijn landgenoot en trompettist Franz Hautzinger (o.a. bekend van Zeitkratzer), die voor de twaalfde reïncarnatie van zijn jazzband/project de steun kreeg van de Japanse laptopkunstenaar/gitarist Otomo Yosihide (met een kloeke honderd plus releases op zijn naam), bassist Lux Ex (The Ex) en de Australische jazzdrummer Tony Buck (o.a. The Necks). De opnames van Town Down dateren al van toen het combo aantrad op de New Jazz Meeting 2006.

Met Regenorcherster tracht Hautzinger de hoogdagen van de fusion jazz, zoals deze in de jaren zeventig furore maakte, nieuw leven in te blazen. Het titelnummer laat met zijn broeierige sfeer de grootstadsjazz primeren. De gitaren mogen wel wat verstorende geluidjes toevoegen, maar de sterrol is in dit eerste nummer weggelegd voor de pompende en rollende drum versus de gespannen trompetpartijen, die onderling een gedurfd robbertje uitvechten zonder de uitslag bekend te maken.

In "Delis" mogen de gitaren naar de voorgrond treden en laten de trompet en drum zich van hun meest bescheiden kant horen. De song laat meer dan zes minuten lang weifelende geluiden horen, die ondanks hun schijnbare achteloosheid en hoge losse geluidsfloddergehalte uitstekend een spanningsboog weten op te bouwen die echter nergens uitmondt in een catharsis. Daarvoor is het wachten op "37RD Rainday", dat de draad oppikt waar de twee vorige songs hem lieten liggen en — eindelijk — durft te rocken.

De track heeft de slepende dreunen van het betere sludge en doomgeweld, maar combineert die met een hooggestemde trompet en wild solerende gitaren. De naar een climax opbouwende melodie wordt abrupt maar nooit bruusk afgebroken en ingeruild voor aanslepende speldenprikken die op een intelligente wijze een nieuwe geluidsexplosie aankondigen. De heavy metal/progrock meets jazz culmineert in een eerste, veertien minuten durend hoogtepunt.

De band neemt hierna meteen gas terug voor een frenetiek en introvert gepriegel dat menigeen associeert met alles wat fout is aan jazz. "BBB" voegt inderdaad weinig tot niets toe aan het geheel en laat tien minuten lang een intellectuele spielerei horen die alleen liefhebbers aanspreken kan. Een prima song, maar hier hoort ze net zo min thuis als Maurice Lippens bij de goede huisvaders.

"Sand" start voorzichtig met zachte trompettonen die meteen laten verhopen dat dit geen in zichzelf gekeerde instrumentenliefde zal worden. De groep neemt er evenwel zijn tijd voor en valt pas na de derde minuut in met een relatief eenvoudig en sober arrangement dat zichzelf ten dienste stelt van de melodie. Hierdoor dreigt het nummer aan spankracht in te boeten, zeker in vergelijking met de andere songs, al weet een handig uitgesponnen crescendo de aandacht bij de les te houden.

Met "SSS" kiest Regenorchester XII een tweede maal voor ongedefinieerde geluiden die eerder thuishoren op de soloplaten van Fennesz of Otomo Yosihide. Er valt net zo min als bij "BBB" iets op aan te merken, behalve dan dat het nummer weinig voeling heeft met de andere tracks en nooit de indruk van ongewenste gast van zich weet af te gooien.

Regenorchester XII heeft niet het vernieuwende dat Hautzinger noch een van zijn kompanen in hun respectieve andere bands brengt. Maar dat is ook Hautzingers bedoeling niet. Veeleer ziet hij deze band als een mogelijkheid om hommage te brengen aan enkele muzikale stromingen uit de jaren zeventig. Vanuit die optiek is het dan ook jammer dat hij desondanks toch twee soundscapes het album binnen smokkelde. Town Down zou ook zonder die nummers zijn mannetje gestaan hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + 8 =