The Last House on the Left




‘The Last House on the Left’ uit 1972 was het debuut van
shocker Wes Craven. Geheel in de recente traditie van
remakes, reboots en re-watweetiknogallemaals die het Hollywood van
de laatste jaren teisteren, komt ook deze prent voor een tweede
keer de zalen binnengestormd – in een nieuw jasje weliswaar. Over
de grote plas werd de film neergesabeld door de critici (net zoals
het origineel destijds voor een heuse controverse zorgde) en het is
niet moeilijk om te zien waarom precies. De nieuwe ‘Last House on
the Left’ is beenharde, sadistische, zelfs ziekelijke horror van
het zuiverste water. Maar tegelijkertijd scheurt de film op
nietsontziende manier de Amerikaanse Droom aan stukken, zorgt hij
voor de tot nog toe spannendste en beklemmendste film van het jaar
en laat hij je achter met een gevoel van pure ontreddering.

Het uitgangspunt zou dat van een doordeweekse horrorfilm kunnen
zijn, maar er is een hoek af. Mari is een doodnormaal meisje dat
net haar broertje heeft verloren en er met haar ouders even
tussenuit gaat naar hun buitenhuisje bij het meer. Het is een
typisch Amerikaans gezin (check de architectuur van hun
verblijfje), de dochter is een zwemkampioene, de vader een
gerespecteerd dokter en de moeder toegewijd aan het huishouden. De
eerste avond gaat Mari op bezoek bij haar vriendin Paige. Ze
ontmoeten een vreemde tiener die hen weed van superbe kwaliteit
aanbiedt en volgen de jongen, Justin, naar zijn hotel. Wat Mari en
Paige niet weten, is dat de mensen waarmee die op trot is,
veroordeelde psychopaten zijn (zijn vader Krug, diens liefje Sadie
en hun oom, Francis). Wanneer Krug en co Justin aantreffen met zijn
vriendinnetjes lopen de zaken uit de hand. Na een gruwelijke
gebeurtenis in het bos bij het meer, komt de bende terecht bij de
ouders van Emma, zonder dat beide partijen weten met wie ze te
maken hebben.

In feite behandelt ‘The Last House on the Left’ krèk dezelfde
thema’s als ‘Funny Games US’ (op zich óók al een remake), maar dan
zonder de metaspelletjes die van die laatste zo overduidelijk een
kritiek maakten. Dat maakt deze film subtieler, maar ook
schokkender. Je krijgt de subtext niet zomaar mee, je moet hem
eruit halen. Het probleem is dan wel dat er zo weinig aanwijzingen
inzitten, dat je daar echt moeite voor moet doen. Indien je dat
niet doet, dan zie je alleen de bovenste laag van de prent en die
is behoorlijk confronterend, zelfs naar de huidige standaard, niet
omdat er zodanig veel guts & gore in te zien valt,
maar omdat men inspeelt op het verwachtingspatroon van de
gemiddelde horrorfilm. Het sfeertje is 110 minuten lang bijzonder
unheimlich en Iliadis rammelt met veel plezier met de
voeten van de kijker. Hij weet wat de kijker wil – enkele goedkope
boe-effectjes, gecombineerd met wat originele moordsequenties –
maar draait die verwachting om en drukt de kijker met de neus op de
feiten. Hij toont een gezin dat ten onder gaat aan een spiraal van
geweld, met een camera die zich tergend langzaam voortbeweegt en
geen millimeter wijkt van zijn doel.

Krug vertegenwoordigt in feite de antiwaarden van de Amerikaanse
maatschappij. Hij staat voor de gewelddadige anarchie en het
zinloze, willekeurige geweld dat de gemiddelde burger vandaag de
dag bang maakt om z’n huis te verlaten na het donker. De bange,
witte man is dan ook het doelwit van zijn wreedheden. Tegelijk
wordt het fenomeen van de torture porn binnenstebuiten
gekeerd, precies door niet te focussen op excessieve gore,
maar op zorgvuldig opgebouwde suspense die culmineert in één
choquerende scène in het midden van de film, die ook een keerpunt
in het verhaal markeert. Alsof Iliadis zich richt tot de kijker en
zegt: “Wel dan, is dit nu waar jullie op zaten te wachten? Dan kan
je het krijgen ook.” Het contrast tussen uitzinnige wreedheid en
bijna saaie burgerlijkheid wordt ook benadrukt in de fotografie,
met beelden die variëren van gezellige huiselijke details tot
gitzwarte dreiging. Soms doet de film wat denken aan ‘No Country
For Old Men’, maar dan zonder de humor.

Hoewel ‘The Last House on the Left’ nog niet het niveau haalt van
recente horrorklassiekers als ‘The Descent’ of ‘El Orfanato’, weet
Iliadis toch verdomd goed waar hij mee bezig is (hij kreeg niet
voor niets de prijs voor beste regie op het laatste
BIFFF-festival). Hij laat zijn camera tergend langzaam over de
omgeving glijden en zit meestal bijna letterlijk op de huid van de
personages, iets wat al van bij het begin een hoogst
unheimliche sfeer creëert. Wanneer het geweld dan toch
losbarst, laat hij niet zó gek veel zien (net als in ‘Funny Games
US’ overigens), maar zwenkt hij toch vaak iéts te laat uit. De
kijker wordt gedwongen om met zijn neus op hoogst onaangename
taferelen te blijven zitten zonder dat er écht choquerende
beelden worden getoond. Knap gedaan en je gaat er bijna
automatisch van schuifelen in je stoel. Vooral dan tijdens de meest
controversiële scène van de film (die in het bos) waarbij iedereen
die op een normale weekdag ‘Irréversible’ niet op repeat
heeft staan, even ongemakkelijk zal moeten slikken.

‘The Last House on the Left’ is compromisloze horror met een
dodelijk efficiënte opbouw, gezegend met enkele prachtig
gefotografeerde plaatjes (dat rode boothuisje!) en enkele
efficiënte visuele motiefjes (dat bebloede dollarbriefje!). De
personages zijn al bij al wat magertjes en echt aangenaam
om naar te kijken is-ie niet, maar wát een sfeer, wát een
mokerslag, wát een cojones. De film is nagenoeg
doodgezwegen bij z’n release, maar dat is geen reden om ‘m toch
geen kans te geven. Dillahunt is indrukwekkend als de
verpersoonlijking van het ultieme kwaad en 110 minuten lang is ‘The
Last House on the Left’ spannender dan het pakje waar Ben Affleck
mee rondliep in ‘Daredevil’. Het is een tergend trage kritiek op
een maatschappij die verteerd wordt door geweld en een effectieve
studie van het meest gewelddadige kantje dat schuilt in iedere
mens. Geweld is niet om mee te lachen, is de evidente
eindconclusie. ‘The Last House on the Left’ is dan ook git-,
gitzwart.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 7 =