Scream 2




Toen de eerste ‘Scream’ uitkwam in 1996, waren er
oorspronkelijk nog geen plannen voor een vervolg – waarom zou het
ook? De regisseur was een has been, de schrijver een
nobody en de acteurs veelal afkomstig van de B-list.
‘Scream’ werd relatief goedkoop geproduceerd, zonder dat iemand er
wonderen van verwachtte, maar de fenomenale hype die ogenblikkelijk
rond de film losbarstte, betekende uiteraard dat er bliksemsnel een
groen licht werd gegeven voor delen twee én drie. Minder dan een
jaar na ‘Scream’ was ‘Scream 2’ een feit. Gelukkig voor de makers
konden ze alvast vertrekken met het voordeel dat een vervolgfilm
perfect binnen hun concept paste: ‘Scream’ was een parodie op de
slasherfilm; kun je nagaan hoeveel lol je kunt beleven door een
parodie te maken op de notoir sucky sequels van
slasherfilms. Het resultaat is een prent die over de jaren veel van
zijn respect verloren heeft (net als het eerste deel trouwens – te
veel van zijn opvolgers hebben ondertussen geprobeerd om even
clever te zijn), maar die – mijn kop eraf als het niet waar is –
verdomd nog beter is dan het origineel.

Het is twee jaar geleden dat Sidney Prescott (Neve Campbell) en
haar vrienden achterna gezeten werden door enkele onsympathieke
heerschappen in witte maskers. De gebeurtenissen in haar
thuisstadje werden in tussentijd omgevormd tot een boek door
media bitch Gale Weathers (Courtney Cox) en verfilmd onder
de titel ‘Stab’ (ja hoor, Tori Spelling speelt Sidney in de
film-in-de-film!). Zelf probeert ze een redelijk normaal leven te
leiden aan haar universiteit, ware het niet dat er al gauw nieuwe
lijken vallen. De politie vermoedt dat er een copycat aan het werk
is.

De reden waarom ‘Scream 2’ werkt als een geslaagde sequel, is
omdat Wes Craven en Kevin Williamson trouw kunnen blijven aan het
origineel, terwijl ze toch accenten verschuiven en een paar nieuwe
thema’s kunnen aansnijden. Enerzijds verschilt ‘Scream 2’ niet gek
veel van zijn voorganger: iemand in een zwart kostuum en met een
masker op dat verdacht sterk op ‘De Schreeuw’ van Munch lijkt,
loopt met een mes rond en probeert iedereen te fileren die in zijn
weg loopt (waarbij hij verdacht vaak over meubels struikelt en
tegen deuren loopt – die maskers belemmeren het zicht schijnbaar
aanzienlijk). ‘Scream 2’ is evenzeer als het eerste deel in wezen
een erg klassieke slasherfilm: blondines lopen de trap op als ze
bedreigd worden, klaarblijkelijk omdat ze zich graag naar een plek
begeven van waar ze onmogelijk kunnen ontsnappen en we krijgen
zelfs enkele prachtige exemplaren van de filmische wet van het
beperkt zicht. Die wet bepaalt dat personages die in close-up
worden gefilmd, niet verder kunnen kijken dan de randen van het
shot waarin ze zich bevinden. Zo is het perfect mogelijk dat er
plotseling een tweede personage het beeld instapt, begeleid door
een fikse opstoot van de muziek, om het eerste personage te doen
schrikken. In werkelijkheid zou personage A personage B al lang
hebben zien aankomen, maar omdat ze in close-up werd gefilmd, en de
kijker haar dus niet zag, kon zij dat ook niet. Klassieker kunnen
filmtrucs niet worden, maar net als deel één, is ook ‘Scream 2’ een
film die commentaar geeft op zichzelf. De makers willen dat wij
weten dat dat allemaal klassieke trucs zijn.

Anderzijds breiden Craven en Williamson het terrein van hun
ironie uit, door ook het fenomeen van de vervolgfilm én de hele
discussie rond de invloed van geweld in de cinema er bij te halen.
Het gepalaver rond sequels ligt voor de hand, met
personages die beargumenteren dat vervolgen per definitie niet
deugen (“en ‘The Godfather Part II’ dan?”), en uiteraard de
onmisbare regels voor een horrorsequel (“altijd meer doden en
bloederiger sterfscènes”), die vanzelfsprekend ook trouw worden
opgevolgd.

Interessanter is echter het idee van geweld in films, en de
mogelijke invloed daarvan op mensen in realiteit. In ’97 was dat,
veel meer dan nu, een belangrijk onderwerp, waar regelmatig over
werd gepraat en dat ook politiek gebruikt werd. In ’95 voerde
senator en would-be president Bob Dole een aanval uit op
Hollywood, dat met zijn seksuele escapades en vooral het geweld dat
het toonde, verantwoordelijk zou zijn voor een verval in morele
waarden. Geweld op scholen en, om maar één zaak te noemen, de moord
op Jamie Bulger in Groot-Brittannië in 1993, werden gelinkt aan
(onder meer) het kijken naar gewelddadige films. De wisselwerking
tussen fictie en realiteit werd steeds meer in vraag gesteld, en
zonder een film als ‘Scream 2’ meer krediet te willen geven dan hij
verdient (want zo diepgravend is hij zeker niet), speelt de prent
wel in op die gevoelens. De kwestie wordt letterlijk aangekaart
tijdens een vroege scène in de film: kunnen de beelden die we zien
onze daden beïnvloeden? Waarna Craven en Williamson ons meer dan
voldoende beelden geven die als inspiratie zouden kunnen dienen
voor eender welke moordenaar. Wat meteen een afdoende antwoord is
voor het standpunt dat zij nemen in de discussie.

Los van de meta-spielereien van ‘Scream 2’, blijft er
ook gewoon het feit dat dit een goed gemaakte film is, waarin
iedereen zich zekerder lijkt te voelen van zijn taak. De toon van
de films werd gezet door deel één, waardoor zowel de acteurs als de
regisseur met meer zelfverzekerdheid hun job kunnen doel. De
tongue in cheek-toon werkt beter dan de eerste keer, met
een mooi evenwicht tussen humor en thriller. Neve Campbell is
opnieuw goed als Sidney, maar krijgt ditmaal net iets minder te
doen ten opzichte van de andere personages. Deputy Dewey (David
Arquette) bleek immers één van de meest geliefde figuren uit de
eerste ‘Scream’ te zijn, waardoor hij – en bij uitbreiding zijn
relatie met Gale Weathers – deze keer meer aandacht krijgt.
Arquette, die in de eerste film nog wat al te karikaturaal bezig
was, komt hier geloofwaardiger uit de hoek, allicht omdat hij
ditmaal precies weet waar hij op moet mikken. Jerry O’Connell (ooit
nog het dikkerdje uit ‘Stand By Me’) vervoegt de cast als Sidney’s
vriendje en geeft een oppervlakkige, maar fatsoenlijke vertolking.
De echte ontdekking hier is echter Liev Schreiber, die in de eerste
‘Scream’ ongeveer een nanoseconde lang te zien was, maar hier voor
het eerst echt zijn gezicht en zijn talent kan tonen. Hij is tot op
de dag van vandaag één van de best bewaarde geheimen van Hollywood
– hoewel hij in de tussentijd wel Naomi Watts mag binnendoen, de
lucky bastard.

Het enige dat echt stoort aan ‘Scream 2’ is dat de identiteit
van minstens één van de moordenaars vanaf het begin overduidelijk
is, aan de hand van het principe: “onbelangrijke personages die
gespeeld worden door herkenbare acteurs, zijn nooit onbelangrijk”.
Een rode pijl op het scherm zou ongeveer even duidelijk zijn
geweest. Hoewel dat soort voorspelbaarheid dan ook weer bij het
genre hoort, veronderstel ik.

‘Scream 2’ is één van de betere sequels die het genre ooit heeft
gezien, juist omdat hij inspeelt op de kennis van de kijkers, en op
de verwachtingen dat sequels waardeloos zullen zijn. Voor een écht
slechte sequel was het echter nog even wachten, tot ‘Scream 3’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 2 =