Scream 3




116 min.

De ‘Scream’-reeks heeft vanaf het begin een moeilijke
balanceeract moeten uitvoeren: ironische zelfspot enerzijds, met
slimme knipoogjes naar andere films én naar zichzelf, maar
anderzijds ook traditionele suspense en slasherscènes. Te veel
humor en het is niet meer spannend, te veel suspense en de humor
past er niet meer in. Hou dat maar eens vol. In de beide eerste
delen lukte het Wes Craven en scenarist Kevin Williamson wonderwel
om dat evenwicht te bewaren. Toen Ehren Krueger het derde deel
pende, was de magie echter al snel uitgewerkt. ‘Scream 3’ drijft de
zelfreferentiële grapjes zo ver dat de hele film nauwelijks nog
iets meer lijkt dan een lang uitgesponnen in joke, een
film die zo druk bezig is met zichzelf te bewonderen om zijn
slimheid, dat er niets anders meer overblijft.

Enkele jaren na de gebeurtenissen in deel twee heeft Sidney
Prescott (nog steeds Neve Campbell) zich teruggetrokken ergens in
een zwaar beveiligd huis in de bergen. Ondertussen is ‘Stab 3’, de
derde film gebaseerd op haar leven, in productie. Tot iemand de
castleden van die film één voor één begint te vermoorden, in
dezelfde volgorde waarin ze sterven in het script. Ook Sidney
krijgt opnieuw griezelige telefoontjes.

Veel meer plot dan dat krijgen we niet in ‘Scream 3’, een prent
die alleen nog lijkt te bestaan om de centrale gimmick van
de reeks uit te melken tot er écht niets meer uit te melken valt.
Je kunt zeggen wat je wilt van ‘Scream’ 1 en 2, maar die films
konden op zijn minst op zichzelf staan als thrillers – nummer drie
daarentegen, lijkt de plot en de personages hooguit als hinderlijke
afleidingen te beschouwen van zijn echte agenda: zo veel mogelijk
insider gags in twee uur tijd proppen om toch maar te
bewijzen hoe slim de makers wel zijn. De hele prent baadt in een
zelfgenoegzaam ons-kent-ons sfeertje, met onder andere een cameo
van Roger Corman (de beruchte B-film producent die eigenhandig een
volledige catalogus aan derderangshorrorfilms in elkaar knutselde),
een bizar, absoluut niets ter zake doend optreden van Jay en Silent
Bob uit Kevin Smiths ‘Clerks’, en zelfs een gastoptreden van Carrie
Fisher (“Ik heb nog auditie gedaan voor Princess Leia, maar ze
gaven de rol aan de slet die met de regisseur naar bed ging.”). Nog
los van dit soort zelfbewuste meta-momenten, maakt die irritante
gewoonte om de kijker er elke vijf seconden van bewust te maken dat
hij naar een film aan het kijken is, ook integraal deel uit van de
constructie van ‘Scream 3’. Zo zijn de personages continu op schok
met de acteurs die hen spelen in ‘Stab 3’, wat leidt tot situaties
waarin Gale Weathers (Courtney Cox) van een actrice te horen krijgt
hoe “haar” Gale Weathers zou reageren onder bepaalde
omstandigheden. Wat een leuk spelletje met fictie en realiteit had
kunnen zijn, wordt echter steeds irritanter en geforceerder. Na een
tijdje wil je de makers toeschreeuwen: “Oké, ik snap de mop, kunnen
we dan nu ook een échte film krijgen, alsjeblieft?”.

Maar die wil maar niet komen. De slasherscènes zijn eigenlijk
nog steeds identiek dezelfde als die uit de vorige twee films, maar
dan nog net iets minder geïnspireerd. Wes Craven laat wat dat
betreft heel wat kansen liggen: op een bepaald moment loopt één van
de slachtoffers van de moordenaar de garderobe van ‘Stab 3’ in,
waar tientallen Scream-kostuums naast elkaar hangen. Elk van die
kostuums kan in principe de moordenaar zijn, maar denk je dat
Craven incasseert op de mogelijkheden van die scène? Ho maar. Het
slachtoffer loopt de kamer weer uit, en dat is dan dat. Wat bezielt
Wes Craven eigenlijk om geen gebruik te maken van zo’n voor de hand
liggende kans? De regisseur bedient zich zelfs van het meest
afgezaagde cliché uit het horrorgenre: de
“het-was-allemaal-maar-een-droom”-scène. Als er nu iéts is dat
creatieve bloedarmoede verraadt, dan is het dat wel.

De plot is nog irrelevanter dan in de vorige delen, en eindigt
met een vergezochte clou die, zoals dat hoort in het
genre, uit de doeken wordt gedaan in een lange monoloog door de
dader, die vanzelfsprekend te dom is om Sidney gewoon een kogel
door haar kop te jagen wanneer hij de kans heeft. Niet dat dat echt
een verrassing is – wat meer opvalt, is dat Neve Campbell steeds
meer opzij wordt geschoven ten voordele van Courtney Cox. Tijdens
de eerste helft van de film is Sidney nauwelijks tien minuten te
zien, en ook daarna is ze lange tijd afwezig tijdens de finale. De
verklaring valt niet ver te zoeken: dankzij ‘Friends’ was Courtney
Cox tegen het jaar 2000 een absolute wereldster geworden, en de
makers wilden haar dan ook zoveel mogelijk centraal stellen. Haar
uitgebreid gepubliceerde relatie en huwelijk met David Arquette
(die ook weer terugkeert als Deputy Dewey), versterkte dat gevoel
alleen maar. In naam is Neve Campbell nog steeds de heldin van de
film, maar in de praktijk heeft dat steeds minder te betekenen.

Wilt dat zeggen dat er helemaal niets goeds is aan ‘Scream 3’?
Nee, er zitten wel degelijk een paar sterke scènes in, waaronder de
opener met Liev Schreiber, en ja, oké, hier en daar krijgen we ook
wel een leuk mopje: “Moord onder de douche is passé. Ik ken m’n
klassiekers hoor – hallo, ‘Vertigo’?” Ook Emily Mortimer duikt hier
op in een relatief vroege rol (in ieder geval één van haar eerste
grote commerciële films), en toont hier, ondanks de beperkingen van
het materiaal, al het talent dat de liefhebbers van
independent cinema later nog veel beter zouden leren
kennen.

Eigenlijk is het zonde dat de ‘Scream’-trilogie zo in mineur
moest eindigen. Tot dan toe hadden we redelijk spannende thrillers
gekregen, met de humor en zelfspot als een extra sausje er bovenop.
Hier zien we echter filmmakers die hun eigen gevoel voor humor te
serieus zijn gaan nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =