Duplicity





125 min. / VS /
2009

Dat de combo Owen/Roberts vonken kan geven, weten we al van het
loodzware relatiedrama ‘Closer’, en ook anno 2009 vormen ze een
Grote Troef, ditmaal voor Tony Gilroy’s nieuweling, het
hyperstijlvolle en van de ironie bolstaande ‘Duplicity’ – een sexy
spionagekomedie die vanalles te verbergen heeft en waarbij het weer
twee uurtjes lang aangenaam vertoeven is. Van originaliteit zullen
ze ‘m misschien niet kunnen beschuldigen – niet alleen ouderwetse
capers komen spontaan in gedachten, maar ook plezierige
spielereien als ‘Catch Me If You Can’, ‘The International’,
‘Michael Clayton’, ‘Ocean’s Eleven’ en zelfs ons eigenste ‘Loft’ –
maar who gives. Met zijn van het scherm spáttende
dialogen, koel-zakelijke vormgeving en de beheerste stilering van
‘Michael Clayton’-regisseur Gilroy, heeft ‘Duplicity’ genoeg in
huis om te kunnen overtuigen.

Het verhaal (dat qua twists & turns gerust kan
wedijveren met dat van ‘Loft’) draait rond Ray Koval (Owen) en
Claire Stenwick (Roberts), de één ex-MI6, de ander ex-CIA, die door
omstandigheden allebei zijn terechtgekomen in het bedrijf van de
immer geweltàstische Paul Giamatti (eerder al aan de zijde
van Clive te zien in het fantastiwéldige ‘Shoot ‘Em Up’).
Hun missie bestaat eruit om het ‘geheime wapen’ – de formule van
een mysterieus en revolutionair product – van
concurrent-bedrijfsleider Tom Wilkinson af te snoepen. Het duurt
echter niet lang voor Zijne Doorluchtigheid en Hare Breedgebektheid
de zwoelgepolste handen in elkaar slaan en plannen beginnen te
smeden om gewoon zélf met de succesformule aan de haal te gaan.

Een intelligent laagje vernis en een clevere montage verhullen
nauwelijks de onweerstaanbare glamour van Tinseltown die door de
kieren stroomt, want vergis u niet: dit is dan wel (misschien té)
opvallend zelfbewust entertainment, het is vooral ook door en door
Hollywood. Vreemd dus dat de film meer gemeen heeft met het Vlaamse
‘Loft’ dan met de eerder vernoemde, postmoderne Amerikaanse
werkstukjes. De omgeving (die puur op het zicht vooral veel weg
heeft van Clive’s tevens net verschenen ‘The International’) is
koud, zakelijk en uiterst stijlvol in beeld gezet, de structuur is
chronologisch verhaspeld en geeft stukje bij beetje meer prijs over
wie nu net wel en niet te vertrouwen is, en de plot wringt zich in
meer bochten dan een slangenmens met een chilipeper in zijn gat.
Sounds familiar? Spijtig genoeg heeft ‘Duplicity’ met Van
Looy’s laatste ook gemeen dat al die focus op vorm en stijl in
combinatie met een bijna mechanisch scenario er veel te weinig in
slaagt om medeleven met een van de personages op te wekken. Je
supportert wel voor het duo, maar van een diepere
betrokkenheid is volstrekt geen sprake.

Dit gezegd zijnde was dat natuurlijk ook niet de bedoeling; dit
is immers een snuggere caper, geen aandoenlijk drama en de
clou is er duidelijk eentje van
wedden-dat-u-‘m-niet-had-zien-aankomen. Die
kijk-eens-hoe-snugger-wij-hier-bezig-zijn momentjes durven af en
toe wel eens op de zenuwen te werken, maar in ruil krijg je dan
weer pareltjes van scènes zoals de openingssequens, waarin Giamatti
en Wilkinson het in slowmotion op een amateuristisch knokken zetten
en het voortdurende gekibbel tussen Ray en Claire, die al snel hun
eigen operatie in gevaar dreigen te brengen door hun verregaande
trust issues.

De ‘Ocean’-films zijn in look & feel nooit veraf,
maar de eerste uit die reeks had wel een (zij het ietwat
gemanipuleerde) retrocool over zich hangen, waar deze ‘Duplicity’ –
Clive Owen ten spijt – nog net niet bijkan. Het is dus allemaal wat
kunstmatig en met z’n jazzy soundtrack zit ie wel héél erg te
knipogen naar vanalles en nog wat, maar voor het overige zit alles
hier best op z’n plaats. Clive Owen hoeft James Bond niet te spelen
om hem te zijn en is zoals steeds de stijlvolheid zelve
als de laconieke rokkenjager Ray. Hij heeft voor z’n vertolking
duidelijk heel goed gekeken naar de spervuurdialogen van Cary Grant
en consoorten, maar weet zijn replieken toch een volledig
eigentijds cachet mee te geven. Natuurlijk charisma, heet zoiets
dan. Roberts staat eveneens heel sterk te acteren en maakt er
blijkbaar een gewoonte van om gruwelrollen als die in ‘Mona Lisa
Smile’ af te wisselen met gedurfder materiaal als haar vertolking
van Claire. Zeker in de scènes die ze deelt met Zijne Cliveheid
straalt ze een zekere intensiteit uit die verraadt dat ze stiekem
een érg goeie actrice is.

Verder zijn er nog leuke bijrollen voor vooral Paul Giamatti,
maar de film draait in principe volledig rond het verleidelijke duo
Ray en Claire. Hoewel de film er zoals gezegd niet in slaagt om
voldoende een band te smeden tussen personages en publiek – of Ray
en Claire elkaar nu wel of niet gingen verraden, kon ons nu ook
weer niet zóveel schelen – zorgen de twee met hun verbale vuurwerk
wel voor enkele memorabele stukjes cinema. Dat is dan ook eigen aan
dit soort films, want met wat voor smeerlappen je ook te maken
hebt, de misdadigers bezitten steevast een charme die je doet
duimen dat ze slagen in wat ze ook proberen uit te steken, zolang
het maar spitsvondig uitgewerkt en cool in beeld gezet is. De film
duurt misschien – net als ‘Loft’ – een kwartiertje te lang, met één
of twee net iets te overbodige plotwendingen, maar ook dan houdt
Gilroy de teugels stevig in handen, zodat die langdradigheid niet
te erg opvalt.

Na ‘Michael Clayton’ is dit dan ook zijn tweede mooie prestatie
op rij – wij overwegen sterk om hem een dezer jaren dat
‘Armageddon’-script te vergeven – waarmee de man ons duidelijk laat
zien dat hij perfect weet hoe je een gladde thriller in elkaar
steekt; iets dat hij hier bij momenten zelfs wat té sterk laat
zien. In ieder geval zorgt zijn beheerste aanpak voor een mooi
kader waar La Roberts en El Clive hun ding kunnen doen. Een iets
beknopter verhaal, een wat meer teruggeschroefd zelfbewust toontje
en nog nét iets meer schwung hadden hier echt iets
speciaals van kunnen maken. Nu hebben we een leuk filmpje gezien –
een luchtige én sexy thriller over industriële spionage nog wel –
met goeie dialogen en een geweldig filmkoppel. Slim, glad en snel
weer vergeten: degelijk Hollywoodvertier dus, maar zeker niets
minder dan dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 − twee =