What Just Happened




‘t Is altijd riskant om een film te maken met een vraag als
titel. Je nodigt de mensen namelijk automatisch uit om een
sarcastisch antwoord op de vraag te geven als ze je prent niet goed
vonden. ‘Who’s Your Caddy?’ Who cares! ‘What the #$*! Do
We Know?’ Dat je film een hoop flauwekul is, dàt weten we. En zoals
nu: ‘What Just Happened?’ Antwoord: goh, niet bijster veel
bijzonders, eigenlijk. Barry Levinson, een man die ooit nochtans
heel wat betekende in Hollywood, heeft een compleet onopmerkelijk
komedietje gemaakt, waarin een resem goede acteurs (Robert De Niro,
John Turturro, Bruce Willis) helemaal verloren lopen. Te competent
gemaakt om echt te haten, maar lang niet goed genoeg om enigszins
bij te blijven, behoort ‘What Just Happened’ tot die enorme
categorie “mèh”-films, die binnen dit en enkele maanden terug te
vinden zijn in de scharrelbak van je plaatselijke dvd-boer.

De film volgt twee weken uit het leven van Ben (De Niro), een
machtige filmproducer wiens leven voornamelijk bestaat uit
onophoudelijk crisismanagement. Op het thuisfront volgt hij samen
met zijn ex-vrouw Kelly (Robin Wright Penn) therapie om zijn
echtscheiding te verwerken, terwijl hij ook de band met zijn
dochter probeert te bewaren. Ondertussen moet hij de postproductie
overzien van een nieuwe thriller met Sean Penn. De regisseur van
die prent (een leuke Michael Wincott) wil een compromisloos, rauw
einde aan zijn film geven, wat niet naar de zin is van de studio.
En alsof dat nog niet genoeg was, krijgt hij ook nog eens af te
rekenen met de nukken van Bruce Willis (zijne kaalheid steekt
vrolijk de draak met zichzelf), die categoriek weigert om een
gigantische baard af te scheren voor een nieuw project.

Jaja, en zo is het altijd wat in Hollywood. ‘What Just Happened’
werd gebaseerd op de memoires van Art Linson, de producer van onder
andere ‘The Untouchables’, ‘Heat’ en ‘Fight Club’, en probeert
duidelijk een plaatsje te veroveren in het beperkte canon aan
Hollywoodiaanse “zelfkritiek”-films, waar ook ‘The Player’, ‘Hurly
Burly’ en ‘America’s Sweethearts’ toe behoorden. U kent ze wel:
films waarin Hollywood zichzelf te kijk zet, en er (voor één keer)
gelachen kan worden met clichés zoals de ijdele, aan terminale
zelftwijfel lijdende sterren, de pretentieus-artistieke regisseurs
en de meedogenloze studiohoofden. Maar als Linsons boek al een
scherp tell-all exposé van de filmindustrie was (zoals ik
me heb laten vertellen; ik heb het niet gelezen), dan neigt deze
prent in ieder geval eerder naar de zachte aanpak van ‘America’s
Sweethearts’ dan naar de vernietigende toon van ‘The Player’.
Robert Altman had destijds geen schrik om harde meppen uit te delen
– hij stond ver genoeg buiten het Hollywoodsysteem om er genadeloze
kritiek op te durven geven. Barry Levinson, daarentegen, heeft
blijkbaar absoluut geen zin om vijanden te maken. Gevolg: elke keer
dat hij zijn klauwen laat zien, komt hij achteraf een pleister op
de wonde kleven en geeft hij er nog een kusje op ook.

De stereotypes zijn allemaal aanwezig: Michael Wincott voert een
aardig nummertje op als Britse arty-farty regisseur die
als een kind begint te huilen wanneer de studio hem verplicht om
het einde van z’n film te veranderen. Catherine Keener speelt de
harteloze studio-bitch, die, zoals ze het in ‘Absolutely
Fabulous’ zouden zeggen, zo koud is dat ze haar maandstonden in
ijsblokjes doorkrijgt. Bruce Willis is de ster-met-egoproblemen van
dienst en John Turturro de pathetische agent die schrik heeft van
zijn eigen sterren. Het probleem is echter dat Levinson nooit zijn
tanden in Hollywood durft te zetten – hij wilt er immers zelf nog
wel wat films maken. Het resultaat kun je nog best vergelijken met
een show van Geert Hoste: het doet zich voor als satire, maar
eigenlijk is het vooral een erg makke bedoening waar niemand zich
door geschoffeerd kan voelen. En – nog een belangrijke gelijkenis –
echt grappig is het ook al niet.

Hier en daar zit wel een geslaagd komisch momentje. Michael
Wincott die op het podium van het Festival van Cannes in het Frans
zegt dat ze allemaal zijn gat kunnen kussen, terwijl De Niro en
Keener er geen woord van verstaan, bijvoorbeeld. Of John Turturro
die een paniekaanval krijgt bij de gedachte dat hij Bruce Willis
moet verplichten om zich te scheren. Heel even is dat grappig, maar
het gebrek aan lef zorgt ervoor dat ‘What Just Happened’ veel te
vaak blijft hangen in voorspelbare eenheidsworst. De eigenaar van
een stomerij die nu geld in films wilt pompen, maar wel Don Johnson
de hoofdrol wilt geven, hohoho. Bruce Willis die op de begrafenis
van een agent de filmwereld er van langs geeft, hahaha. Het zijn
allemaal voor de hand liggende nummertjes, Hollywood dat met
zichzelf lacht – maar niet echt. Niet zodat het pijn doet.

Het wilt veel zeggen dat ‘What Just Happened’ lang niet de
slechtste film is waar Robert De Niro de laatste jaren z’n kop in
liet zien. Vergeleken met ‘Meet the Fockers’ of ‘Righteous Kill’
veronderstel ik dat je dit zelfs een stap in de goede richting moet
noemen, maar misschien zou het toch maar het beste zijn als hij
zich in het vervolg achter de camera bezig hield – ‘The Good
Shepherd’ gaf in ieder geval aan dat hij ze tegenwoordig beter kan
maken dan uitkiezen. Voor het overige zijn er eigenlijk geen
hoofdpersonages, eerder een resem kleurrijke nevenfiguren, allemaal
gespeeld door gekende gezichten, die opkomen, twee minuten lang de
show mogen stelen, en daarna snel weer verdwijnen. Soms werkt dat
(ik kan het niet genoeg zeggen: Michael Wincott!), soms ook niet
(Bruce Willis amuseert zich net iets té nadrukkelijk door zichzelf
neer te zetten als een arrogante eikel).

In ieder geval zijn er maar weinig elementen die de film van
begin tot eind kunnen dragen. Personages komen en gaan en veel van
de situaties die we te zien krijgen, zijn gewoon niet sterk genoeg
om de boel in leven te houden. Zeg nu zelf: zul je er echt van
wakker liggen of Bruce Willis nu z’n baard scheert of niet? We
don’t care,
en dat is een gebrek dat de film nooit weet te
overwinnen.

In 2010 zou De Niro de hoofdrol spelen in ‘Frankie Machine’, een
gangsterfilm van Michael Mann. Ik ben niet de grootste Mann-fan ter
wereld, maar het vooruitzicht is in ieder geval hoopgevend.
Misschien zit er toch nog meer dan dit soort middelmatigheid in één
van de beste acteurs die de wereld ooit gezien heeft. Laat ons dat
in ieder geval hopen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =