Defiance




Er zijn tegenwoordig niet veel mensen aan het werk in de
filmindustrie die de geschiedenis – of zelfs recente
wereldgebeurtenissen – zo grondig in een Hollywood-dwangbuis kunnen
proppen als Edward Zwick. Geef hem een pagina uit een
geschiedenisboek, en hij zal er wel een melodrama of actiefilm van
maken die letterlijk voor iedereen toegankelijk is. Dat
deed hij met de Amerikaanse burgeroorlog in ‘Glory’, met de eerste
Irakoorlog in ‘Courage Under Fire’, met de Japanse
samoeraiopstanden in ‘The Last Samurai’ en zelfs met de handel in
oorlogsdiamanten vanuit Sierra Leone in ‘Blood Diamond’. Je kunt
die films makkelijk verdedigen vanuit de gedachte dat Zwick een
cross-over functie heeft: mensen die nooit zouden gaan
kijken naar een bloedserieus, moeilijk drama over die onderwerpen
(laat staan naar een documentaire), voelen zich wél aangetrokken
door de actie, melodramatiek en star power van een Edward
Zwick-film. En gaandeweg worden ze dan toch op z’n minst
oppervlakkig geïnformeerd. Dat is absoluut waar, maar door
consequent op de grootste gemene deler te mikken, gaan ook
belangrijke dingen verloren: nuance, diepgang en originaliteit, om
maar iets te noemen. ‘Defiance’ tapt alweer duchtig uit hetzelfde
vaatje. De historische achtergrond is ditmaal een weinig gekend
verhaal uit WO II (dat hij dié oorlog nog niet had aangepakt!), en
Zwick probeert o zo voorzichtig enkele vragen op te werpen rond
moraliteit tijdens een oorlog. Als hij het niet te druk heeft met
het kadreren van Daniel Craigs moegetergde blauwe kijkers,
tenminste.

Wit-Rusland, 1941. Na de inval van de nazi’s wordt het dorpje
van de drie Bielski-broers nagenoeg volledig uitgemoord. Tuvia
(Daniel Craig), Zus (Liev Schreiber) en Asael (Jamie Bell) weten
echter te ontkomen en verbergen zich in het nabijgelegen bos. Al
snel krijgen ze daar het gezelschap van andere joden: mensen die
hun eigen woonplaats ontvlucht zijn, of op de één of andere manier
zijn kunnen ontsnappen uit nazihanden. Voordat ze het zelf goed
beseffen, staan de Bielski’s aan het hoofd van een soort joodse
partizanengroep: ze creëren een mini-samenleving in de bossen en
werken samen met de Russische partizanen om te overleven. Tuvia en
Zus komen echter al snel in conflict over de beste aanpak: Tuvia
vindt het genoeg om stilletjes te overleven in de bossen, terwijl
de heetgebakerde Zus zoveel mogelijk nazi’s wilt afknallen.

En daarmee komen we meteen aan het voornaamste thema van de
film. Het ligt in de menselijke aard om wraak te willen nemen,
lijkt Zwick te suggereren. Wanneer Tuvia ontdekt wie rechtstreeks
verantwoordelijk was voor de dood van zijn ouders, aarzelt hij niet
om het koelste, meest meedogenloze plekje in zichzelf op te zoeken.
In één van de sterkste scènes van de film, weten de joden een
Duitse soldaat gevangen te nemen, die vervolgens zonder al te veel
plichtplegingen gelyncht wordt – al die beschaafde, nette, maar
gruwelijk getraumatiseerde mensen laten het beest in zichzelf los.
We hebben die neiging allemaal in ons zitten – de vraag is wat we
ermee doen.

Dat is de boodschap, en Zwick illustreert die in de manier
waarop hij Tuvia en Zus tegenover elkaar zet – Tuvia wil in de
regel enkel geweld gebruiken om zichzelf te beschermen, Zus wil
volop in de aanval gaan. Omdat je het als filmmaker nu eenmaal niet
kunt maken om een pro-geweldboodschap in je film te steken (of je
moest al Rob Cohen zijn), maakt Zwick een duidelijke keuze voor de
terughoudendheid van Tuvia, die meer geeft om het leven van zijn
eigen mensen, dan om de dood van de Duitsers. Een heel mooi idee,
maar wel één dat niet echt gestaafd wordt door Zwicks regie. Keer
op keer geeft hij ons immers opwindende actiescènes, die duidelijk
bedoeld zijn om het publiek een gevoel van voldoening te geven
(joden die nazi’s er van langs geven, alright!), om daarna
snel op zijn stappen terug te keren en de kijker onder de neus te
wrijven dat geweld écht niet de oplossing is.

Los daarvan is ‘Defiance’ in de eerste plaats vakwerk dat
nergens een spoor van passie vertoont. De fotografie wordt
gedomineerd door grijze kleuren en suggereert knap de koude en
vochtigheid in het bos, de settings en kostuums zijn geloofwaardig
en ga zo maar door. Al de praktische dingen waarvan je mag
verwachten dat ze in een Hollywoodfilm wel in orde zullen zijn,
zijn in orde. Alleen krijg je nergens de indruk dat de makers,
zoals Bart De Pauw zou zeggen, een peper in hun gat hadden
zitten. De passie, de schwung ontbreekt en zorgt voor een
nogal gezapige film die nooit enige urgentie meekrijgt. ‘t Is goed
in elkaar gestoken allemaal, maar eerlijk gezegd raakte ik nooit
emotioneel betrokken.

De vertolkingen zijn verreweg de grootste troef van ‘Defiance’.
Daniel Craig doet moedig zijn best om de vloek van de vorige James
Bonds te vermijden door ook buiten de Bondfilms interessante rollen
te blijven spelen. Dat lukt hem: hij geeft ons een subtiele
vertolking van sombere blikken en geprevelde, fatalistische woorden
die volstrekt overtuigend aanvoelt. Liev Schreiber, zonder meer de
meest onderschatte acteur van het moment, is theatraler als broer
Zus, maar dat past wel bij zijn rol. Zijn fysieke présence is
aanzienlijk en zelfs ondanks het oostblok-Engels dat de regisseur
al zijn acteurs oplegt, weet hij een knap personage op te bouwen.
Jamie Bell, op zijn beurt, bewijst dan weer dat hij de
ballet-spitzen van ‘Billy Elliot’ volledig ontgroeid is
met een knappe, volwassen prestatie.

Zoals alle films van Edward Zwick, scoort ook ‘Defiance’ weer
goeie punten omdat hij – oké, het is een cliché, maar het is wel zo
– een zwaarwichtig thema op een toegankelijke manier in beeld
brengt, en omdat aan de oppervlakte alles weer goed zit. Maar onder
die oppervlakte vind je een film met een tegenstrijdige mentaliteit
(geweld is niet oké, maar in een film kan het wel cool zijn!), die
zich te zeer op het gemakje over zijn lengte van 136 minuten
strekt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + achttien =