Lady Gaga :: The Fame

Hoera! Een nieuw jaar, nieuwe popmeisjes! En velen van hen zullen dit jaar meesurfen op een nieuwe golf synth- en electropop. Komt als eerste aangespoeld: Lady Gaga. Een naam die jammer genoeg vaak in één hijg genoemd wordt met de Pussycat Dolls. Maar vooral een die al enkele maanden grote sier maakt in de buurlanden en nu ook in België steeds meer ramen in huis- en slaapkamers spontaan doet aandampen.

Of toch zeker het televisiescherm alhier telkens de clip van de bijna perfecte popsingle “Poker Face” krols voorbij kronkelt. En wie het al even straffe “Just Dance” kent — aan de overkant van de Noordzee waren ze er zot van, meneer, zot! — begrijpt dat de vergelijking met de Pussycat Dolls niet lang standhoudt. Ja, qua Pussycatgehalte moet Gaga zeker niet onderdoen, ze is hun voorprogramma tijdens de huidige tournee én heeft een song voor hen geschreven, maar op The Fame gaat het er muzikaal zelden even Pussycat Dull aan toe. En nee, dit is geen guilty pleasure. Gwen Stefani en de Goldfrapp van vijf jaar geleden duiken op als een herinnering aan een vroegere onenightstand, maar Lady Gaga is meer pussycat dan copycat, zoveel is zeker.

The Fame schittert harder dan een zilveren discobol, is glossier dan de magazines waar Gaga ongetwijfeld uren per week in bladert (wel oppassen met die gelnagels) en is op zijn best vette pop met een nog vettere knipoog naar de glamourwereld — en naar de mannelijke luisteraar, maar dat kan ook (zucht) inbeelding zijn. Was ironie een lichaamsvocht, het stroomde rijkelijk over The Fame. Lady Gaga is een pose en de zangeres flirt met de aanstellerij, maar dumpt die net op tijd als de eerste de beste loser. Want wat zijn mannen in de ogen van Gaga meer dan wagonnetjes die een boemeltrein maken van de TGV die een vrouwenleven moet zijn? Meer dan toyboys voor de zomerdagen die ze “Get your ass in my bed” kan bevelen (in de pretpop van “Summerboy”) alvast niet. Seks, Fun en Fame zullen het zijn, en die zal u krijgen op deze plaat. Het kan slechter.

Nog een fantastische popsingle is immers “Love Game”, met het stilaan plat geciteerde “Let’s have some fun, this beat is sick/I wanna take a ride on your disco stick”. Nog eerder zal ondergetekende op een fanclubdag van Milow verschijnen dan in de Carré in Willebroek, maar mocht hij zich er tóch begeven en dit wordt gespeeld, tuigt hij naar de dansvloer, disco stick in de aanslag, dat spreekt. Uw jongere broertje zal het een vet nummer noemen, en daar valt niks aan toe te voegen. Hetzelfde niveau wordt aan een lager tempo aangehouden met “Paparazzi”, een love song op z’n Gaga’s.

Helaas geldt dat niet voor “Beautiful, Dirty, Rich”: een mission statement van Gaga, dat wel, maar de song zelf klopt op de deur van de funk en krijgt die van een erg pover refrein in het gezicht gesmeten. Het feestje stopt helemaal even wanneer “Eh Eh (Nothing Else I Can Say)” binnenkomt, een nummer waar even veel leven in zit als in dat jonge meisje dat de mix van crack en Bacardi toch wat onderschat had. Zijn ook perzikcider van Stassen in plaats van dure champagne: “Money Honey” (laat dat niveau maar aan Madonna over in deze tijd) en vooral “Boys Boys Boys”, dat visioenen oproept van een Tanja Dexters die dit ergens playbackt in een naar hotdogs stinkende feesttent op de zomerbraderij van Kaprijke.

In “Again Again” steekt ze letterlijk van óp de piano haar vinger uit, waar menigeen zich gewillig rond zal draaien, maar het geforceerd mellow “Brown Eyes” bent u al even snel vergeten als het gros van de mensen die u op straat tegenkomt. Titelsong “The Fame” en het weinig suggestieve “I Like It Rough” redden nog veel fancy meubelen, maar het niveau van de singles wordt (cliché cliché) amper een halve plaat lang gehaald. De baywatcher in ons ziet dus al andere electropopmeisjes komen aansurfen (La Roux! En vooral Little Boots!!) die veel minder snel mond-op-mondbeademing nodig zullen hebben om de herinnering aan hen levend te houden. Maar we staan paraat.

Dat neemt allemaal niet weg dat The Fame een bijwijlen ontzettend plezante (mag dat eens?) popplaat is, waarbij Gaga’s plaatje klópt zonder dat stijl en imago elkaar doen struikelen. The Fame is niets meer maar vooral niets minder dan ontzettend goed gemaakte, zichzelf gracieus van het kaf onderscheidende hitparadepop met een angel die van elke fish stick een disco stick kan maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =