Van ‘Gangnam Style’ naar ‘Dynamite’: de opkomst van k-pop in het Westen

Koreaanse artiesten als BTS en BLACKPINK zijn de laatste maanden niet meer uit onze hitlijsten weg te denken. Hun videoclips worden miljoenen keren bekeken en het ene na het andere online record sneuvelt onder hun prestaties. K-pop maakt een wereldwijde opmars, maar daarbij dreigt het genre wel aan identiteit in te boeten.

Het is 2012. YouTube is het slagveld geworden van grote popartiesten die om het hardst views proberen te verzamelen met hun videoclips. Met “Baby” mag Justin Bieber zich de trotse eigenaar noemen van de meest bekeken videoclip op het platform. Met meer dan 800 miljoen views nadert Biebers debuut de kaap van één miljard. Tot plots … Oppan Gangnam Style!

Op nog geen vijf maanden tijd scoorde de Koreaanse popzanger Psy op YouTube meer dan een miljard views met zijn single “Gangnam Style”. Hij gaat de geschiedenisboeken in als de eerste die dat klaarspeelde. Voor lange tijd was nagenoeg de hele wereld in de ban van Psy’s danspasjes, die iedereen nabootste. Voor velen was het een eerste ontmoeting met het k-popgenre, maar in werkelijkheid is de Koreaanse popmuziek al jarenlang aan een wereldwijde opmars bezig.

K voor Koreaans (en kameleon)

De ‘K’ uit k-pop staat voor ’korean’, en daarmee is meteen gezegd wat van een nummer een k-popnummer maakt. Het moet simpelweg van (Zuid-)Korea afkomstig zijn. Daarnaast lijken er op muzikaal vlak amper beperkingen te bestaan. Van her en der wordt inspiratie geput, uit de eigen oosterse traditie, maar evenzeer uit ‘westerse’ muziekstijlen als elektro en dance of Afro-Amerikaanse genres als hiphop, r&b en reggaeton. Als kameleons passen k-popproducers zich aan wereldwijde trends aan, terwijl de Koreaanse artiesten het dan ‘typisch Koreaans’ maken.

Daarnaast valt k-pop natuurlijk nog te herkennen aan andere kenmerken. Zo worden bands van meer dan vijf leden niet geschuwd. BTS en (G)I-DLE tellen respectievelijk zeven mannen en zes vrouwen, terwijl je in de westerse popgeschiedenis niet gauw een grotere groep terugvindt dan het vijfkoppige One Direction. Ook qua dans valt k-popmuziek snel op. Met de term ‘Anmu’ wordt verwezen naar een typisch Koreaanse choreografie die focust op synchronisatie tussen de verschillende leden, die van plek verwisselen wanneer ze aan de beurt komen.

De videoclip van ITZY’s “Not Shy”: een duidelijke illustratie van ‘anmu’-choreografie.

Ook ‘point dance’ staat centraal, repetitieve bewegingen op sleutelmomenten in de tekst die door fans gemakkelijk kunnen worden nagebootst.

Intense trainingsprogramma’s

Hoewel westerse supersterren als Ariana Grande en Justin Bieber door miljoenen fans op handen en voeten worden gedragen, verschilt die ster-fanverhouding enorm van hoe het er in de k-popindustrie aan toe gaat. Enorme entertainmentbedrijven produceren en masse ‘idols’, popsterren die een extreem nauwe band ontwikkelen met hun talloze fans. Het lijkt zowaar op een transactie waarbinnen de artiest muziek aflevert en de fan in ruil die muziek blijft beluisteren en delen opdat zijn of haar favoriete artiest in de hitlijsten zou verschijnen. Het resultaat is ernaar: niet voor niets worden de meeste streamingrecords door Koreaanse artiesten gebroken.

Toch heeft die (enorm effectieve) methode van sterren ‘creëren’ heel wat nadelen. K-pop staat erom bekend artiesten intense trainingsprogramma’s te laten volgen. De weinig lucratieve contracten, vaak van onbepaalde duur, werden in 2011 door BBC omschreven als slavernij. In 2009 werd S.M. Entertainment, een van de drie grootste Koreaanse entertainmentbedrijven, door een ‘idol’ voor de rechter gedaagd omdat de trainingen zijn (mentale) gezondheid negatief beïnvloedden. Sindsdien zijn er maatregelen getroffen om de artiesten binnen zo’n gigantische productiemolen beter op te vangen, maar het pad tot k-popster blijft enorm zwaar. Om nog maar te zwijgen van de prominente seksualisering van zowel mannelijke als vrouwelijke artiesten, maar daarin verschilt Korea niet zoveel van de westerse popindustrie.

Niet meer zo Koreaans

K-pop onderscheidt zich dus duidelijk van het Westen qua bezetting, dans en marketing. Op vlak van muziek vervaagt de grens echter steeds meer. Omdat k-pop al lang niet meer uitsluitend in het Koreaans wordt gebracht (op “Dynamite”, dat recent nog de hitlijsten domineerde, zingen de leden van BTS bijvoorbeeld uitsluitend in het Engels), verliest het Koreaanse genre heel wat van zijn eigen identiteit.

Met een Engelstalig nummer hoopt BTS gehoor te vinden in de westerse muziekwereld.

Allicht schuilt ook hier een marketingstrategie achter. Bijna alle westerse popmuziek is Engelstalig, dus door ook in het Engels te zingen, zal k-pop ongetwijfeld gemakkelijker ontvangen worden. “Dynamite”, waarvan de videoclip op de eerste dag al 7,778 miljoen keer werd bekeken, getuigt van een successtrategie. Tal van samenwerkingen met westerse popartiesten maken dit ook mogelijk, met de vrouwen van BLACKPINK als sprekend voorbeeld. Ze verschenen al op albums van Dua Lipa en Lady Gaga en op hun eigen debuut THE ALBUM wisten ze Selena Gomez en Cardi B te strikken. Ongetwijfeld een vlotte manier om toegang te vinden tot de westerse popmarkt.

Er schuilt wel een paradox in deze aanpassing. Door zich zo nauw mogelijk bij de westerse muziek aan te sluiten, hoopt k-pop op een globale afzetmarkt. Door dit te doen, verliest het genre echter zijn uniciteit en zal het, althans volgens mij, binnen een aantal jaren niet meer te onderscheiden zijn in het wereldwijde (over)aanbod van popmuziek. Of de nauwe band tussen fans en hun idols dan nog genoeg is om k-pop naar de toppen van de hitlijsten te katapulteren, is maar de vraag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × een =