Zeven jaar na het vierde deel rakelt Pixar de draad weer op van de films die nog altijd het meest lucratieve handelsmerk vormen van de studio. Dat gebeurt in een tijd dat zowel de eens ongenaakbare reputatie als de positie aan de box-office van animatiegigant, danig veranderd zijn.
We moeten starten met toe te geven dat het gewoonweg onmogelijk was om de bijna ongeëvenaarde zegereeks (zowel kritisch als financieel) die Pixar afleverde na de eerste Toy Story vol te houden. Niemand kon ook maar op een realistische manier verwachten dat een dergelijke triomf, die eigenlijk enkel ooit weggelegd was voor de hele vroege Disney en voor Studio Ghibli, kon blijven duren. Dat is echter geen excuus voor de lamentabele kwalitatieve situatie waarin we ons nu bevinden: titels als Lightyear en Luca sloegen deuken in het idee dat de animatiestudio enkel voltreffers afleverde, een film als Elemental illustreerde dan weer dat ook regelrechte rampen niet uitgesloten waren. Daarbovenop rinkelde de kassa ook regelmatig veel minder, waardoor er zeker sprake is van een soort crisis. Het hoeft niet te verwonderen dat er dus een beroep gedaan wordt op beproefd materiaal en ervaren talent: met name dan dat van regisseur Andrew Stanton die onder andere Wall-E en Finding Nemo op zijn actief heeft.
Vergezeld van de vertrouwde cast aan stemmen (Tom Hanks, Tim Allen, Joan Cusack), ondersteund door nieuw bloed uit de animatieafdeling (McKenna Harris) en met een deels zelfgeschreven script, onderneemt Stanton een poging om nog iets moois te doen met de ondertussen drie (!) decennia oude Toy Story reeks. Een dergelijk opzet vereist een voorzichtige balans tussen gekende en nieuwe elementen en wat het verhaal betreft, zit dat een beetje verkeerd: het speelgoed dat opgeschrikt wordt door de komst van nieuw digitaal spelmateriaal doet immers net iets te veel denken aan de plot van het originele avontuur waarin Buzz het nieuwe hippe speelgoed was dat Woody van de troon dreigde te stoten (er hierbij even van uitgaand dat u niet meer hoeft uitgelegd te worden wie die personages zijn). Naarmate de eerste minuten van Toy Story 5 wegtikken, wordt ook al snel duidelijk dat dit inderdaad grotendeels een herhaling is van eerdere verhaallijnen. Het vierde deel werkte omdat er na de verpletterende emotionele climax van Toy Story 3 een nieuw element werd binnengebracht, namelijk dat er ook een thematische variatie mogelijk was die niks te maken had met opgroeiende kinderen of verloren speelgoed. Ditmaal ontbreekt een dergelijk idee, waardoor het allemaal te veel aanvoelt als een overlopen van voorbije hoogtepunten: de insteek over de strijd tegen de digitalisering voelt gemakzuchtig en het leger net uit de verpakking gekomen losgeslagen Buzz Lightyears dat te pas en onpas doorheen de film stormt, zet de narratieve armoede nog wat meer in de verf. Pas in de laatste vijftien minuten duikt er dan toch wat meer creativiteit op, net als oprechte gevoelens die het centrale idee – blijf jezelf – dan toch iets meer glans bijzetten.
Tegen die tijd heeft deze vijfde in de reeks die opsteker echt wel nodig, want voorafgaand wordt ook nog eens de kapitale fout gemaakt om de ritmiek volledig te laten ontsporen. Dit is altijd een serie geweest gebouwd op goed geschreven scenario’s en voorzichtige gebalanceerde (emotionele) opbouw. Ditmaal verwordt alles al te vaak tot het soort hysterisch opgefokte troep die we eigenlijk gewoon zijn te zien bij Illumination-studio’s. Als om dat nog wat kracht bij te zetten, loopt er een eenogige digitale camera rond die doet denken aan een Minion, bepaald een afgang voor het Toy Story imago. Dat het visueel niet meer zo baanbrekend is als in 1995 is nogal evident en ook de vorige prent bracht op dat vlak al niet echt veel nieuws meer. Ditmaal is het echter wel zeer vlakjes – soms lijkt de animatie erop te zijn achteruit gegaan in plaats van vooruit – en er is ook de vreemde en mislukte esthetische keuze om van de fantasievolle spelmomenten een soort glanzende droomscènes te maken.
Met dat alles kan deel vijf er nog nét mee door, maar het is nu echt wel tijd om Woody en zijn kompanen voorgoed de zonsondergang tegemoet te laten rijden. Nóg een nieuw en kwalitatief verder afkalvend vervolg zou de ooit op een absoluut hoogtepunt begonnen reeks immers echt niet verdienen.




De originele Toy Story kwam uit in 1995. 4 decennia is dan misschien wat ruimer gerekend. 🙂
hm, fair point, drie is het eerder – tx 🙂
“Met dat alles kan deel vijf er nog nét mee door”
Bats, 6.5/10. Net erdoor zeg.