Revolutionary Road




David
Harbour, Kathryn Hahn,
e.a.
119 min. / USA
/ 2008

Om te beginnen kunnen we alvast zeggen dat
‘Revolutionary Road’ compromisloze cinema van het zuiverste water
is. Een happy end, zoete romantiek en escapistische nonsens komen
hier hoegenaamd niet aan bod en alle middelen worden ingezet om dit
project – dat duidelijk met veel liefde in elkaar is gestoken – een
boodschap mee te geven die de kijkers niet snel zullen vergeten.
Alleen is het wel zo dat de makers 120 minuten lang op je inhakken
met een bijl die zó bot is dat het je op den duur eigenlijk niet
meer zoveel doet. Je merkt het nog wel, maar ‘t is eerder vervelend
dan verpletterend indrukwekkend.

Het toneel van dit door en door pessimistische antisprookje is
het suburban Amerika van de fifties. We ontmoeten Frank en
April Wheeler op het moment dat hun huwelijk al fameus
downhill is gegaan. Zij speelt mee in een ondermaats
schooltoneelstuk en hij ziet dat ze er eigenlijk helemaal niks van
bakt. Hun onhandige pogingen tot communicatie leiden al tot een
eerste gierende ruzie – no worries, er volgen er nog
genoeg – en we merken dat dit mensen zijn die vastgeroest zitten in
een bestaan waar ze het liefst zo weinig mogelijk mee te maken
zouden hebben. Enkele flashbacks later weten we dat Frank en April
vroeger heel ambitieus waren in het vormen van hun eigen toekomst,
om hun leven te leven zoals zij dat zelf wilden. Hoe is het dan zo
ver kunnen komen? Welja, April werd zwanger, dus ze besloten om
zich tijdelijk te vestigen, Frank nam een job aan waar hij niet de
minste voldoening uit kon halen en het koppel integreerde zich in
een typische Amerikaanse buitenwijk – het ironisch getitelde
Revolutionary Road, waar hersenloos conformisme de norm is. En
jaren later zitten ze daar nog steeds. April wil echter méér en
besluit om het bij te leggen met haar man en met het hele gezin
naar Parijs te trekken.

Althans, dat is het plan. De komende twee uur ontwikkelen zich
als een soort nihilistische afbrokkeling van hun droom, een
afstraffing van hun non-conformisme en een ironische triomf van de
Amerikaanse Droom, met zwaar dramatische gevolgen voor het gezin
Wheeler. Veel meer kunnen we hier niet kwijt over het verhaal,
behalve dat het steeds verder en verder in een neerwaartse spiraal
terechtkomt. Het doorgedreven determinisme van de plot zorgt
spijtig genoeg ook voor een hoge graad van voorspelbaarheid. Het is
zo’n beetje als met Haneke’s ‘Funny Games’: omdat het zo’n
kritische, confronterende cinema is waar alle elementen van
betekenis zo prominent in je gezicht worden gewreven, wéét je ook
wel dat het einde gitzwart zal zijn, zodat het zijn kracht – hoe
hárd de finale ook mag zijn – toch een klein beetje verliest.

Dat de tragiek niet echt wérkt, ligt voor een groot stuk aan de
problemen waarmee het koppel te kampen krijgt. Die zijn namelijk
niet altijd zó onoverkomelijk en als je hun reacties dan bekijkt,
denk je wel eens gewoon ‘get over it‘.Vooral bij het
personage van April is dat nogal sterk het geval: zij is een sterke
vrouw die, als ze al geen duidelijk afgelijnd doel voor ogen had,
toch altijd wist wat ze niét wilde doen met haar leven. Als ze
merkt dat ze door omstandigheden – tja, hoe gaan die dingen –
vastzit in een doodlopend straatje, wil ze daar begrijpelijk genoeg
weer uitgeraken. Dat blijkt echter minder makkelijk als gedacht
wanneer Frank de zekerheid van zijn saaie bestaan toch niet zomaar
wil opgeven. Ze hebben het nooit zo gepland, maar ‘door
omstandigheden’ zitten ze ondertussen wel vast in een uitzichtloze
situatie. Hun gevecht om te ontsnappen aan de val van de banaliteit
blijkt echter een absurde onderneming en April begint meer en meer
te lijken op die ene ridder die een stel windmolens wou
verslaan.

Tijdens hun neergang – die overigens zeker een kwartier te lang
aansleept – word je als kijker geconfronteerd met zowel sterke,
beklemmende scènes als klinische, theatrale acteertirades.
Het theatrale aspect – en daar zal Mendes’ verleden wel voor iets
tussenzitten – is overigens sterk voelbaar doorheen de hele film,
op het storende af. Grote Monologen, Emotionele Uitspattingen en
Psychologische Crisissen genoeg, maar steeds voelt het aan alsof er
allemaal iets te veel over nagedacht is. De centrale boodschap –
meedraaien in een holle, materialistische en oppervlakkige
maatschappij kan alleen als je niét communiceert; anders word je
gek – wordt er zo hard ingeramd dat je het na twee uur écht wel beu
bent. April vraagt Frank helemaal in het begin van de film, na het
mislukte toneelstuk, om haar gewoon te laten doen en even niets te
zeggen. Maar Frank probeert haar dapper te troosten en wil dat zij
haar hart kan uitstorten. Het duurt niet lang of de twee staan
tegen elkaar te roepen dat het geen naam heeft. Vervolgens komt
hetzelfde motiefje terug in bijna elke ruzie die de twee beginnen
(en dat zijn er nogal wat): April verzwijgt haar gevoelens liever,
omdat ze weet dat ze anders ontploft en Frank blijft doorvragen tot
dat dan ook gebeurt.

Dat net Leonardo DiCaprio en Kate Winslet hier werden gecast,
getuigt van lef. De twee braken door met ‘Titanic’, waar ze meteen
gebombardeerd werden tot meest legendarische filmkoppel aller
tijden. Wie hier echter een herkauwing van hun succesverhaal
verwacht, kan maar beter thuis blijven. Dit is andere koek. Maar
goed, Winslet heeft ondertussen al zo’n tweeduizendtal awards in
ontvangst mogen nemen voor haar vertolking van April en, heel
eerlijk, die zijn – als we echt héél eerlijk zijn – niet helemaal
verdiend. Het is geen understatement om te zeggen dat zij een grote
actrice is, maar de lof die ze krijgt voor deze rol lijkt nogal
makkelijk. “Die heeft nog niet veel erkenning gekregen, maar ze is
wel heel goed en staat nu in een artistiek verantwoorde productie,
wat denk je?” hoor je de juryleden al denken. Winslet loopt de hele
film zo nadrukkelijk dood- en dóódongelukkig te wezen dat je al
snel geneigd bent om in het scherm te stappen, haar bij het haar te
grijpen om haar vervolgens drie keer om het gezicht te kletsen en
te roepen “pull yourself together, woman!“. Ja, het doet
wat met een mens, die drama’s.

DiCaprio, daarentegen, staat weer heel intens te acteren en
bewijst nog maar eens dat hij een van de beste acteurs van zijn
generatie is. Zijn personage heeft ook iets meer vlees aan de
botten hangen. Hij is in feite een laffe, bange man: Frank heeft
altijd een grote mond gehad over zijn ambities, maar als puntje bij
paaltje komt, kiest hij steeds voor de zekerheid en de vaste
waarden. Hij twijfelt of hij wel talent heeft – voor wat dan ook –
en lijkt bang zijn om iets nieuws te proberen onder het motto ‘wie
niet probeert, kan ook niet falen’. Toch weet hij hoe hol en leeg
zijn bestaan is geworden. Hij zou wel graag wíllen vluchten, maar
hij heeft de ballen niet, daar komt het eigenlijk op neer. April
heeft dat allang door, en wordt meer en meer in een hoek gedreven
door zijn pogingen om zichzelf goed te praten.

Het koppel heeft dus wel degelijk z’n problemen, maar eens de
zwartgallige finale gepasseerd is, vraag je je toch oprecht af of
ze nu niet gewoon hadden kunnen scheiden, om maar iets te zeggen.
Oké, in de jaren 50 deden ze daar allemaal niet zo tolerant over,
maar als je dan ziet wat ze wél doen… Het is een goede
illustratie van de hele film: het basisidee is wel goed en de
kritiek is terecht, maar ze slaan er zo nadrukkelijk mee om je oren
– en nog eens, en nóg eens – op zo’n overdreven dramatische manier
dat het je uiteindelijk allemaal vrijwel koud laat. Er komen ook
enkele bijrollen aan bod wiens functie zich beperkt tot het
afspiegelen van de centrale plot. Clevere scenariotrucjes, dat wel,
maar als kijker neem je ze nooit serieus als personages.

Wat hebben we hier dus? Twee onsympathieke mensen die elkaar
vanalles aandoen, om steeds dieper en dieper te verzinken in de put
die ze zelf hebben gegraven. Twee uur deprimerend deterministische
en sober in beeld gezette cinema. Twee hoofdrolspelers die goed
kunnen acteren en dat heel graag laten zien. Samen goed voor één
dikke, stijlvolle stamp in je maag. En toch geen enkel moment van
oprechte emotie. Het is een beetje zoals de samenleving die de film
zo sterk bekritiseert: zeker niet verschrikkelijk om in te
vertoeven, maar te artificieel om écht in mee te leven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 14 =