The Killers :: Day & Age

Het nieuwe album van The Killers is een grap. Of om te huilen. Wij geloofden nochtans in The Killers en keken na twee meer dan aardige albums uit naar hun toekomst, maar vermoeden nu dat het eigenlijk een duivels experiment in muziekmarketing is.

The Killers hebben ambitie. Als het even kan erkend worden als de beste groep ter wereld, want uiteraard zijn Brandon Flowers en de zijnen er zelf van overtuigd dat ze dat al zijn. Het is wellicht vanuit die overtuiging dat de groep dit jaar de eerste dag van Pukkelpop mocht afsluiten: een concert dat vooral pijnlijk duidelijk maakte dat The Killers de songs nog niet hebben om anderhalf uur te boeien.

De vier wereldsongs uit hun repertoire verzopen in een geluidsbrij en in het beste geval middelmatig setvulsel. Dat de groep onverstoorbaar bleef spelen als waren ze de reïncarnatie van The Beatles, deed even vermoeden dat The Killers eigenlijk een grap zijn: een Spinal Tap voor de 21ste eeuw, lustig surfend op een golf van oppervlakkige genreoefeningetjes.

Debuut Hot Fuss bevat met "Somebody Told Me" en "Mr. Brightside" twee moordsongs waarvoor ook wij altijd wel te porren zijn, maar was in zijn geheel een wisselvallige mélange van postpunk, glamrock en Morrissey-maniërismen, met als gênant hoogtepunt de ad nauseam herhaalde mantra ’I’ve Got Soul, but I’m Not A Soldier’. Het soort nonsens dat temidden de neon, schaars geklede social workers en rinkelende jackpots op The Strip ongetwijfeld een immens diepzinnige en gevatte woordspeling is.

Voor de opvolger plande het marketingdepartement van The Killers een uitputtende brainstorm met trendwatchers, verluchtigd met enkele slides vol kleurrijke taartdiagrammen en sprekende beelden. Kwestie van het meest ideale geluid ter verdere verovering van de wereld te kiezen. Er bleek een gigantische markt te zijn voor een "U2 anno The Joshua Tree meets Bruce Springsteen misbegrepen door een bende rednecks"-concept.

Their people vlogen met Anton Corbijn een fotogenieke woestijn in en The Killers werden plots Erg Amerikaans, met uitbundige baarden, hout op het podium en een "Think Bruce Springsteen"-spandoek in de studio. Op Sam’s Town leek de groep zowaar zelfs echt haar geluid gevonden te hebben. Minder kitsch, meer episch drama. Het marketingdepartement stelde verbaasd vast dat het zelfs inhoudelijk leek te kloppen.

En nu is er dus Day & Age: geen glamrock, geen stoere mannenrock, maar salonpop uit de Duran Duran- en Roxy Music-school. Toch nog maar een ander imago en geluid, want als beste band ter wereld mag je natuurlijk niet teveel op jezelf beginnen lijken. "Dat deden The Beatles ook niet", riep een marketeer nog na. "Het zijn bovendien kniesoren die zich na drie imago’s en evenveel studioalbums gaan afvragen of The Killers wel een eigen geluid hebben. En kniesoren zitten zéker niet in jullie doelgroep", riep een andere.

Maar deze kniesoor hoort dus wéér een ander geluid en dan nog liefst dat van groepen die in volle jaren ’80 met weinig meer dan laagjes vernis bezig waren. Day & Age bevat weer dezelfde Killers-trucjes, maar ditmaal met extra saxofoontjes, cocktaildeuntjes en pastel. Het mag allemaal, we zijn geen muziekfascisten, maar we zouden toch graag horen waarom en hoe een groep van Bowie en Morissey over Springsteen en U2 tot Spandau Ballet en Wet Wet Wet evolueert.

En de songs dan? Alleen naar "Neon Tiger" valt nog een beetje serieus te luisteren. De rest is hooguit boeiend als muzikaal curiosum. "Human" is "Mr. Brightside" met extra eightieskitsch, "This Your Life" een afleggertje van The Pet Shop Boys en"Joy Ride" moét een grap zijn. Hopen we. Day & Age is nauwelijks de elektriciteit waard die het beluisteren vereist, laat staan de aanschaf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + dertien =