Chad Vangaalen :: Soft Airplane

Vorig jaar greep hij in zijn moederland nog net naast de prestigieuze Polaris Music Prize, maar met zijn derde album Soft Airplane lijkt de definitieve doorbraak voor de Canadees Chad Vangaalen dichtbij.

Chad Vangaalen is een buitenbeetje. Om zijn podiumvrees te overwinnen en zijn songs te polijsten, trok hij in zijn thuisstad Calgary tot voor kort regelmatig de straat op om er te busken. Meer nog: hij rekent deze straatoptredens nog steeds tot zijn beste muzikale herinneringen. Vangaalen bouwt sinds zijn studententijd ook zelf zijn muziekinstrumenten.

Vangaalen is bovendien ook creatief met illustraties en animatiefilmpjes. Het artwork van Soft Airplane bijvoorbeeld is volledig van zijn hand en ook de videoclips bij zijn songs (via YouTube zijn er enkele te zien) zijn uit zijn koker ontsnapt. Stijl: allesbehalve complex, bijna kinderlijk, maar erg knap. Met wat goede wil zelfs vergelijkbaar met de tekeningen van Daniel Johnston.

Muzikaal krijgt Chad Vangaalen steevast de labels "experimenteel" (niet voor niets noemt hij John Cage als voorbeeld) en "lo fi"opgekleefd. Waren zijn eerste twee platen, Infiniheart (2005) en Skelliconnection (2006), nog compilaties van ’s mans vroege huisvlijt, dan is Soft Airplane zijn eerste volwaardige langspeler die naam waardig. De nummers op deze plaat werden allemaal in dezelfde periode geschreven, en meer dan de eerste twee platen is Soft Airplane een coherent album.

Op Soft Airplane krijgen we afwisselend uitgeklede akoestische ballads ("Willow Tree", "Cries Of The Dead") en stevige, vaak van allerlei tierlantijntjes (accordeon, xylofoon, de trein in de outro van "Rabit Bits Of Time") voorziene rockers voorgeschoteld. Vocaal roept Vangaalen dan weer referenties aan onder andere Neil Young en Great Like Swimmers op.

Opener "Willow Tree" is zonder twijfel één van de mooiste songs die wij dit jaar al hoorden. Een banjo-intro à la Sufjan Stevens en ijzingwekkend gezang (gehuil bijna) waarvan wij dachten dat Fleet Foxes er een patent op had. Koude rillingen alom dus. Van Fleet Foxes naar Neil Young, de stap is klein. "Bones Of Man" is namelijk vintage Neil Young, als die geruggensteund wordt door Crazy Horse tenminste.

Naast intieme ballads serveert Vangaalen ook een milkshake van stevig rockende gitaren, wanhopige zang en experimentele ornamenten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit "Inside The Molecules", waarin de gitaren een loodzware betonmuur creëren tot aan het gaatje plots een xylofoon ten tonele verschijnt. Of uit "Phantom Anthills": een wild in het rond springende intro, die van The Fiery Furnaces had kunnen zijn, ijle zang boven een grillige beat. In "Poisonous Heads" eisen de gitaren dan weer de hoofdrol op en het resultaat is verbluffend.

Met "TMNT Mask" volgt alweer een hoogtepunt. Of hoe "Blind" kon klinken als niet Hercules And Love Affair maar The Knife achter de knoppen hadden gezeten en de pathetiek er bij Antony met een scheermesje was van afgeschraapt. "Molten Light" tenslotte kaapt in extremis nog de prijs voor "meest akoestische, door merg en been gaande jammerklacht van het jaar" voor de neus van "Willow Tree" weg.

Soft Airplane van Chad Vangaalen grossiert in melodieuze pop, verpakt in een experimenteel kleedje en schenkt ons enkele van de mooiste songs van dit jaar. Voer voor eindejaarslijstjes dus.

Op zaterdag 22 november staat Chad Vangaalen in Trix in Antwerpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =