DIT WAS 2008 :: Chad Vangaalen :: ”Veel liever zou ik nu thuis zitten schilderen”

Neil Young meets Thurston Moore meets John Cage meets Great Lake Swimmers. Wie benieuwd is hoe dàt klinkt, moet als de wiedeweerga Chad Vangaalen ontdekken. Met Soft Airplane heeft de Canadese artistieke duizendpoot een van de mooiste platen van 2008 uit. Terwijl buiten de eerste sneeuw naar beneden dwarrelde, voelden wij de schuchtere maar sympathieke Vangaalen aan de tand.

enola: In interviews of recensies word jij steevast afgeschilderd als een echte huismus die zijn kelderstudio zelden verlaat. Om eerlijk te zijn: je ziet er niet uit als een wereldvreemde kluizenaar.
Vangaalen: (lacht) Ben ik ook niet. Ik zit gewoon erg graag thuis, en heb er alles om mijn inspiratie te botvieren. Op tournee verlies ik bovendien veel van mijn krachten en verspillen we veel tijd met rondrijden in de bus, wachten in hotelkamers, elke avond opnieuw soundchecken,…Veel liever zou ik nu thuis zitten schilderen.

enola: Thuis, dat is je huis in Calgary, Canada, waar je Soft Airplane, je nieuwste plaat, hebt opgenomen. Nooit gedacht om, na je vorige twee platen vol huisvlijt, deze keer een professionele studio te boeken?
Vangaalen: Neen, ik zou mezelf verloochenen als ik voortdurend krampachtig zou proberen om alles perfect te krijgen. Ik kan me niet voorstellen dat ik dagenlang met hoofdtelefoons zou moeten werken of me door iemand anders laten commanderen. Een plaat opnemen is voor mij een strikt persoonlijk proces.
Bovendien tillen al die kleine creases and cracks de plaat naar een hoger niveau, vind ik. Zo raakte ik ook gefascineerd door muziek. Door naar de radio te luisteren, of naar de platen van pakweg Sonic Youth of Shellac die deze onvolmaaktheden er bewust inlieten, raakte ik er gaandeweg van overtuigd dat ik dat ook kon. Het maakt muziek menselijker.

enola: Toch klinkt Soft Airplane allesbehalve lo-fi.
Vangaalen: Precies. Hoe dikwijls krijg ik dat niet te horen, dat mijn muziek lo-fi klinkt. Ik probeer net heel hard om de beste kwaliteit mogelijk na te streven. Ook al ben ik meestal te lui om er alle foutjes uit te halen.

enola: De algemene consensus omtrent Soft Airplane is dat het jouw meest coherente plaat is. Akkoord?
Vangaalen: Absoluut. Soft Airplane is bijvoorbeeld bewust een stuk korter dan de vorige twee albums. Deels onder druk van Sub Pop (het legendarische platenlabel waarbij Vangaalen zijn albums uitbrengt, ld) die me smeekten om ditmaal een enigszins normaal album uit te brengen. Maar zelf was ik ook echt niet tevreden met mijn laatste plaat, Skelliconnection. Daarvoor had ik geselecteerd uit meer dan honderd songs, waarvan sommige al meer dan tien jaar oud waren. De samenhang op dat album was dus serieus zoek. Mocht ik nu op een knop kunnen drukken die Skelliconnection prompt vernietigt, ik twijfel geen seconde. De songs die op Soft Airplane beland zijn, heb ik allemaal in dezelfde tijdspanne geschreven en dat hoor je.

enola: Ondanks die duidelijk hoorbare samenhang, vertoont Soft Airplane een grote variatie aan songstijlen. Akoestische kampvuurliedjes, gierende gitaarsongs, pompende electrotracks en experimentele popnummers wisselen elkaar naadloos af. Je bent duidelijk geen one trick pony.
Vangaalen: Klopt. Ik denk dat die variatie in songtypes vooral te wijten is aan mijn afkomst. Waar ik woon (het vooral door de wintersport bekende Calgary in Canada, ld) sijpelen nieuwe groepen slechts met mondjesmaat binnen. Vooraleer platen bij ons terecht komen… Ik maakte bovendien nooit deel uit van een of andere scene, ik luisterde zowel naar seventies psychedelica als naar traditionele Afrikaanse zangers of Sonic Youth of kerkmuziek. Met de drummer van Women (wiens plaat Vangaalen heeft geproduceerd, ld) ben ik zo muziek beginnen spelen, een soort jazzband met mezelf op tenorsax. Ik hou gewoon van muziek, maakt niet uit welke stijl.

enola: Op welke song van Soft Airplane ben je het meeste trots?
Vangaalen: "Willow Tree" en "Frozen Energon". Niet toevallig het eerste en het laatste nummer van de plaat. Die twee songs vormen namelijk de twee uitersten van mijn muzikaal universum. Een breekbaar akoestisch liedje versus een flinke lap experimentele noise, met alles daartussen.

enola: Neil Young meets Sonic Youth meets John Cage als het ware?
Vangaalen: Zo je wil. Vooral John Cage was een grote invloed voor mij, en dan meer precies zijn Sonates And Interludes For Prepared Piano. Hij bouwde ook zelf instrumenten, wat me nog meer tot hem aantrok. Via hem leerde ik vervolgens Steve Reich en Glenn Branca kennen. Sonic Youth verwerkte die avant-garde-invloeden ook in hun songs en tilde ze zo naar een groter publiek. En Neil Young heb ik pas enkele jaren geleden echt leren kennen, omdat iedereen me wees op de vocale gelijkenis. Sindsdien ben ik wel zwaar fan.

enola: Je kende Neil Young niet?
Vangaalen: Ik wist wel dat hij een muzikant was, maar zag hem altijd als een folkie singer-songwriter. Ik ben namelijk niet opgegroeid met veel muziek in huis, en als tiener was ik meer bezig met tekeningen en schilderen. Music wasn’t my first love, no.

enola: Naast erg mooie liedjes maak je inderdaad ook nog je eigen muziekinstrumenten, tekeningen, schilderijen, videoanimaties. Muziek alleen volstaat duidelijk niet om jouw inspiratie te kanaliseren?
Vangaalen: Nee, inderdaad. Ik ben van oorspong eigenlijk een videokunstenaar, en als kind tekende ik de hele dag door. Mijn vader is schilder, en ik ging er lange tijd vanuit dat ik ook op die manier mijn brood zou gaan verdienen. Als illustrator of videoanimator of zo. Maar op een bepaald moment leek muziek mij de ideale symbiose van al deze kunstvormen. Ik kan teksten schrijven, er klanken bij verzinnen, mijn tekeningen als artwork gebruiken, videoclips monteren, etc. Maar nog steeds voel ik mij stukken beter bij die visuele kant. Ik hoef er niet zo nodig bij te performen, kan een stapje achteruit zetten en het kunstwerk voor zich laten spreken. Nu moet ik toeren, mijn werk telkens uitleggen en opnieuw creëren. Als een tekening af is, hoef ik me er verder niets meer van aan te trekken. Dan is het aan de kijker of lezer.

enola: Volgens Beach Boys-coryfee Van Dyke Parks is een song "het meest draagbare kunstvoorwerp". Akkoord?
Vangaalen: (denkt na). Ja, eigenlijk wel. Je kan het zingen, zonder extra gereedschap, dus het is zeker het meest draagbare, en ik beschouw muziek zeker als één van de krachtigste kunstmedia. Muziek heeft ook één van sterkste paletten, aangezien alles in het universum opgebouwd is uit vibraties. Werken met die vibraties, zelf moleculen in de lucht omzetten tot klank en dat combineren met woorden, poëzie: dat is pretty crazy stuff.

enola: Alomtegenwoordig in jouw werk is de dood. Vanwaar die fascinatie?
Vangaalen: Ik zie de dood niet als een donkere kracht. Nadenken over de dood gaat echt mijn petje te boven. Mijn lichaam en geest die plots ophouden te bestaan, de moleculen die wegzweven: dat klinkt echt veel te absurd voor mij. Maar dood maakt ontegensprekelijk deel uit van het leven, en als muze gebruiken van waaruit dan weer andere ideeën kunnen voortspruiten. Het vormt inderdaad de rode draad doorheen Soft Airplane, maar niet op een depressieve manier. In mijn werk omarm ik de dood als deel van het leven.

enola: Er waait een dromerige, bijna sprookjesachtige sfeer doorheen Soft Airplane. Leren we de mens Chad Vangaalen beter kennen door naar zijn muziek te luisteren?
Vangaalen: Zeker en vast. Skelliconnection bijvoorbeeld bevatte veel persoonlijke songs, en pakweg "Cries Of The Dead" bevat tekstflarden uit mijn dagboek. Dat heb ik nodig om mezelf emotioneel betrokken te voelen tijdens optredens. Maar ik wil daar ook niet te ver in gaan, dus verweef ik de persoonlijke stukken met dromerige, vage beelden. "Molten Light" bijvoorbeeld is pure folklore.

enola: Enkele maanden geleden liep er in de Bozar in Brussel een expositie, "It’s Not Only Rock’n Roll Baby!" rond kunstwerk van beroemde muzikanten zoals Patti Smith, Brian Eno en Antony Hegarty. Zou jij jouw werk ooit in een heus museum willen tentoonstellen?
Vangaalen: (enthousiast) Zeer graag! We komen net van het Crossing Borders-fetsival in Den Haag, en de organisatoren hebben me gevraagd of ik volgend jaar niet wil exposeren. Ik hoop echt dat het er van komt, want ik popel om mijn installaties en schilderwerken ook in Europa aan het publiek te tonen. Mensen lijken hier meer aandachtig te willen kijken of luisteren dan in Amerika. De meeste Amerikanen kijken echt niet verder dan hun eigen navel, walgelijk soms. Misschien dat de verkiezing van Obama iets teweeg kan brengen.

godddeau: Jij bent afkomstig uit Calgary, Canada, door sommigen "het Nashville van het Noorden" genoemd. Is er een levendige rockscène in Calgary?
Vangaalen: In Calgary tref je inderdaad veel countrygetinte bands. Het is dan ook erg landelijk. Paarden, cowboys, rendieren, al wat je wilt. Maar er is ook een vrij omvangrijke rockscène, maar die is vooral insular. Iedereen werkt er op zijn eentje, thuis, en niemand heeft het gevoel dat hij het ergens kan schoppen. Komt ervan als je in the middle of nowhere woont.

enola: Om de verveling te verdrijven ging je enkele jaren geleden zowaar de straat op om te busken.
Vangaalen: Inderdaad. Al was het mij om eerlijk te zijn vooral om het geld te doen. Ik werkte toen in een pizzeria en elke dag stond daar aan de deur een vreselijke straatzanger te kwijlen. Toen ik zag hoeveel die man dagelijks bijeen schooide, ben ik er zelf ook mee begonnen. And guess what? Ik verdiende meer als busker dan als pizzakoerier. Ongelofelijk toch?

enola: Nogal ja. Put je nu nog soms uit die ervaring als straatzanger?
Vangaalen: Eigenlijk wel. Van nature ben ik namelijk geen podiumbeest. Door die directe en vaak confronterende ervaringen op straat raakte ik grotendeels over mijn plankenkoorts heen. En het hielp om mijn zangstem te polijsten. Ik heb er trouwens totaal geen moeite mee om toe te geven dat ik nog als straatzanger actief ben geweest. Er wordt veel te vaak pretentieus over muziek gedaan. Nu nog speel ik hoofdzakelijk om mijn huur te kunnen betalen.

enola: Volgende week focust het Etoiles Polaires-festival in Gent op de bruisende muziekscene in Montréal. Heb jij enige affectie met de Montréal-scene?
Vangaalen: Jazeker, ik tourde al met Wolf Parade en heb een tijdje in Montréal geleefd. Het is echt dé place to be als je in Canada muziek wil maken. Van alle uithoeken van het land trekken muzikanten naar Montréal om daar aan de weg hogerop te timmeren. Mij is Montréal echter te druk. Ik heb al die impulsen niet nodig om creatief te zijn. Mijn geest heeft ruimte en stilte nodig. Geef mij maar het rustige Calgary. De nabijheid van de imposante Rocky Mountains, niet te veel verkeer, weinig drukdoenerij,…Perfect voor een huismus als ik.

enola: "Into The Wild" (de gevierde boekverfilming van Sean Penn over een adolescent die de kapitalistische maatschappij de rug toekeert en opteert voor een leven into the wild, ld) ging over jou?
Vangaalen: (lacht) Zo extreem zou ik het nu ook weer niet aanpakken. Maar ik zie mezelf uiteindelijk wel eindigen in een hoeve hoog in de bergen, elke dag een kanotocht…

enola: Laatste vraag: wat doe je als je op een dag een straatzanger één van jouw songs hoort verkrachten?
Vangaalen: Hem wat geld toestoppen en luid supporteren. Muziek kan je toch nooit echt bezitten, dus als ik mijn energie kan doorgeven via mijn songs: de grootste eer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + twintig =