Chad VanGaalen :: Diaper Island

Drie jaar na het fel bejubelde Soft Airplane laat Chad VanGaalen vanuit zijn Canadese huiskamer Diaper Island op de wereld los. Zijn vierde, en meest coherente langspeler. Zijn eerste in een professionele studio ook. Maar zijn beste, neen, dat dan weer niet.

De hoes van Soft Airplane barstte van de kleuren. Geel naast rood, blauw boven groen. Vitaliteit en variatie spatten er van af. Zelfs nu nog, na drie jaar onafgebroken te worden betast, besnuffeld, bepoteld. De hoes van Diaper Island is grijs. Met hier en daar een schakering groen en lichtbruin. Maar bovenal: grijs.

Een veelzeggend detail. Ook de inhoud van Diaper Island klinkt immers een stuk minder gekleurd en gelaagd dan die van zijn voorganger. Grossierde Soft Airplane nog in quasi akoestische ijskreten (“Wilow Tree”, “Molten Light”), Neil Young-achtige rockers (“Bones Of Man”), pompende popdeunen (“TMNT Mask”) of met denderend treingeraas doorspekte outro’s (“Rabit Bits Of Time”), dan ligt de focus bij Diaper Island wel heel erg op de gitaar. En op de gitaar alleen.

“Tussen dit project en het vorige zijn heel wat vergeefse pogingen gepasseerd”, aldus VanGaalen (34) in een recent interview. “Mijn elektronische plaat ( Snow Blindness Is Crystal Ant , onder het alias Black Mold, LDW) was echt vreselijk en flopte dan ook compleet. Dan maakte ik een folkplaat die wel ok klonk, maar toch vrij saai leek. Uiteindelijk fixeerde ik me op garage-rock en dat bleef het meest van al hangen. Dus ben ik daar maar bij gebleven.”

Ontbeend van alle tierlantijntjes laat VanGaalen op zijn vierde volwaardige plaat de Thurston Moore in zich los. Minder experimenteel, meer recht op doel af. VanGaalen zat tussen Soft Airplane en Diaper Island als producer in een professionele studio (Yoko Eno gedoopt, LDW) met de artrockers van Women. En dat is er aan te horen. Gitaarlijnen krijgen meer ruimte, het experiment wordt net niet doodgeknepen. Illustratief is “Blonde Hash”: een drammerige zanglijn en een allesbehalve origineel een-tweetje tussen gitaar en drum. In hetzelfde bedje ziek: “Freedom For A Policeman”.

Let wel: bij pakweg “Peace On The Rise” hoort zonder twijfel het epitheton ‘dromerig aanstekelijk’ en de riffs van “Burning Photographs” en “Replace Me” lonken dan weer naar het meest melodieuze gitaarwerk van Yo La Tengo. Maar er loert toch zo weinig verrassing om de hoek, meneer. “Heavy Stones” bijvoorbeeld is ronduit eentonig. En dus saai. En de “Sara” van VanGaalen moet inzake aantrekkelijkheid flink de duimen leggen voor die van Dylan of Ray Lamontagne.

Enkel in “Wandering Spirits” en vooral in afsluiter “Shave My Pussy ” verlegt VanGaalen, naast muzikant ook schilder en videoanimator, het geweer van schouder. Opgenomen op een taperecorder en dus rommelig. Maar juist daarom breekbaar en beklijvend. Niet toevallig behoren beide nummers ook tot de hoogtepunten van Diaper Island . In een uniforme pap vallen verassende krenten nu eenmaal sneller op.

Qua lyrics sluimert de zon alvast feller door. De teksten op Diaper Island klinken een pak hoopvoller dan die op het vrij morbide Soft Airplane. “Maybe if I shave my pussy you will love me”, klinkt bijvoorbeeld helemaal aan het gaatje. VanGaalen is recent vader geworden, dat werkt naar verluidt een en ander in de hand.

VanGaalen bracht de voorbije drie jaar die totaal verschillende platen uit, zat tussendoor in de studio met Women, werd vader, schilderde, maakte videoanimatie, en broedt naar eigen zeggen nu al op volgend project. Vastroesten in een bepaald stramien zit er voor de multigetalenteerde Canadees niet meteen in. Volgende keer toch graag wat meer kleur, als het even kan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × drie =