Greg Weeks :: The Hive

Wat is het nut van een soloalbum als het toch hetzelfde klinkt als de platen die je met je band uitbrengt? Wie zichzelf loswrikt van zijn groep moet bewijzen dat hij of zij ook solo iets te zeggen heeft, zoniet is het een nutteloze egotrip of waardeloos statement.

Toen Meg Baird vorig jaar los van haar band Espers een eerste plaat uitbracht, was het resultaat vrij teleurstellend. Op Dear Companion zocht ze weliswaar haar eigen stem, maar de pastorale folk die daaruit voortvloeide, viel nauwelijks op. Haar collega Greg Weeks brengt het er op The Hive — niet geheel verwonderlijk — beter van af.

Weeks had immers al drie soloplaten uitgebracht (Fire In The Arms Of Sun in 1999, Bleeker Station in 2000 en Awake Like Sleep in 2001) alvorens hij Espers vervoegde. In 2005 volgde Blood Is Trouble tussen twee reguliere Espers-albums in. Net zoals Baird kan Weeks zijn interesse in folk nergens verbergen, maar waar zij voor een rustieke inkleuring kiest, valt bij Weeks de voorliefde voor de psychedelische toets duidelijk op.

Natuurlijk zijn de folkinvloeden niet volledig verbannen, net als bij Baird zijn er verschillende lijnen naar Espers te trekken, maar The Hive klinkt anders, veeleer als een plaat die progrock herinterpreteert doordat het een verleden in folk heeft.Dat valt ongetwijfeld het meest op bij de keuze om Madonna’s "Borderline" te coveren en de song, zonder een zweem van ironie overigens, te transfereren naar het eigen universum.

De slepende, akoestische song vertoont net zo min een gelijkenis met het origineel als met folk. Het nummer leunt dichter aan bij Robert Wyatt, Blue Oyster Cult en King Crimson dan bij The Incredible String Band of Fairport Convention. Ook "Not Meant For Light" en "The Wait" zijn veeleer akoestische progrocksongs dan pure folk.

Zelfs in de meest "folkie" song "You Won’t Be The Same Ever Again" vallen de invloeden van voornoemde bands en gelijkgestemde zielen niet te onderschatten. Een belangrijke rol in dit alles speelt de mellotron die Weeks in elk nummer aan bod laat komen. Het instrument dat voor het eerst furore maakte in de jaren zeventig, heeft zo’n specifiek geluid dat het nauwelijks te negeren valt.

Jammer genoeg is hij zo gek van het instrument dat hij het in zo goed als elk nummer aan bod laat komen en zo niet alleen continu verwijst naar meer spacy tijden, maar ook vaak op het randje van pure irritatie balanceert. In "Funhouse" en "The Lamb’s Path" kan het gebruik ervan nog enigszins verdedigd worden, maar het is bijvoorbeeld maar de vraag of het verder niet onaardige "Burn The Margins" niet net zo goed zonder het instrument had gekund, een bedenking die zich bij het verder spaarzaam ingevulde "The Wait" net zo goed opdringt.

Het is fijn voor Weeks dat hij een instrument gevonden heeft dat hij naar eigen zeggen beschouwt als een soort spirit animal, maar door er zo mee te pronken, brengt hij wel zijn eigen talenten en plaat in diskrediet. The Hive verbergt een hoop goede songs, alleen krijgen ze mede door Weeks laatste obsessie niet de plaats die ze verdienen, en dat is verdomd jammer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =