Luka Bloom :: Eleven Songs

Lang (làng) geleden werden we halsoverkop verliefd op Luka Bloom. Hij verbaasde toen de wereld met een melodieuze, afgekloven versie van "I Need You" van LL Cool J, plakte er een knappe cd vol originele folkparels aan vast ("The Acoustic Motorbike"!) en hield duizenden in de ban door met gemak en helemaal solo met zijn typische gitaarstijl de grootste festivalpodia van het land te veroveren.

De passionele verliefdheid hield even aan, maar een paar cd’s later was de spanning en de verrassing grotendeels verdwenen. Bloom maakte nog wel platen, maar ze leken te veel op elkaar om de vlinders wakker te houden. Anderen kwamen en gingen en Bloom was als een langvergeten lief: als je per ongeluk een foto van toen in handen kreeg glimlachte je en dacht je met warmte aan those days terug. Maar er nog eens mee afspreken? Nee, dat nu ook weer niet.

En zoals het wel vaker gaat: net nu we al jaren niet meer aan Bloom hadden gedacht, lopen we hem toevallig tegen het lijf. Hij is — net als wij — ouder geworden, maar het staat hem wel. En belangrijk: zijn glimlach en zijn stem zijn intact gebleven. Dus besluiten we wat tijd door te brengen met zijn nieuwe cd, for all time’s sake.

Wat we te horen krijgen is de muziek van een soms gelouterd, maar al te vaak ook bezadigd man. Vakmanschap heeft vernieuwingsdrang zorgvuldig in een hoekje geborsteld, bovenop andere herinneringen aan lang vervlogen tijden. Er wordt opvallend veel achteruit gekeken op deze plaat, alsof Bloom zelf beseft dat zijn gloriedagen voorbij zijn. Wat in de plaats komt, is jammer genoeg geen wijsheid, maar grijsheid.

Natuurlijk kan de Ierse bard een mooie melodie verzinnen en natuurlijk speelt hij nog altijd een aardig stukje gitaar, maar de drang om het verschil te maken lijkt verder weg dan ooit. "Fire" vat het mooi samen: "Where’s the fire now?", vraagt Bloom zich af. Hij doelt op jongeren die zichzelf terugtrekken achter het scherm van hun pc, op internet dat het sociaal contact wegneemt, op groeiend individualisme. Hij klinkt als een oude man en beseft niet dat het hèm aan vuur ontbreekt.

"Sunday" is wat dat betreft al even exemplarisch. Het roept een leven op aan gene zijde van de rock’n’roll: als Bloom naar zijn gitaar grijpt, is het niét om "angry music" te maken, wel om in het licht van kaars of kampvuur een soortement samenzang te organiseren. We geeuwen en skippen snel naar de volgende van de in totaal, jawel, eleven songs.

Helaas. Geen enkele steekt er bovenuit. "See You Soon" begint aardig met de gedachte "I hope I love you enough to let you go", "When Your Love Comes" bouwt mooi op en heeft een fijn klarinetlijntje, "I Love The World I’m In" is muzikaal ok, maar titel annex refrein zijn té melig. Aardig, mooi, fijn en ok, sorry, maar dààr zijn we destijds niet voor gevallen.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan: single "I’m On Your Side" is met een beetje goede wil aanstekelijk te noemen, maar met evenveel slèchte wil is het niet meer dan een traditioneel-Ierse volksdansriedel. "Eastbound Train" heeft behalve een melig refrein ("You never know the way life goes") ook een stel Scala-soundalikes op de achtergrond. Het resultaat is spannend noch sexy, zodat we noodgedwongen onze toevlucht moeten nemen tot de meest recente videoclip van het échte meisjeskoor. Nooit gedacht dat het zover zou komen.

En dus nemen we haastig afscheid. Een nieuwe plaat van Luka Bloom heeft namelijk niets meer om verliefd op te worden. Integendeel. Je luistert ernaar en vraagt je af wat je ooit in hem gezien of gehoord hebt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − dertien =