Espers :: III

Te midden van de grote (freak) folk-revival waarbij menig artiest vooral leek uit te blinken in vreemd gedrag, veeleer dan in interessante songs, was er een groep voor wie de song en het traditionele geluid centraal bleef staan: Espers. Het trio uit Philadelphia bleef op zijn debuut I (2004) zo trouw aan de Britse acid-folkbeweging, dat het album net zo goed in de jaren zestig uitgebracht had kunnen zijn.

Pas na meerdere luisterbeurten werd duidelijk hoezeer Espers ook een eigen idioom en geluid had weten te verweven in de songs, waardoor het tezelfdertijd een hommage als een nieuwe interpretatie bracht. Na het opzienbarende coveralbum The Weed Tree (2005), bracht de ondertussen tot zeskoppige band uitgegroeide band zijn officiële opvolger II (2006) uit. Het album tapte uit hetzelfde vaatje als zijn voorganger, maar klonk tezelfdertijd ook duisterder en meeslepender dan zijn voorganger. Devendra Banharts opmerking dat de Esper-leden grote Black Sabbath-fans waren, klonk opeens niet zo ongeloofwaardig meer.

Drie jaar later ligt (eindelijk) het vervolg III in de winkel en er valt opnieuw een opmerkelijke koerswijziging te horen, zonder dat aan het grondgeluid geraakt is. Espers speelt namelijk nog steeds zijn variant van de Britse acid-folk, alleen heeft de intussen vijf leden tellende band drums geïncorporeerd. Deze instrumentenwijziging vormt op zich niet de grote verrassing, vooral niet in vergelijking met het optimistischer geluid waarvoor de band gekozen heeft enerzijds, en de opvallend songgerichte nummers anderzijds. Want waar op de eerste platen de nummers zich vooral als meanderende folkdrones aanboden, kan het rechttoe rechtaan-gehalte van III niet worden ontkend.

Opener "I Can’t See Clear" windt er alvast geen doekjes om. Het nummer laat van bij zijn eerste noten horen dat het een duidelijk einddoel heeft en dat er niet van het pad zal worden afgeweken. De "indiefolk" zet zich verder in "The Road Of Golden Dust" dat net als bij II een niet te ontkennen metalinvloed in zich draagt. De structuur en opbouw van het nummer verraden duidelijk hoezeer Espers hier een ballad neerzet, zij het met licht andere instrumenten. Zelfs het psychedelisch georiënteerde "Caroline" is opvallend rechtlijnig, waarbij enkel op de achtergrond enkele grillige patronen toegelaten zijn.

Ondanks dit eerste waarschuwende trio blijft "The Pearl" een verrassing. Klonk Espers in de eerste songs al opmerkelijk toegankelijk, dan doet dit nummer nog wat extra moeite om niemand voor het hoofd te stoten. Jammer genoeg vergeet het daarbij ook aan zichzelf te denken, waardoor het nauwelijks een indruk nalaat. Vooral omdat het uitstekende "That Which Darkly Thrives" zich daarna aandient en zich middels de nodige zwevende gitaren van een plaatsje in het spotlicht verzekert. De eenvoudige structuur lost volledig op in door lsd-wolken voortgedreven gitaardampen. Ook "Sightings" laat zich weinig gelegen aan de nieuwe marsrichting en kiest voor eigenzinnige gitaren en nukkige strijkers als stoorzenders, waardoor de oude en de nieuwe Espers treffend worden verzoend.

De song vormt een mooie aanzet voor de acid-folkrocker "Meridian", die nauwer aansluit bij de eerste songs en ook effectief als een song klinkt, met een duidelijk begin en einde. Ook "Another Moon Song" dient zich als een rechtlijnig nummer aan, alleen zijn de arrangementen zo verstorend opgebouwd dat het nummer zichzelf finaal buiten elke categorie plaatst. Hoewel de aanwezigheid van drums op geen van de voorgaande nummers kan worden ontkend, krijgen ze pas op "Colony" een glansrol toebedeeld. Het sterk ritmisch voortgedreven nummer krijgt een tribale/rituele inslag die Espers tot op heden vreemd genoeg ontbeerde. Tot slot krijgt III met "Trollslända" een waardige afsluiter die, ondanks zijn densiteit, luchtig blijft.

Nu de rage van freak folk uitgewoed lijkt en de voormalige grote namen van de beweging zichzelf ofwel verloren hebben in nietszeggende platen of een welkome radiostilte, wordt de waarde van Espers pas echt duidelijk. Het gezelschap uit Philadelphia heeft steeds wars van trends en stromingen zijn eigen geluid gekozen. III bewijst dat Espers nog steeds weet hoe traditie en vernieuwing in evenwicht te houden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =