Espers :: “We leven niet in een commune. Veel mensen denken dat”

espersint.jpgMet hun psychedelische folkrock wordt Espers, een zestal
uit Philadelphia, steeds meer een naam die zich naast die van het
kruim in de recente freakfolkbeweging begint te vestigen. Hun
recente album II kon net als vorig werk op goede kritieken
rekenen en in de Trix in Antwerpen en de AB in
Brussel
, konden liefhebbers zich te goed doen aan hun gracieuze
stemmen en uitgesponnen verhalen. Diep in het hart van de AB,
tussen de twee optredens in België door, ontmoetten we Greg Weeks
en Meg Baird. Beiden zijn ze vanaf het begin bij Espers en raken ze
verwikkeld in een gesprek waarin geschiedenis, sociologie en
pseudo-filosofie naar boven komen.

enola: Hoe was het optreden in Antwerpen
gisteren?

Meg Baird: Goed! Het was het eerste van onze Europese
tournee. We zijn gisterenmorgen aangekomen in de luchthaven en
hebben ‘s avonds al direct gespeeld. Last van een jetlag hadden we
niet echt. We waren enkel een beetje onder de indruk van al het
verkeer dat we door moesten om naar Antwerpen te rijden.

enola: Jullie zullen nu enkele weken in Europa rondtrekken. Welk
aspect van Europa vinden jullie niet leuk?

Greg Weeks: (lacht). Wat valt er niet leuk te
vinden? (denkt diep na). Het provincialisme, vind ik toch soms. Op
zich maakt dit het zo fantastisch maar er is ook een keerzijde.
Vooral wanneer het competitief wordt: de Belgen vinden de Duitsers
niet leuk, de Duitsers de Fransen, de Fransen de Britten,…
Zoiets.
enola:
En dat heb je niet in de Verenigde Staten? Tussen staten
onderling?

Baird: Het is er zeker en op grote basis, maar het is
anders. Het neemt een andere vorm aan. Veel mensen voelen er als
het ware een verbondenheid met de grond waarop ze leven, maar toch
hebben we dat gedeeld koloniaal verleden. Hoewel ik denk dat
sommige mensen daar niets meer van af weten (lacht).
Weeks: Vooral op het gebied van sport zijn de verschillen
tussen verschillende bevolkingsgroepen het makkelijkst te trekken.
Het is niet zozeer staat tegen staat. Het is subtieler. Hier zijn
er strikte, regionale reglementeringen. Er was hier zoveel
isolationisme in het verleden. In de Verenigde Staten is iedereen
op dat land gesprongen en zijn mensen zich beginnen verspreiden.
Sommige etnische groepen gingen wel naar bepaalde plaatsen maar dat
moet gemarginaliseerd worden. Het werd meer de ‘cultuur van uw
eigen omgeving’. Maar in Philly denken de mensen uit het zuiden dat
ze beter zijn dan de mensen uit het noorden van dezelfde stad, dus
zulke dingen heb je natuurlijk ook. Het is stom, maar het zit
ergens in de menselijke aard.

enola: Zitten jullie in de fase ‘Mijn God, een Europese journalist
wil een interview met ons’ of zijn jullie al geëvolueerd naar ‘Mijn
God, nog een Europese journalist die een interview wil met
ons’?

Weeks: We zitten ergens tussen de twee, denk ik. Het is
zeker niet dat we het al beu zijn, maar we zijn het wel al goed
gewoon.

enola: Jullie zijn het succes al gewend geraakt?
Weeks: Zijn wij dan succesvol? (lacht)
Baird: ‘Erkenning’ is misschien een beter woord.

enola: Ik heb het gevoel dat jullie groter zijn in de Verenigde
Staten dan hier.

Weeks: Ik zou dat echt niet durven beweren. Het is zo
onmogelijk om dat te meten. Je kan het al niet vergelijken op basis
van platenverkoop, gezien de bedrijvigheid op het internet. Ook kan
je het niet meten aan de hand van het aantal bezoekers op onze
optredens. Er is namelijk een volledig verschillende mentaliteit:
in Amerika komen mensen kijken naar bands die ze al kennen en goed
vinden en slaan vooral uptempo rock bands goed aan. Hier heb je
toeschouwers die niets van je muziek kennen en gewoon iets nieuws
willen horen. De mensen zijn hier ruimdenkend en geïnteresseerd in
allerlei genres. Op ons niveau is het dus erg moeilijk te
vergelijken en als er al iets kan gezegd worden, is het dat we niet
bijzonder populair zijn in beide gebieden.

enola: Samen met groepen als Antony and the Johnsons, CocoRosie en
Devendra Banhart, wordt jullie muziek vaak gecategoriseerd onder de
term ‘freakfolk’. Kunnen jullie daarmee leven?

Baird: Ja, toch wel. Een vriend van mij die voor een
radiostation werkt, vroeg me ernaar en ik had er nog nooit van
gehoord. Het is niet echt een natuurlijke term, die iets zegt over
ons verleden of zo. Toch kunnen we er goed mee leven. Zelfs met dat
woordje ‘freak’ erin. Dat is misschien een beetje dwaas, maar zeker
niet beledigend.
Weeks: Ik had eerst een reactie van ‘wat hebben ze nu weer
bedacht’ maar dan begon ik te beseffen dat we eigenlijk wel veel
freaks kennen (lacht). Er zijn veel rare mensen die dit soort
muziek maken. Daarom is dit begrip misschien nog wel
geschikt.
Baird: Ik vond het ook altijd een leuke woordspeling op
‘free folk’. Er is niet echt een rechtvaardiging voor het begrip
‘freak’. Het is een beetje als ‘yuppie’.
Weeks: Met ‘freaks’ worden nog altijd bijzonder
eigenaardige mensen bedoeld en zo eigenaardig is deze muziek nu
toch ook niet. Het is dus eerder een begrip dat zijn eigen leven
gaan leiden is en een symbolische betekenis heeft gekregen.

enola: De folkbeweging van de jaren zestig had nogal wat politieke
kracht. Is Espers politiek geïnspireerd?

Baird: Misschien, maar ik denk niet dat we machtig zijn,
jammer genoeg (lacht). Toch niet in vergelijking met toen. Dat was
een heel andere tijd met een verschillende methodologie. Wat wij
proberen is niet specifiek een politieke impact te hebben, maar
eerder een met behulp van een culturele invloed. Het is dus meer
abstract dan concreet.

enola: Veel van jullie nummers brengen ons naar het verleden. Is
dat om een soort ideaalbeeld te geven van een vroegere situatie en
te romantiseren?

Baird: Het voorstellen van een geïdealiseerde, pastorale,
fictionele situatie is een thema dat eigenlijk al lang
bestaat.
Weeks: Ik denk niet dat we romantiseren. Vele van onze
nummers zijn ook behoorlijk donker en somber, dus dat is zeker niet
iets dat we terug willen oproepen.

enola: Toch heb ik het soms het gevoel, wanneer ik naar jullie
muziek luister, dat er een soort aanvaarding in schuilt van dingen
die verkeerd gegaan zijn in het verleden en dat er opnieuw vooruit
wordt gekeken en er sprake is van bevrijding…

Weeks: Ja, dat zit ze zeker in. We steken onze eigen
persoonlijke, cultureel bepaalde visies erin van wat we vinden wat
verkeerd is en wat we willen creëren. Zo bouwen we onze eigen
realiteit op. En wat andere mensen dan als ‘romantisch’
bestempelen, is meer iets wat wij nodig hebben om dagelijks te
overleven. Op dit moment is er een status quo en die spreekt ons
niet aan. Wij willen verandering brengen op onze eigen manier, aan
de hand van iets wat we graag doen.
Baird: Onze muziek heeft een stuk meer te maken met een
soort continuüm, denk ik, dan met een soort pastorale fantasie. Wat
wij spelen heeft wel gelijkenissen met vroegere zaken maar ik hou
gewoon van muziek die niet echt hoort bij het leven van
vandaag.

enola: Een aantal van jullie nummers verwijst naar een soort
mythologische of sprookjesachtige werkelijkheid. In ‘Moon Occults
the Sun’ zingen jullie over een mythologisch eindbeeld en ‘Dead
Queen’ doet denken aan een sprookje over de 18e eeuw. Steken jullie
deze invloed uit mythologie en sprookjes er bewust
in?

Weeks: ‘Dead Queen’ heb ik eigenlijk geschreven omdat Meg
een nummer ‘Dead King’ had en het was gewoon leuk om een
verwijzende titel te hebben. Er waren ook nog wel een aantal meer
complexe redenen. Maar misschien moet Meg dit beantwoorden over
‘Dead King’, want ik ken daar de tekst niet van.
Baird: Het nummer dat nog het meest mythologisch
geïnspireerd is, is wellicht ‘Mansfield And Cyclops’. Dit heeft
beelden uit de Odysseia en uit een oud Amerikaans folklied. Maar de
titel komt dan weer van de film ‘Cockfighter’, waarin ‘Cyclops’ een
haan is. Dus eigenlijk verwijzen wij naar een verwijzing.
Weeks: Net zoals er een continuüm is van muziek, is het
leven een continuüm: we maken allemaal hetzelfde mee en ervaren
dezelfde dingen als mensen van honderd en duizend jaar geleden.
Beweren dat je naar iets terugwijst, is hetzelfde als beweren dat
je leeft. Wat muziek betreft, is het grappig wanneer mensen een
band betichten van te veel te klinken als een andere groep uit het
verleden want tot voor kort was dat gewoon de essentie van muziek.
Het is een lange golfbeweging waarin verwijzingen naar vroeger een
vorm van respect zijn. Wanneer iets slecht was of is, wordt het
gewoon niet meer opgenomen in de stroming. Niemand verwijst naar de
Spice Girls. Hoewel… misschien doen we daar later nog iets mee.
(lacht)
Baird: Wanneer wij schrijven, proberen we een erg
collectieve en geen egocentrische stem te laten horen. Het is ook
daarom dat onze teksten lijken alsof ze oud zijn. Het laat ook de
luisteraar toe om zelf een eigen beeld bij onze muziek op te
roepen. Dat is exact het effect dat we willen bereiken.

enola: Veel van jullie nummers nemen hun tijd. Vinden jullie het
belangrijker een geheel verhaal te vertellen in plaats van snelle
prikken te geven?

Weeks: Ik denk dat het soms effectief kan zijn om iets
kort te houden. Wij beginnen niet met het idee van dit nummer zal
een kwartier zijn of dit anderhalve minuut. We experimenteren
gewoon en ik denk dat er veel mensen zijn in onze band met
fantastische ideeën en die willen we er dan niet uit gooien. Zo
ontstaat een lang nummer.

enola: Vanavond spelen vijf groepen. Gaan jullie naar de andere
kijken?

Baird: Zeker.

enola: Ooit gehoord van de groep Sukilove die voor jullie
speelt?

Weeks: Neen. Maar dat ze Belgisch zijn, heeft er niets mee
te maken. We hebben nog nooit gehoord van de groep Midlake en die
zijn van Texas. Zelfs Edith (Edith Frost; de singer-songwriter in
hun voorprogramma, nvdr) heeft nooit van hen gehoord en zij komt
uit dezelfde staat. Dat geeft een idee van hoe Amerika in elkaar
zit.

enola: Wat is het grootste misverstand over Espers?
Weeks: Dat we onze naam hebben gehaald uit ‘Final
Fantasy’. Dat we onze naam hebben van een strip over ESP-kinderen
(English for Specific Purposes, nvdr) met de naam
‘ESPers’. Nog iets anders? Oh ja: we leven niet in een commune.
Veel mensen denken dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 9 =