De Kift :: Hoofdkaas

Wie al eens de Gentse Feesten of een aanverwant Gents festijn heeft meegemaakt, zal ongetwijfeld in de verleiding gekomen zijn om dat mysterieuze streekgerecht huuflakke te proeven. Helaas betreft het hier geen versnapering zoals de Aalsterse vlaai of Geraardsbergse mattentaart maar wel varkensvlees, gemaakt van de oren, kop en staart.

Huuflakke is namelijk het dialectwoord voor de al even prozaïsch getitelde hoofdkaas, die in andere streken iets minder poëtisch met (geperste) kop wordt aangeduid. Dit vleesgerecht laat niets van het dier verloren gaan bij de bereiding. Zonder in een historisch verantwoord discours te vervallen, lijkt het veilig te stellen dat hoofdkaas een belangrijk onderdeel uitmaakte van de dagelijkse maaltijden bij de armere mensen. Geen wonder dus dat net De Kift zijn achtste album aan dit thema ophangt.

Na de brief met gedichten die 7 was, vertrekt De Kift ditmaal van het kookboek voor de vormgeving van zijn plaat, zij het dan wel in gelimiteerde uitgave. Want net zoals in het verleden meermaals het geval was, kiest de Nederlandse band opnieuw voor twee (verzorgde) uitgaven. Het album verschijnt enerzijds in een sober vormgegeven, in velours verpakte plaat en anderzijds ook als een met oude kookboeken gestoffeerde gelimiteerde editie. De teksten en alle bijkomende uitleg zitten niet bij de plaat, maar kunnen als pdf gedownload worden op de site van de groep.

Zoals steeds verkiest De Kift tekstfragmenten van gerenommeerde auteurs boven de eigen schrijfsels om zijn verhaal te vertellen. Ditmaal leveren ondermeer Samuel Becket, Giza Ritschl, Lucebert en Venedikt Verojefev de basis voor het Kiftuniversum waarbij treurnis en feest hand in hand dansen op de tonen van een dronken punkorkest met fanfare-ambities. De rammelende aanpak van De Kift blijft na twintig jaar en acht albums nog steeds even volks en verheven aandoen als voorheen. Veertien nummers lang wordt de sfeer van balorkesten, thé dansants en jaarlijkse kermissen op het dorpsplein opgeroepen.

Hoewel het geluid van De Kift in belangrijke mate bepaald en gekleurd wordt door zulke uiteenlopende instrumenten als (koper)blazers en accordeon weet de groep ook met een reguliere rockbezetting zijn typerende geluid neer te zetten. Wie daar aan twijfelt, hoeft alleen maar het opzwepende "Heisa-Ho" te beluisteren. Het nummer is maar een van de vele waarbij De Kift uit zijn rijke instrumentarium net die instrumenten kiest die de song een meerwaarde geven.

Zo spelen er zang, koor en tweede stem uitgezonderd niet minder dan elf instrumenten een rol op "Knoeck" terwijl "Portiek" en "Toen" beide nauwelijks vijf man personeel tellen. Toch maken alledrie de nummers ondanks hun verschillende bezetting en aanpak evengoed deel uit van het Kiftuniversum. Doorheen de songs wasemen immers naturalistisch geïnspireerde beelden van vierende boeren en volkslieden uit een buiten de tijd bestaand landelijk Nederland circa 1930-1950.

Maar het is niet alleen een verzonnen vooroorlogs Nederland dat opgeroepen wordt door de muziek, daarvoor is die te werelds en te opzwepend. Het ritme en de dwang die bij "Record" aanwezig zijn, bijvoorbeeld, puren net zo goed uit de Balkantraditie. En net zo vallen er in "Eeuwige Bewonderaar" zowel jazzinvloeden als luisterspelelementen te horen. In "Locomotief" kan zelfs een Calexico-aanpak binnen een poldersetting opgemerkt worden.

Net zoals op zijn vorige platen biedt De Kift met Hoofdkaas opnieuw een kijk in zijn hoogstpersoonlijke verzonnen wereld waarbij de van andere schrijvers en culturen geleende woorden en klanken mee de bouwstenen vormen voor dit eigenzinnige universum. Nu de groep zijn twintigste jaar viert, lijk het bouwsel eindelijk af te zijn. Maar de dimensie waarbinnen De Kift zich beweegt, is net als ons universum: zonder een duidelijke begrenzing dijt het steeds verder uit zonder dat iemand weet hoe of wanneer het stoppen zal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 3 =