De Kift :: 7

Bij ons in de Jordaan was een beklemmend stukje Nederlandse televisie dat stilstond bij de grootste zanger die Nederland ooit had. Nee, niet de dronken proleet André Hazes (al komt die wel op een mooie tweede plaats), maar wel Johnny Jordaan, de arbeiderszoon voor wie het levenslied nog echt in het (arbeiders)leven stond.

Het vooroorlogse smartlappenlied, geruggensteund door accordeons, is in tegenstelling tot zijn huidige tegenhanger wars van alle cynisme en berekende risico’s ontstaan als een vlucht uit het leven van alledag. En net zoals toen leeft ook nu nog die hang naar romantiek en een geïdealiseerd Nederland dat alleen in boeken en liederen blijkt te bestaan. Met De geluiden van weleer bracht At The Close Of Every Day een hommage aan deze niet bestaande tijd, maar zij waren niet de eersten noch de enigen.

Ontstaan als “ordinaire” punkgroep evolueerde het Nederlandse De Kift al snel tot een bont allegaartje van volkspunk, fanfaremuziek en vooroorlogse liederen. Het eerste album, IJverzucht, klinkt ondanks de toevoeging van blazers (trompet, trombone en tuba) nog enigszins eigentijds. Met het fraai vormgegeven Krankenhuis (een sigarenkistje) dat zowel in Nederlandstalige als Duitstalige versie beschikbaar is, vindt de groep evenwel zijn eigen unieke stem.

De teksten worden vanaf nu uit de literatuur gehaald en geserveerd op de tonen van “hoempapapunk” die nog het meeste doet denken aan een op hol geslagen fanfare uit de boeken van Dik Trom. De geaffecteerde zang van Ferry Heijne past wonderwel bij de door blazers gedomineerde muziek en met de zorgvuldig gekozen tekst(fragment)en wordt telkens weer een verhaal opgebouwd. Na de waanzin van Krankenhuis volgt Gaaphonger (een atlas), dat Willem Barentsz in herinnering brengt, de zeeman die op het einde van de zestiende eeuw met zijn schip strandde op Nova Zembla en ternauwernood wist te overleven.

Met Vlaskoorts (een boek) volgt een naturalistisch verhaal waarbij een kind te vondeling gelegd wordt opdat zijn vader, een ruwe kwant, hem niet doden zou. Het jubileumalbum Koper viert het 12 ½ -jarige bestaan van De Kift. De opera Vier voor vier vormt een stijlbreuk met de vorige vier cd’s, niet alleen in zijn opzet maar ook muzikaal. De sterk door fanfare gedragen muziek van De Kift verliest hier veel van zijn hoekige karakter, al blijft het instrumentarium behouden, en boet in aan “volksheid” door de klassiek geschoolde stemmen van Jeroen Manders en Mariecke van der Linden.

Op 7 (een brief) keert De Kift terug naar de stijl die ze op Krankenhuis vastlegden. Toch valt hier niet helemaal dezelfde De Kift te horen; het grote verhaal dat op elk album de rode draad vormde, is namelijk ingewisseld voor op zichzelf staande nummers. Ook laat Heijne de declamaties achterwege die op de vorige albums telkenmale de nummers aan het grotere thema verbonden. Op muzikaal vlak is gelukkig wél teruggegrepen naar het hoekige en doorploegde zwoegen van voorheen.

De grote kracht van De Kift lag tot op heden in de vertelling die naar voor kwam in tekst en muziek. Dat 7 met deze traditie breekt, is jammer maar niet onoverkomelijk want de typische “op hol geslagen fanfare”-klank die De Kift tot zo’n boeiende groep maakt, is gebleven. 7 voegt dan ook weinig nieuws toe aan het bestaande muzikale universum. Strikt genomen heeft de groep zelfs vijf albums (IJverzucht en Vier voor vier zijn de buitenbeentjes) uitgebracht die onderling inwisselbaar zijn. Maar net zoals elke smartlap eenzelfde verhaal vertelt en toch ontroert, weet ook De Kift met elk nieuw album het hart te raken. Het is misschien een formule, maar dan wel een die nog steeds uitstekend werkt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =