Transformers: Dark of the Moon




I can be like a general. But I`ve got a shy side, too. I`m
also a lot deeper than people think, and a lot more
sensitive,”
zo liet Michael Bay ooit optekenen. Waarna de man
– om voor eens en voor altijd zijn gelijk te bewijzen – begon te
werken aan ‘Transformers 3’: een diepgravende karakterstudie over
een jongeman die in het post-9/11-tijdperk worstelt om werk te
vinden in het door de falende economie geplaagde Amerika, en de
complexe problemen waarmee de moderne mens geconfronteerd wordt te
midden van de onvermoeibaar voorwaarts schrijdende technologische
innovaties die ons leven – in plaats van te vergemakkelijken – aan
banden dreigen te leggen. Ofte, in Bayologismen: “Boem!
IIeeeuuuwwwnnn—krrrssssh PAAKOWWW! Tettenshots, tettenshots!
Takketakketak!! BAM BAM!! Dzjoef! KABOEMM!!!” Welcome to Planet
Bay.

Het verhaal dan. (Omdat het echt moet.) Tijdens de maanlanding
van ’69 gaan Neil Armstrong en Buzz Aldrin tijdens een black-out
van 21 minuten op een geheime missie, in ’61 bevolen door wijlen
JFK, om de dark side of the moon te verkennen, want daar –
en dat is de ware reden van de ruimterace tussen Amerika en de USSR
– is een UFO gecrasht. In die UFO vinden Armstrong en Aldrin een
hoop dode Transformers, alsook Sentinel Prime (Leonard Nimoy), de
oude in “off”-stand verkerende leider van de Autobots. In
het heden krijgen Optimus (Peter Cullen) en de zijnen algauw door
dat de Decepticons, nog steeds geleid door de verminkte Megatron
(Hugo Weaving), Sentinel willen gebruiken om hun thuiswereld
Cybertron naar de aarde te teleporteren. Optimus slaagt erin zijn
oude mentor weer tot leven te wekken, maar ondertussen hebben de
Decepticons wel Sentinels hoogst geavanceerde technologie in, euh,
handen. Er lopen ook nog wat mensen hysterisch te wezen tussen de
veelal ontploffende, onderling volledig inwisselbare Transformers,
maar dat is niet belangrijk.

Da’s zo ongeveer het eerste halfuur van de film en dan moet het
allemaal nog beginnen. Overbodig, bijna, om te zeggen dat de plot
van ‘Transformers: Dark of the Moon’ tegelijk nodeloos ingewikkeld
is en kant noch wal raakt. Al is hij wel net iets duidelijker dan
die van ‘Revenge of the Fallen’. De film begint ook een stuk
plezieriger, met een geweldige proloog waarin de maanlanding nog
eens wordt overgedaan, en waarin zelfs een digitale JFK mag komen
opdraven. Ook een vroege space battle te midden van de
vernietiging van Cybertron (denk aan de openingsscène van ‘Stars
Wars Episode III’, maar dan in het universum van ‘The Matrix’) en
het poepshot dat ons introduceert aan de toch echt wel lichtjes
ravissante Rosie Huntington-Whiteley, mogen er zeker zijn. Nog
enkele details – Megatron die achteloos de Lincoln Memorial weg
knalt om er zelf te gaan zitten, de cameo van Buzz Aldrin en de
aanwezigheid van Leonard Nimoy – konden op onze goedkeuring
rekenen. Maar dan zijn we uitgepraat en is de rest van ‘Dark of the
Moon’ een totaal onoverzichtelijke, in zijn waanzin bijna grappige,
maar finaal gewoon onwaarschijnlijk gênante clusterfuck
van een film.

Nochtans weet wie ons kent dat wij altijd wel te vinden zijn
voor een lolletje, onze cinema niet de hele dag even serieus
hoeven, en in theorie geen graten zien in een film over knokkende,
shapeshiftende robots en de lippen van
Huntington-Whiteley. Met een bak bier achter de kiezen kunnen wij
van zulks zelfs ongegeneerd genieten. Alleen – en we weten
dat ondertussen wel, maar ik moét het hier gewoon nog eens meegeven
– is Michael Bay zo’n ridicuul slechte regisseur dat de hele
onderneming voor 95% keihard op z’n gat valt. Toegegeven, van een
man die zijn actrices, zo lijkt het, auditie laat doen door één
vraag te stellen – “kan u even naar dié muur kijken en voorover
buigen?” (granted, ‘t is een goeie vraag) – hoeft u
nauwelijks enige fijnzinnigheid verwachten in montage dan wel
staging, maar zelfs voor hém zijn de taferelen in de derde
‘Transformers’ heel, héél triestig.

Voor Michael Bay is de kwaliteit van een film, zo moet u weten,
recht evenredig met niet alleen het aantal, maar ook de grootte en
de duur van de ontploffingen. Pitch hem een idee voor een
romantische scène tussen Sam (Shia LeBeouf) en zijn lief, en hij
zal meteen vragen of er nergens een brandende komeet door een
plafond kan crashen. Vraag hem om de Transformer-personages verder
uit te werken, en hij maakt ze gróter (meer potentieel ontplofbare
onderdelen, you know). Vraag hem hoe laat het is en hij
laat twee Ferrari’s achterwaarts door een brandende hoepel scheuren
terwijl ze met hun vlammen spuwende uitlaatkleppen een tafel
handgranaten bestoken. Vraag hem hoe… Enfin, you get the gist
of it
. In ‘Transformers: Dark of the Moon’ zorgt hij ervoor
dat ontploffingen zich niet middenin het scherm bevinden, maar in
élke pixel van het scherm. Terwijl er bij voorkeur nog eens vier
bots aan het transformen slaan, zeven gebouwen instorten
en achttien mensen door de lucht vliegen. Met bazooka’s. Op een
snowboard. In een string. En met een Amerikaans legerlogo op hun
kont. He’s just that kind of guy!

Maar vraag hem niet om een scène te monteren, zijn acteurs te
positioneren in de ruimte of een verhaal op te bouwen. (Assistent:
“Euh, Michael, zouden we niet heel eventjes de tijd nemen om de
relatie tussen deze twee mensen uit de diepen zodat de climax ook
bij de mensen resoneert?” Bay: “Wat zeg je? Een Porsche KT298 XQ Z
Unit B met een raketten afvurende minigun? (kwijl)
Check!“) ‘t Is echt zo erg dat het geestig wordt. Ik heb
in mijn cinemastoeltje minstens vijf keer gedacht: “What the
fuck, Michael? Wat ben jij hier in godsnaam allemaal aan
het uitsteken?” ‘t Is niet zo dat Michael Bay geen subtiele cinema
kan maken, Michael Bay kan gewoon geen cinema maken. Hij
gooit alle regels, alle wetten van de grammatica overboord, zet
zijn camera’s willekeurig op de scène, roept “Actie!” en blows
shit up
. That’s the American way, moet hij denken.
Fuck yeah!

Ondertussen staan de acteurs hysterisch irritant te wezen (Shia
LeBeouf en zijn moeder spannen de kroon, al vonden wij ook Ken
Jeong en John Malkovich weer onsterfelijk vervelend). De
voortdurend aanwezige komische momenten zijn dan weer van het
niveau van de bij dertienjarige jongens enorm populaire joke
T-shirts
(u weet wel: “What’s the difference between beer and
girls? Beer is always wet.” Brulleuh!) en het zal heus niet
toevallig zijn, maar de moppen exploderen allemaal in uw
gezicht. Ha! Bovendien loopt Michael Bay bij het opzetten van de
set pieces zo snel zijn lul achterna dat er op set 6 al
props de lucht invliegen terwijl de camera’s nog op set 2
staan. Er is geen enkele structuur, geen enkele logica, geen enkele
straffe scène. Enkele coole beelden en momentjes die zó weer
voorbij vliegen, ja dat wel. “I love doing big movies.
It’s awesome! You have all these toys!” kirde hij
ooit enthousiast, en dat is ‘m ten voeten uit: een klein kind met
een zandbak, een zak groene soldaatjes en eenendertig ton TNT.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 2 =