The Human Condition




In een tijdperk waarin marketing vaak vooraf gaat aan de
productie van een film, en de vraag “hoe gaan we dit aan het
publiek verkopen” meer waarde lijkt te hebben dan de vraag “hoe
maken we hier een goede film van”, is het bijna miraculeus om een
prent te bekijken als ‘The Human Condition’. Dit driedelige epos
wordt door critici vaak aangeduid als één van de absolute
meesterwerken van de wereldcinema, maar tegelijk is het ook een
prent die zich verdomd moeilijk laat verkopen. Ga maar na: het is
een negen en een half uur durend drama over de morele dilemma’s van
een individu tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin echte
actiescènes zo veel mogelijk vermeden worden. 567 minuten Japanse
zwart-wit cinema, zware thema’s, een negatieve toon, weinig actie
en een mistroostig mens- en wereldbeeld. Probeer dàt maar eens te
marketen. Nochtans was ‘The Human Condition’ een hit bij z’n
oorspronkelijke release aan het einde van de jaren vijftig: in 1959
kwam deel één, ‘No Greater Love’ uit, twee jaar later gevolgd door
delen twee en drie, ‘The Road To Eternity’ en ‘A Soldier’s Prayer’,
en de zalen liepen vol. Op bepaalde locaties werden er ‘s nachts
zelfs marathonvoorstellingen van de hele cyclus georganiseerd, die
‘s ochtends net op tijd afgelopen waren opdat de mensen de tram
naar hun werk konden nemen. Er volgden internationale prijzen en
vervolgens vergetelheid. De film bleek uiteindelijk te lang en te
onhandig om efficiënt te kunnen verkopen op de internationale
markt, waardoor zijn faam grotendeels beperkt bleef tot Japan en
enkel de meest hardcore buitenlandse cinefiele kringen.
Wie de film kende, was er meestal gek op. Alleen waren er bijzonder
weinig mensen die hem ooit leerden kennen.

Gespreid over de drie delen, vertelt ‘The Human Condition’ het
verhaal van Kaji (Tatsuya Nakadai), een idealistische,
humanistische klerk voor een Japans ijzerbedrijf tijdens WO II.
Kaji heeft weinig ambities behalve te trouwen met zijn vriendin
Machiko (Michiyo Aratama), maar ondertussen werkt hij wel voor een
bedrijf dat gebruik maakt van Chinese slavenarbeid in het door
Japan bezette Mantsjoerije, én leeft hij in constante angst dat hij
zal worden opgeroepen voor militaire dienst. Om dat laatste te
vermijden, aanvaardt hij een job als toeziener in de ijzermijn van
zijn bedrijf. Kaji beschouwt de aanstelling als een kans om de
leefomstandigheden van de Chinese arbeiders te verbeteren, maar dat
is buiten de corrupte bewakers gerekend. Al zijn goede bedoelingen
worden tegen hem gebruikt, naarmate de conflicten tussen de Chinese
krijgsgevangenen en hun Japanse toezieners op de spits worden
gedreven. In deel twee wordt Kaji, na zijn miserabele falen in de
ijzermijn, alsnog opgeroepen als soldaat en leert hij de gruwel van
de oorlog en het leger van nabij kennen. Zoals altijd probeert hij
het op te nemen voor de zwakkeren, en zoals altijd levert dat hem
enkel spot en afkeer op. Als overlevende van een verschrikkelijke
veldslag, moet Kaji zich in deel drie een weg door vijandelijk
gebied banen, om uiteindelijk zelf gevangen genomen te worden door
de Russen. De voormalige toeziener zit nu zelf achter de
tralies.

Ondanks z’n gigantische lengte en de ambitie van z’n opzet, is
de basisgedachte achter ‘The Human Condition’ even simpel als
somber: humanisme in onmenselijke omstandigheden valt onmogelijk
vol te houden. Regisseur Masaki Kobayashi was zelf een veteraan van
de Tweede Wereldoorlog, en schildert een meedogenloos portret af
van een mensheid die onder de juiste omstandigheden
rücksichtlos verzinkt in de gruwelijkste wandaden. Kaji,
die het goede in de mensen wilt zien en onwrikbaar vasthoudt aan
zijn persoonlijke morele code, is dan ook weinig meer dan een
hulpeloos slachtoffer van zijn omgeving. De vraag die Kobayashi
uiteindelijk stelt, is het oude dilemma dat tijdens elke oorlog
opduikt: gedragen mensen zich slecht door de oorlog, of geeft de
oorlog slechte mensen gewoon de kans om slecht te zijn? Negen en
half uur lang wordt Kaji omringd door opportunisten, moordenaars,
dieven en ander tuig dat elk morzeltje autoriteit dat het heeft,
misbruikt om er zelf voordeel uit te halen. Zijn eigen idealisme
kan daar niet tegenop. Is dat gedrag een gevolg van de oorlog, of
is de oorlog juist het resultaat van de fundamentele slechtheid van
de menselijke natuur?

Die slechtheid zie je opduiken in elke etappe van de film, van
de bewakers in de ijzermijn, die maar al te graag enkele gevangenen
onthoofden na een mislukte ontsnappingspoging, over de soldaten die
met een sadistisch genoegen de nieuwe rekruten pesten, tot aan de
bewakers van het Russische gevangenenkamp waar Kaji eindigt. Het
wereldbeeld van Kobayashi is inktzwart, maar toch verzandt ‘The
Human Condition’ nergens in een simplistische donderpreek – het
bestaan van mensen als het hoofdpersonage is sowieso al een
(weliswaar zeldzame) positieve noot, en bovendien lijkt Kobayashi
echt te geloven in de kracht van liefde. Oké, als je dat zo
neerschrijft lijkt dat erg banaal, maar de relatie tussen Kaji en
Machiko is één van de drijvende krachten van de hele trilogie en
blijft continu geloofwaardig als motivatie. Erg vrolijk dreigt ‘The
Human Condition’ nooit te worden, maar Kobayashi erkent wel dat,
ondanks alles, er liefde bestaat in de wereld – dat moet iets waard
zijn.

‘The Human Condition’ werd omwille van z’n lengte dan wel in
drie delen uitgebracht, maar is wel duidelijk één film. Waar pakweg
‘The Lord of the Rings’ nog in elk deel een duidelijke opbouw en
climax had, vormen de drie delen hier elk één akte van een enkele
lange narratieve draad. Deel één is de set-up, waarin de thema’s
duidelijk worden en de drijfveren van Kaji worden meegegeven. Deel
twee brengt de nodige veranderingen in zijn karakter te weeg en in
deel drie krijgen we dan de climax van het verhaal. Afzonderlijk
bekeken zul je met elk deel lichtjes op je honger blijven zitten,
maar als totaalervaring is ‘The Human Condition’ onvergetelijk. Het
is praktisch nauwelijks haalbaar om het hele ding in één keer uit
te kijken, maar ik geloof wel dat dat de ideale manier is om ‘m te
zien. Kobayashi houdt zijn film 567 minuten lang meeslepend – op
zichzelf al een tour de force – met een rigoureuze visuele
stijl. Elk shot is zorgvuldig geconstrueerd om de uiteindes van het
scope-beeld te benutten, en Kobayashi, duidelijk een classicist,
bedient zich uitvoerig van visuele symbolen (let erop hoe in het
eerste deel de shots worden opgezet om Kaji achter de prikkeldraad
te tonen alsof hij zelf een gevangene is). Vooral in deel drie
evolueert Kobayashi wel naar een groter gebruik van gestileerde
elementen, die duidelijk beïnvloed zijn door de Franse nouvelle
vague:
plotseling krijgen we freeze-frames, een voice-over die
de gedachten van de personages weergeven, en heel wat scheve
kadreringen. (Die scheve hoeken zaten eerder al in deel één,
tijdens de onthoofdingsscène, maar komen veel vaker voor in deel
drie.)

De invloed op Stanley Kubrick (vergelijk het eerste anderhalf
uur van deel twee maar eens met ‘Full Metal Jacket’) en Terence
Malick (vergelijk heel het derde deel maar eens met ‘The Thin Red
Line’) zijn enorm, hoewel veel minder mensen ooit deze inspiratie
zullen zien. Met een ongemeen intense prestatie van hoofdrolspeler
Tatsuya Nakadai (die veel later nog zou schitteren in Kurosawa’s
‘Kagemusha’ en ‘Ran’), ontwikkelt ‘The Human Condition’ zich als
één van de vergeten pareltjes van de cinema. Inhoudelijk rijk,
visueel prachtig, episch van opzet maar continu boeiend, uitstekend
geacteerd en compromisloos in zijn visie, is dit auteurscinema in
z’n puurste vorm.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 19 =