De in 2015 overleden horrormeester Wes Craven (The Hills Have Eyes, The Serpent and the Rainbow) vond het genre tot tweemaal toe opnieuw uit: door in 1984 het idee onderuit te halen dat een droom maar een droom is en dus veilig in A Nightmare on Elm Street en door in 1996 personages zelfbewust te laten reflecteren over de wetten van de griezelfilm in Scream. Dat leidde telkens tot talloze afkooksels en in het geval van Scream zelfs tot drie door Craven zelf geregisseerde sequels. Deel II was een innovatief spel met het gegeven van een onvermijdelijk vervolg, tegen de tijd dat we echter aan episode vier gekomen waren, was ook Cravens creatieve en visuele energie duidelijk een beetje uitgeblust, met erg matig resultaat tot gevolg.
Toen de serie werd heropgestart (onder de vreselijke term “requel” een reboot en een sequel, toe maar) zat daar dus eigenlijk niemand op te wachten, maar horror is altijd een veilige investering en, zoals met de recente late vervolgfilms op Final Destination ook al bleek, lucratief genoeg om rustig op verder te bouwen. Het enige dat deze zevende aflevering onderscheidt van de twee barslechte voorgangers is dat Kevin Williamson – die al meeschrijft aan de scenario’s sinds het origineel – hiermee zijn regiedebuut maakt. Zeggen dat Williamson de serie een nieuw elan geeft zou schromelijk overdreven zijn maar in vergelijking met hoe vreselijk de vorige twee films waren, is dit eigenlijk een beetje een verademing.
Het script (met opvallend veel verwijzingen naar Cravens The People Under the Stairs) brengt Courteney Cox en Neve Campbell opnieuw samen nadat die laatste afgehaakt had voor de vorige episode omwille van een salarisdispuut, iets waar trouwens naar geknipoogd wordt in de dialogen. Het verhaal is een variant op het geijkte slasher-patroon, al verwacht niemand wonderen op dat gebied van een film met een dergelijk hoog oplopende nummering in de titel (nochtans kan het, zoals het bijzonder creatieve Wes Craven’s New Nightmare bewees, eveneens een zevende deel in een populaire horrorreeks). Toch heeft het scenario op zijn minst één of twee goede ideeën, zoals de twijfel rond de echtheid van opnames en beelden die komt met het steeds meer alomtegenwoordig gebruik van AI. Ditmaal is het de oudste dochter van Sidney Prescott die het doelwit wordt van een nieuwe “ghostface killer,” al is er ruimte genoeg om de oude garde eveneens te laten deelnemen aan de actie.
Slashers moeten het hebben van de moorden en eerlijk gezegd bevat Scream 7 op zijn minst één sterfscène die beter is dan alle saaie moordpartijen uit de vorige twee films samen: het ombrengen van een vroeg slachtoffer in een verlaten theater is bloederig, creatief en esthetisch geslaagd … een moment dat niet zou misstaan hebben in een “giallo” uit de jaren negentienzeventig.



